Gerechtshof Den Haag, 14-02-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241, 200.183.559/01
Gerechtshof Den Haag, 14-02-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241, 200.183.559/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 februari 2017
- Datum publicatie
- 3 maart 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2017:241
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:1108, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.183.559/01
Inhoudsindicatie
Vordering van zeevarenden tot schadevergoeding wegens het niet nakomen van de pensioentoezeggingen door de werkgever is bevoorrecht op de schepen waarop zij hebben gewerkt met voorrang boven hypotheek. Art. 8:211 aanhef en onder b BW, art. 8:219 BW.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.183.559/01
arrest d.d. 14 februari 2017
inzake
de Coöperatieve Rabobank U.A.,
als rechtsopvolgster onder algemene titel van de Coöperatieve Rabobank Rotterdam U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. A.I.M. van Mierlo te Amsterdam,
tegen:
1. [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
3. [geïntimeerde 3],
wonende te [woonplaats] ,
4. [geïntimeerde 4],
wonende te [woonplaats] ,
niet verschenen,
5. [geïntimeerde 5],
wonende te [woonplaats] ,
6. [geïntimeerde 6],
wonende te [woonplaats] ,
7. [geïntimeerde 7],
wonende te [woonplaats] ,
8. [geïntimeerde 8],
wonende te [woonplaats] ,
9. [geïntimeerde 9],
wonende te [woonplaats] ,
10. [geïntimeerde 10],
wonende te [woonplaats] ,
11. [geïntimeerde 11],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in het principaal appel, geïntimeerden 1 tot en met 3 en 5 tot en met 11 tevens
appellanten in het incidenteel appel,
hierna gezamenlijk te noemen: de Zeevarenden,
advocaat voor geïntimeerden 1 tot en met 3 en 5 tot en met 11: mr. A.C. van der Bent te Rotterdam.
Het verloop van het geding
Bij exploot van 8 december 2015 is Rabobank in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen tussenvonnis van 30 september 2015 (hierna: het tussenvonnis), waarvan de rechtbank tussentijds hoger beroep heeft opengesteld, eerst bij brief van 19 november 2015 en daarna nogmaals bij vonnis van 9 december 2015.
Bij memorie van grieven, met producties, heeft Rabobank zeven grieven tegen het tussenvonnis aangevoerd die door de Zeevarenden bij memorie van antwoord zijn bestreden. Bij dezelfde memorie van antwoord hebben de Zeevarenden hun eis gewijzigd en bij incidenteel appel één grief aangevoerd tegen het vonnis waarvan beroep. Bij memorie van antwoord in incidenteel appel heeft Rabobank de eiswijziging en de grief bestreden.
Vervolgens hebben partijen op 22 november 2016 de zaak doen bepleiten door hun procesadvocaten en Rabobank tevens door mr. K.J. Krzeminski, advocaat te Amsterdam, aan de hand van overgelegde pleitnotities.
Ten slotte is arrest gevraagd op de voor het pleidooi ingediende kopiedossiers.