Gerechtshof Den Haag, 11-07-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2571, 200.170.335/01
Gerechtshof Den Haag, 11-07-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2571, 200.170.335/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 juli 2017
- Datum publicatie
- 8 september 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2571
- Zaaknummer
- 200.170.335/01
Inhoudsindicatie
Samenwoners. Hoofdelijke verbondenheid voor geldlening. Interne draagplicht. Geen afspraken daaromtrent. Feitelijke gang van zaken met betrekking tot het geleende bedrag duidt erop dat de lening volledig ten goede is gekomen aan de vrouw. Geen enkel begin van bewijs dat de gelden mede aan de man ten goede zijn gekomen. Vrouw heeft geen vordering op de man.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.170.335/01
Zaak- rolnummer rechtbank : C/09/467000 / HA ZA 14-650
arrest van 11 juli 2017
inzake
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
hierna te noemen: appellante,
advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: geïntimeerde,
advocaat mr. J.C. van den End te Den Haag.
Het geding
Bij exploot van 24 april 2015 is appellante in hoger beroep gekomen van het vonnis van 28 januari 2015 van de rechtbank Den Haag tussen de partijen gewezen.
Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.
Appellante heeft tegen het bestreden vonnis vier grieven geformuleerd.
Geïntimeerde heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden.
Partijen hebben hun procesdossier gefourneerd en om arrest gevraagd.