Gerechtshof Den Haag, 07-03-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:544, 2200456814
Gerechtshof Den Haag, 07-03-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:544, 2200456814
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 maart 2017
- Datum publicatie
- 7 maart 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2017:544
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:895, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 2200456814
Inhoudsindicatie
Veroordeling van drie mannen voor mishandeling met voorbedachte rade.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 7 maart 2017 drie mannen veroordeeld tot lange gevangenisstraffen voor een mishandeling met voorbedachte rade op 29 januari 2013. Het slachtoffer was ernstig verwond. Eén man is vrijgesproken van betrokkenheid.
Een indertijd 38-jarige man uit Den Haag heeft voor dit feit en een aantal andere feiten 6 1⁄2 jaar gevangenisstraf gekregen. Een indertijd 24-jarige man uit Den Haag heeft voor alleen dit feit 6 jaar gekregen. Een derde man, met een verhoudingsgewijs minder groot aandeel in deze mishandeling, heeft 3 jaar gekregen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer, het strafblad van de verdachten en de lange duur van de procedure.
Uitspraak
Rolnummer: 22-004568-14
Parketnummers: 09-767122-13, 09-765041-13, 09-767040-13, 09-827019-13 en 09-757767-10 (TUL)
Datum uitspraak: 7 maart 2017
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 14 oktober 2014 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1975,
thans gedetineerd in PI Rijnmond, De Schie, R'dam te Rotterdam.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 11 mei 2015 en 18, 20, 25 en 27 januari 2017 en 21 februari 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het bij parketnummer 09-999115-13 ten laste gelegde, het bij parketnummer
09-767122-13 onder 4 en 5 primair en subsidiair ten laste gelegde, het bij parketnummer 09-767040-13 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde, alsmede van het bij parketnummer 09-765041-13 onder 1 ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het bij parketnummer 09-767122-13 onder 1, 2, 3 en 5 meer subsidiair ten laste gelegde, het bij parketnummer 09-767040-13 onder 1 nog meer subsidiair en 2 ten laste gelegde, het bij parketnummer 09-827019-13 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en het bij parketnummer 09-765041-13 onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Ook is een beslissing genomen omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf, alsmede omtrent de onder de verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggeven voorwerpen zoals weergegeven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Blijkens de akten rechtsmiddel d.d. 23 oktober 2014 respectievelijk 27 oktober 2014 is namens de verdachte en door de officier van justitie geen hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen gegeven ten aanzien van het onder parketnummer 09-999115-13 ten laste gelegde. Deze beslissingen zijn derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
Voorts is bij vonnis waarvan beroep de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer E] ingediend ten aanzien van het bij parketnummer 09-827019-13 onder 2 ten laste gelegde niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen, bij een viertal inleidende dagvaardingen - waarvan de feiten door het hof zijn doorgenummerd, nu de zaken in eerste aanleg zijn gevoegd – en na een wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg, ten laste gelegd dat: