Gerechtshof Den Haag, 07-02-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:220, 200.216.680/01
Gerechtshof Den Haag, 07-02-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:220, 200.216.680/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 februari 2018
- Datum publicatie
- 15 februari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2018:220
- Zaaknummer
- 200.216.680/01
Inhoudsindicatie
benoeming van vereffenaar in het kader van de afwikkeling van twee nalatenschappen, na overlijden in het buitenland van beide echtgenoten. Openbaar ministerie mengt zich niet in de zaak.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.216.680/01
zaaknummer rechtbank : C/09/520480/HA RK 16-537
beschikking van de meervoudige kamer van 7 februari 2018
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. E.W. Bosch te Naaldwijk,
tegen
[verweerder]
wonende te [woonplaats] ,
verweerder, tevens incidenteel verzoeker,
hierna te noemen: verweerder,
advocaat mr. M.E. Kreber te Zoetermeer.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
1. [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [belanghebbende 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [belanghebbende 2] in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen [minderjarigen] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. [belanghebbende 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
5. [belanghebbende 4] ,
wonende te [woonplaats] .
Op grond van het bepaalde in artikel 44 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de advocaat-generaal van het ressortsparket vestiging Den Haag,
hierna te noemen: het Openbaar Ministerie.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 30 maart 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Verzoekster is op 22 mei 2017 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikking van 30 maart 2017.
Verweerder heeft op 14 augustus 2018 een verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep ingediend.
Verzoekster heeft op 22 september 2017 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van verzoekster:
- op 12 juni 2017 een brief van 8 juni 2017 met bijlagen;
- op 14 juni 2017 een brief van diezelfde datum met bijlagen.
Het openbaar ministerie heeft bij brief van 14 december 2017 aan het hof laten weten af te zien van de mogelijkheid te concluderen en niet ter zitting te zullen verschijnen.
De mondelinge behandeling heeft op 15 december 2017 plaatsgevonden. Met instemming van alle betrokkenen heeft de behandeling ten overstaan van twee raadsheren plaatsvonden.
Verschenen zijn:
- verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;
- verweerder, bijgestaan door zijn advocaat;
- [belanghebbende 1] ;
- [belanghebbende 2] (in beide hoedanigheden);
- [belanghebbende 3] ;
- [belanghebbende 4] .
Mr. Kreber heeft ter zitting een pleitnota overgelegd.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het navolgende vast.
Op [datum] zijn te [plaats] , [land] , overleden [erflaatster] (verder te noemen: erflaatster), geboren op [geboortedatum] , en [erflater] (verder te noemen: erflater), geboren op [geboortedatum] , beiden laatstelijk gewoond hebbend te [plaats] . Erflaatster en erflater hierna tezamen te noemen: erflaters.
Erflaters waren ten tijde van hun overlijden gehuwd in gemeenschap van goederen. Het huwelijk is op [trouwdatum] voltrokken, derhalve een paar dagen voor het overlijden.
Erflaters hebben niet bij testament over hun nalatenschap beschikt.
Verzoekster is de moeder van erflater, [belanghebbende 2] is zijn vader. [belanghebbende 1] is de broer van erflater en [minderjarigen] zijn zijn halfbroers.
[verweerder] is de broer van erflaatster. [belanghebbenden 3 en 4] zijn haar ouders.