Gerechtshof Den Haag, 22-08-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2370, 200.238.917/01
Gerechtshof Den Haag, 22-08-2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2370, 200.238.917/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2018
- Datum publicatie
- 13 september 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2018:2370
- Zaaknummer
- 200.238.917/01
Inhoudsindicatie
Hoger beroep tegen afwijzing voorlopige voorziening op grond van art. 223 Rv tot vaststellen omgangsregeling. Kon van vader worden gevergd dat hij bodemprocedure afwacht?
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.238.917/01
rekestnummer rechtbank : FA RK 18-1831
zaaknummer rechtbank : C/09/549564
beschikking van de meervoudige kamer van 22 augustus 2018
Inzake het incidentele verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. B. Kuppens te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. A. van Vliet te Breda.
In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming te [plaats] ,
hierna te noemen: de raad.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).
2 Het geding in hoger beroep
De vader is op 9 mei 2018 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De moeder heeft op 1 juni 2018 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de vader:
- op 25 juni 2018 een journaalbericht van diezelfde datum met bijlagen;
van de zijde van de moeder:
- op 14 juni 2018 een journaalbericht van 12 juni 2018 met bijlage;
- op 3 juli 2018 een faxbericht met bijlage.
De mondelinge behandeling heeft op 5 juli 2018 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
De raad heeft bij brief van 21 juni 2018 aan het hof laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
- Uit de inmiddels verbroken relatie van de moeder en de vader is geboren [in] 2008, [de minderjarige] (hierna te noemen: de minderjarige), te [geboorteplaats] .
- De moeder oefent alleen het gezag uit over de minderjarige.