Home

Gerechtshof Den Haag, 10-07-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1992, 200.246.773/01

Gerechtshof Den Haag, 10-07-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1992, 200.246.773/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10 juli 2019
Datum publicatie
25 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2019:1992
Zaaknummer
200.246.773/01

Inhoudsindicatie

Een goede procesorde brengt met zich mede dat een hoger beroepschrift helder en duidelijk is geformuleerd, zowel voor de rechter als voor de wederpartij. De alimentatieplichtige wenst vermindering dan wel nihilstelling van de partneralimentatie aangezien haar ontslagvergoeding mede aangewend moet worden voor haar pensioenbreuk. Het hof is van oordeel dat de ontslagvergoeding aangewend dient te worden voor haar inkomensdaling.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

zaaknummer : 200.246.773/01

zaaknummer rechtbank : C/10/541473 FA RK 17-10551

beschikking van de meervoudige kamer van 10 juli 2019

inzake

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. C.N.M. Schep te Oud-Beijerland,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. S. Verweel-Nauman te Oostvoorne.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De vrouw is op 27 september 2018 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De man heeft op 13 november 2018 een verweerschrift ingediend.

2.3

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 2 mei 2019 met bijlagen, ingekomen op 3 mei 2019;

- een journaalbericht van de zijde van de man van 6 mei 2019 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;

- een emailbericht van de zijde van de vrouw van 16 mei 2019 met bijlagen, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- een faxbericht van de zijde van de man van 16 mei 2019 met bijlagen, ingekomen bij het hof op diezelfde datum.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 17 mei 2019 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.

3 De feiten

3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

Het huwelijk van partijen is op 14 maart 2014 ontbonden door echtscheiding.

3.3

Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.

3.4

In haar beschikking van 23 december 2013 heeft de rechtbank de inhoud van het door partijen op 14 oktober 2013 en 19 oktober 2013 ondertekende echtscheidingsconvenant opgenomen. In het convenant zijn partijen overeengekomen dat de vrouw met ingang van 1 maart 2013 in het levensonderhoud van de man zal bijdragen met een bedrag van € 459,- bruto per maand en met ingang van 1 april 2013 met een bedrag van € 820,- bruto per maand. Deze alimentatie bedraagt met ingang van 1 januari 2018 ingevolge de wettelijke indexering € 875,22,- per maand.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing