Home

Gerechtshof Den Haag, 25-06-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3312, 200.220.261/01

Gerechtshof Den Haag, 25-06-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3312, 200.220.261/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25 juni 2019
Datum publicatie
6 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2019:3312
Zaaknummer
200.220.261/01

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling.Niet aanwenden kredietfaciliteit voor betaling schuld van de vennootschap. Uitleg 403-verklaring.

Uitspraak

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.220.261/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/513113/HA ZA 16-730

arrest van 25 juni 2019

inzake

1 [appellant sub 1] ,

2. [appellant sub 2],

beiden wonende te [woonplaats]

appellanten,

hierna te noemen: [appellant sub 1] c.s.,

advocaat mr. V. Terlouw te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. De Rode Brigade Holding B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. Bouwgroep Holland B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. KBM Groep B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. [naam 1] Beheer B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

6. [afkorting naam] Holdings B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

7. [naam 2] Holding B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

8. [geintimeerde sub 8],

wonende te [woonplaats] ,

9. [geintimeerde sub 9],

wonende te [woonplaats] ,

10. [geintimeerde sub 10],

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

hierna tezamen ook te noemen: [geïntimeerde sub 1] c.s.,

advocaat: mr. J.A. Dullaart te Den Haag.

1 Het geding

1.1

Bij exploot van 26 juni 2017 zijn [appellant sub 1] c.s. in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag, team handel, tussen partijen gewezen vonnis van 29 maart 2017. [geïntimeerde sub 1] c.s. hebben met een anticipatie-exploot van 24 juli 2017 de procedure in hoger beroep vervroegd aangebracht.

1.2

Bij memorie van grieven hebben [appellant sub 1] c.s. veertien grieven aangevoerd en producties overgelegd. Ook hebben zij hun eis gewijzigd, door die te verminderen en aan te vullen. Bij memorie van antwoord hebben [geïntimeerde sub 1] c.s. de grieven bestreden en producties overgelegd.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest gevraagd.

2 De feiten

3 De beoordeling van het hoger beroep