Home

Gerechtshof Den Haag, 29-05-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1021, 200.277.243/01

Gerechtshof Den Haag, 29-05-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1021, 200.277.243/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29 mei 2020
Datum publicatie
15 juni 2020
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2020:1021
Formele relaties
Zaaknummer
200.277.243/01

Inhoudsindicatie

Teruggeleiding minderjarige naar Italië op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980. Autonome vaststelling van gewone verblijfplaats minderjarige aan de hand van HvJ EU inzake Mercredi/Chaffe. Weigeringsgronden artikel 13 HKOV 1980: geen sprake van verzet minderjarige. Termijn voor afgifte van minderjarige in tijden van Corona.

Uitspraak

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.277.243/01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 20-15

Zaaknummer rechtbank : C/09/586472

beschikking van de meervoudige kamer van 29 mei 2020

inzake

[Naam moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda,

tegen

[naam vader] ,

wonende te [woonplaats] , Italië,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. H.A. Schipper te Den Haag.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming Haaglanden,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[naam bijzondere curator] ,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de na te noemen minderjarige,

hierna: de bijzondere curator.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van 9 april 2020 van de rechtbank Den Haag, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De moeder is op 21 april 2020 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vader heeft op 30 april 2020 een verweerschrift ingediend.

2.3

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de moeder:

-

op 28 april 2020 een V-formulier van 23 april 2020 met bijlagen;

-

op 30 april 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;

-

op 4 mei 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;

-

op 6 mei 2020 per faxbericht een V-formulier van diezelfde datum met bijlage, op diezelfde dag tevens ingekomen per post;

-

op 7 mei 2020 twee afzonderlijke faxberichten van diezelfde datum met bijlagen, tevens die dag ingekomen per post;

-

op 11 mei 2020 een faxbericht met bijlage;

van de zijde van de vader:

- op 8 mei 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen.

van de zijde van de bijzondere curator:

- op 28 april 2020 een email met bijlage.

2.4

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is de hierna te noemen minderjarige via een Skypeverbinding gehoord, bijgestaan door de bijzondere curator.

2.5

De mondelinge behandeling heeft vanwege het corona-virus, met instemming van partijen, via een Skypeverbinding op 11 mei 2020 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- [naam medewerkster RvdK] , namens de raad;

- de bijzondere curator.

2.6

Zoals besproken ter zitting van het hof heeft de bijzondere curator na het sluiten van de mondelinge behandeling per email haar complete verslag van 5 maart 2020, gericht aan de rechtbank, aan het hof doen toekomen.

3 De feiten

3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:

-

partijen zijn gehuwd geweest van [datum] 2004 tot [datum] 2018;

-

zij zijn de ouders van [naam minderjarige] , geboren [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] hierna: de minderjarige;

-

partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit;

-

partijen zijn in september 2015 met de minderjarige naar Italië geëmigreerd;

-

begin 2018 is de moeder naar Nederland teruggekeerd;

-

als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken hebben partijen in het ouderschapsplan van 8 februari 2018 afgesproken dat de minderjarige zijn hoofdverblijf heeft bij de vader en dat hij één week per maand met de moeder samen is in Italië; in die week is de vader in Nederland;

-

de minderjarige is na een verblijf in de kerstvakantie van 22 december 2019 tot 27 december 2019 bij de moeder in Nederland, op 27 december 2019 niet aan de vader afgegeven voor terugkeer naar Italië;

-

de vader, de moeder en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit;

-

de vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing