Gerechtshof Den Haag, 23-07-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1421, 2200184919
Gerechtshof Den Haag, 23-07-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1421, 2200184919
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 juli 2020
- Datum publicatie
- 9 september 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1421
- Formele relaties
- Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2021:1117
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:44
- Zaaknummer
- 2200184919
Inhoudsindicatie
Feit 1. Schuldheling fiets. art 416 lid 1 ahf/ond a W Sr. Feit van algemene bekendheid dat een fiets afkomstig is uit enig misdrijf als deze in goede staat verkeert en een open slot heeft waarbij de sleutel ontbreekt. Door onder die omstandigheden geen nader onderzoek in te stellen heeft verdachte niet voldaan aan zijn onderzoeksplicht.
Uitspraak
Rolnummer: 22-001849-19
Parketnummer: 09-096223-19
Datum uitspraak: 23 juli 2020
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 1 mei 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op
9 juli 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens is de gevangenhouding van de verdachte bevolen.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 19 april 2019 te Delft, een goed te weten een fiets (merk Spirit) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.hij op of omstreeks 2 april 2019 te Delft 3 pakken luiers (merk Pampers) en/of een pak vis, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging Martinus Nijhofflaan 7), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.hij op één of meerdere tijdstippen of omstreeks 11 april 2019 te Delft 6 pakken luiers (merk: Pampers) en/of een pak sushi en/of zalm, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging Martinus Nijhofflaan 7) , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.hij op of omstreeks 17 april 2019 te Delft diverse boodschappen (waaronder zalmfilet en/of m&m's en/of chips), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging Martinus Nijhofflaan 7), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het onder 3 en 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 19 april 2019 te Delft, een goed te weten een fiets (merk Spirit) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3.hij op meerdere tijdstippen op 11 april 2019 te Delft 6 pakken luiers (merk: Pampers) en een pak sushi en zalm, dat geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging Martinus Nijhofflaan 7), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.hij op 17 april 2019 te Delft diverse boodschappen (waaronder zalmfilet en m&m's en chips), dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging Martinus Nijhofflaan 7), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
Bewijsoverweging feit 1
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep uitvoerig bepleit dat geen sprake is van schuldheling nu uit het dossier niet blijkt dat de fiets was gestolen en uit het dossier evenmin kan volgen dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van de fiets wist of had kunnen weten dat deze van misdrijf afkomstig was.
Het hof overweegt als volgt.
Op basis van het dossier staat vast dat het slot van de betreffende fiets open was, maar niet was voorzien van een sleutel. De verdachte heeft dit erkend en heeft daarover verklaard dat hij de fiets zo in handen heeft gekregen en geen onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van het aldus geopende slot. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij het wel een beetje gek vond dat er geen sleutel in het slot zat. De fiets verkeerde – blijkens de zich in het dossier bevindende foto’s – in goede staat.
Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat een
fiets afkomstig is uit enig misdrijf als deze in goede staat verkeert en een open slot heeft waarbij de sleutel ontbreekt. Deze omstandigheid had de verdachte tot voorzichtigheid en nader onderzoek moeten nopen. Nu de verdachte geen enkel onderzoek heeft gedaan en op dit punt ook geen navraag heeft gedaan bij degene van wie hij de fiets geleend had, is hij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht en had hij minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de fiets was gestolen, zodat sprake is van schuldheling. Het hof verwerpt aldus het verweer van de raadsvrouw.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Voorwaardelijk verzoek
De raadsvrouw heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht in het geval de verdachte niet direct zou worden vrijgesproken ter zake het tenlastegelegde onder 2 en 3, de zaak aan te houden en de advocaat-generaal op te dragen de camerabeelden toe te voegen aan het dossier en deze in kopie te verstrekken aan de verdediging.
Nu het hof de verdachte niet zal vrijspreken ter zake van feit 3 komt het hof toe aan de bespreking van dit verzoek.
Op de screenshots van de bewakingscamera’s van Albert Heijn die horen bij het proces-verbaal van bevindingen (PLlS00-2019103118-2) en zich in het dossier bevinden, is te zien dat de verdachte op 11 april 2019 op twee tijdstippen (16.19u en 17.50u) de winkel anders dan via de kassa, te weten via de toegangshekjes, met een volle plastic tas verlaat. Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer PLlS00-2019103118-1 volgt dat een verbalisant bij het uitkijken van camerabeelden heeft gezien dat daaraan voorafgaand door de verdachte in de winkel goederen in die plastic tas zijn gestopt. Gelet hierop is het hof de noodzaak van het toevoegen van de camerabeelden aan het dossier niet gebleken. Het verzoek van de raadsvrouw wordt dan ook afgewezen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: