Home

Gerechtshof Den Haag, 08-06-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1657, 200.280.222/01

Gerechtshof Den Haag, 08-06-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1657, 200.280.222/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
8 juni 2021
Datum publicatie
13 september 2021
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:1657
Formele relaties
Zaaknummer
200.280.222/01

Inhoudsindicatie

na verwijzing door de HR; vervalbeding in consumentenovereenkomst; geen oneerlijk beding; niet onredelijk bezwarend (vermoeden weerlegd); niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar

Uitspraak

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.280.222/01

Zaak-/rolnummer rechtbank: C/15/235320/HA ZA 15-776

Zaaknummer Hoge Raad 19/00319

Arrest van 8 juni 2021 na verwijzing

in de zaak van

1 [appellant 1] ,

2. [appellant 2]

3. [appellante 3],

4. [appellant 4],

5. [appellante 5],

6. [appellant 6],

7. [appellante 7],

8. [appellant 8],

9. [appellante 9],

10. [appellant 10],

11. [appellante 11],

12. [appellant 12],

13. [appellante 13],

14. [appellant 14],

15. [appellante 15],

16. [appellant 16],

17. [appellant 17],

18. [appellante 18],

19. [appellant 19],

20. [appellante 20],

allen wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellant 1] c.s. (mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. A.M. van Schaick te Tilburg,

tegen

[geïntimeerde] ONTWIKKELINGEN B.V.,

gevestigd te Scharwoude, gemeente Koggenland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde] ,

advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1.

Voor de gang van zaken tot aan het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:531; hierna: het verwijzingsarrest) verwijst het hof naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 oktober 2018 heeft vernietigd en de zaak ter verdere behandeling heeft verwezen naar dit hof.

Hierna zijn de volgende stukken gewisseld:

-

de hoger beroep-dagvaarding van [appellant 1] c.s. van 26 juni 2020 (tegen uitsluitend [geïntimeerde] ; tot en met de cassatieprocedure procedeerde [appellant 1] c.s. ook nog tegen [betrokkene] X B.V. (hierna: [betrokkene] ), maar de zaak tegen [betrokkene] is na verwijzing niet doorgezet)

-

de memorie van antwoord na verwijzing van [geïntimeerde] van 15 september 2020.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader toegelicht tijdens de mondelinge behandeling van 22 april 2021. Beide partijen hebben hierbij gebruik gemaakt van pleitnota’s. Hierna is arrest gevraagd en bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1.

Appellanten (degenen die in deze zaak hoger beroep hebben ingesteld; in deze uitspraak worden zij ook samen aangeduid als [appellant 1] c.s.), hebben allen in hetzelfde woningbouwproject nieuwbouwwoningen gekocht van (de rechtsvoorgangster van) [geïntimeerde] . Zij stellen dat zij mochten aannemen dat de woningen zouden worden voorzien van (volledig) duurzaam opgewekte warmte en koude, zonder gasverbranding, en dus met aanzienlijk minder uitstoot van schadelijke stoffen. Ook stellen zij dat die verwachtingen niet zijn waargemaakt. Zij willen dat [geïntimeerde] alsnog haar verplichtingen nakomt. De rechtbank en het hof Amsterdam hebben de vordering afgewezen. Zij zijn tot het oordeel gekomen dat [geïntimeerde] het recht heeft om zich te beroepen op een contractueel vervalbeding. Dat is een bepaling in de overeenkomst waarin staat dat een vordering als deze – waarbij kopers zich beroepen op een “verborgen gebrek” – binnen 5,5 jaar na de oplevering moet worden ingesteld en dat het anders te laat is. In dit geval is de dagvaarding pas na die termijn uitgebracht. [appellant 1] c.s. is naar de Hoge Raad gestapt en die heeft geoordeeld dat het hof Amsterdam bij zijn oordeel dat het vervalbeding niet “onredelijk bezwarend” en dus niet vernietigbaar is, het recht verkeerd heeft toegepast dan wel zijn oordeel niet voldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad heeft de zaak vervolgens naar dit hof verwezen. Dat betekent dat dit hof zich opnieuw moet buigen over de toelaatbaarheid van het vervalbeding en – als het hof daaraan toekomt – over de vraag of de vordering op grond van een verborgen gebrek toewijsbaar is.

3 De feiten

4 Het geding tot en met verwijzing door de Hoge Raad

5 Verdere beoordeling na verwijzing

6 De beslissing