Gerechtshof Den Haag, 16-02-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:182, 200.284.646/01
Gerechtshof Den Haag, 16-02-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:182, 200.284.646/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 februari 2021
- Datum publicatie
- 23 februari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2021:182
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2020:9442, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.284.646/01
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsgeschil. Gemeente mag zich op totstandkomingsvoorbehoud beroepen, en aanbesteding intrekken omdat na voorgenomen gunning verschil van inzicht ontstaat over de uitleg van het bestek.
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.284.646/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/600612/ KG ZA 20-637
inzake
gevestigd te Polsbroek,
appellante,
hierna: De Heer,
advocaat: mr. S.P. Dalmolen te Amsterdam,
tegen
zetelend te Schiedam,
zetelend te Delft,
geïntimeerden,
hierna: de Gemeente en het Hoogheemraadschap, en gezamenlijk: de Gemeente c.s.,
advocaat: mr. A.J. van de Watering te Rotterdam.
Procesverloop in hoger beroep
1. Bij spoedappeldagvaarding van 14 oktober 2020 heeft De Heer hoger beroep ingesteld tegen het tussen partijen gewezen vonnis van 21 september 2020 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam. Met de spoedappeldagvaarding heeft De Heer drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en nog twee producties overgelegd. Het hof heeft ingestemd met behandeling van de zaak als spoedappel. De Gemeente c.s. heeft een memorie van antwoord genomen waarbij zij de grieven heeft bestreden.
2. Op 14 januari 2021 heeft via een videoverbinding een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij de advocaten van partijen hebben gepleit, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. Het hof heeft vervolgens een datum voor arrest bepaald.
De zaak in het kort
3. De Gemeente heeft in samenwerking met het Hoogheemraadschap een opdracht voor het uitmaaien van watergangen in 2020 en 2021 aanbesteed. De Heer heeft als enige ingeschreven. Vervolgens is er een verschil van inzicht ontstaan tussen De Heer en de Gemeente c.s. over de omvang van de opdracht. Daarop heeft de Gemeente c.s. de aanbesteding ingetrokken en een nieuwe onderhandse aanbesteding georganiseerd voor het uitmaaien van watergangen in 2020, waarvoor De Heer niet is uitgenodigd. De nieuwe aanbesteding voor het uitmaaien van watergangen in 2021 moet nog plaatsvinden. De Heer is het niet eens met de intrekking van de oorspronkelijke aanbesteding en heeft onder meer nakoming gevorderd van de overeenkomst die volgens haar tot stand is gekomen tussen haar en de Gemeente c.s., dan wel ongedaanmaking van de intrekkingsbeslissing en voortzetting van de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van De Heer afgewezen. In dit hoger beroep vordert De Heer dat haar vorderingen alsnog worden toegewezen.
Feiten
4. De door de rechtbank in het vonnis van 21 september 2020 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daar van uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende:
a. Op 25 november 2019 heeft de Gemeente c.s. een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de opdracht “Uitmaaien watergangen 2020-2021” met kenmerk [kenmerk] (hierna: de Opdracht). Op de aanbestedingsprocedure is het Aanbestedingsreglement Werken 2016 van toepassing.
Met de aanbesteding beoogde de Gemeente c.s. een overeenkomst te sluiten voor de onderhoudsjaren 2020 en 2021, waarbij per jaar twee maaibeurten zouden worden uitgevoerd. De overeenkomst had een optie tot verlenging met twee keer een jaar, dus voor 2022 en 2023. De beoogde startdatum van de werkzaamheden was 2 maart 2020.
De Opdracht is nader omschreven in de in november 2019 gepubliceerde “Aanbestedingsleidraad inzake de Openbare Aanbesteding Uitmaaien watergangen 2020-2021” (hierna: de Aanbestedingsleidraad) en in het “Bestek Uitmaaien watergangen Schiedam 2020-2021” van 21 november 2019 (hierna: het Bestek).
In de Aanbestedingsleidraad staat – voor zover hier van belang – het volgende: