Gerechtshof Den Haag, 14-12-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2793, 200.290.360-01
Gerechtshof Den Haag, 14-12-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2793, 200.290.360-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 december 2021
- Datum publicatie
- 28 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2793
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:1605, Niet ontvankelijk
- Zaaknummer
- 200.290.360-01
Inhoudsindicatie
Algemene verordening gegevensbescherming (Avg). Klokkenluider. Geheimhoudingsplicht advocaten(kantoor).
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.290.360/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/591473 / HA RK 20-144
(niet gepubliceerd op rechtspraak.nl)
in de zaak van
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: [appellant],
verschenen in persoon,
tegen
gevestigd te Rotterdam,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: Nauta,
advocaat: mr. R.L. Ubels te Amsterdam.
Met een beroep op de Algemene verordening gegevensbescherming wil verzoeker, een voormalig adviseur van een overheidsinstantie, dat verweerster, een advocatenkantoor, door de civiele rechter wordt bevolen hem onder andere een kopie te verstrekken van alle door het advocatenkantoor verwerkte hem betreffende persoonsgegevens, hem bepaalde andere informatie te verschaffen en aan de Autoriteit persoonsgegevens en hem kennisgeving te doen van inbreuken. Het advocatenkantoor stelt zich op het standpunt dat de geheimhoudingsplicht van advocaten aan toewijzing van het verzoek in de weg staat.
Het procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
het beroepschrift van 9 februari 2021, met producties, waarbij [appellant] in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2020 (hierna: de bestreden beschikking, of: de beschikking waarvan beroep);
- -
-
het verweerschrift;
- -
-
de akte met gespecificeerd en aangevuld bewijsaanbod en reactie op verweer NautaDutilh, met een productie.
Op 21 september 2021 is de zaak ter zitting van het hof mondeling behandeld. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Aan het slot van de zitting is uitspraak bepaald op 30 november 2021.
De uitspraak is nader bepaald op heden.
De feiten
Voor een beter begrip van de zaak geeft het hof verkort de volgende, door [appellant] gestelde feiten weer. Met deze feitenweergave komt het hof kennelijk tevens tegemoet aan grief 2 van het beroepschrift van [appellant]. Nauta betwist deze feiten en stelt met een beroep op haar geheimhoudingsplicht dat zij daarop niet inhoudelijk kan reageren.
( a) [appellant] is sinds 1 juli 2016 werkzaam als adviseur bij het Huis voor klokkenluiders (hierna: het Huis).
( b) Op 17 september 2018 heeft [appellant] bij de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangekondigd dat hij, tegelijk met een ander, melding wilde doen van vermoedens van misstanden in relatie tot het Huis. Omstreeks datzelfde moment heeft [appellant] de medewerkers van het Huis daarvan op de hoogte gebracht.
( c) Op 18 december 2018 heeft de secretaris-generaal de voorzitter van het Huis op de hoogte gesteld van de melding, het onderwerp van de melding en, met de instemming van [appellant], van het feit dat [appellant] één van de melders was.
( d) Naar buiten toe zijn de onderwerpen van de melding omschreven als het algemeen functioneren van het Huis en de benoemingsprocedure van de huidige voorzitter van het Huis.
( e) Op 2 mei 2019 heeft [appellant] bij twee nieuwe bestuursleden van het Huis interne (vertrouwelijke) meldingen van (nieuwe) vermoedens van misstanden gedaan.
( f) Met ingang van 21 mei 2019 heeft de voorzitter van het Huis [appellant] geschorst en de toegang tot het kantoor van het Huis en zijn werkplek ontzegd. Op 3 juli 2019 is [appellant] een voornemen tot ontslag toegestuurd.
( g) Bij [appellant] is het vermoeden gerezen dat de voorzitter van het Huis zich in verband met het schorsingsbesluit en het voorgenomen ontslag heeft laten adviseren door een advocaat van Nauta en dat ook de bestuursleden zich in verband met de omgang met de interne meldingen hebben laten adviseren door een advocaat van Nauta. [appellant] is van mening dat tussen deze twee ‘clusters van kwesties’ sprake is van een ‘conflict of interests’.
( h) Onder toelichting van deze twee clusters van kwesties en dit belangenconflict heeft [appellant] bij brief van 25 juli 2019 de data protection officer van Nauta op grond van art. 15 lid 3 en art. 12 lid 3 van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) verzocht hem een kopie te verstrekken van alle door Nauta verwerkte hem betreffende persoonsgegevens en hem alle in art. 13, art. 14 en art. 15 Avg bedoelde informatie te verschaffen.
( i) Op 26 juli 2019 is [appellant] een ontslagbesluit gemaild.
( j) Bij brief van 8 augustus 2019 heeft de data protection officer van Nauta in antwoord op zijn informatieverzoek van 25 juli 2019 [appellant] het volgende medegedeeld:
‘Ik kan u hierbij bevestigen dat wij de volgende persoonsgegevens over u verwerken:
De persoonsgegevens zoals vermeld in uw informatieverzoek: voornaam, achternaam, adres, e-mailadres en foto.
Wij verwerken uw persoonsgegevens om uw inzageverzoek te behandelen. (...)
Gelet op ons beroepsgeheim kunnen wij geen enkele mededeling doen over de door u genoemde clusters van kwesties.’
( k) [appellant] heeft daarna verschillende hernieuwde en aanvullende informatieverzoeken aan de data protection officer van Nauta gedaan. In reactie daarop heeft (de data protection officer van) Nauta [appellant] telkens bericht dat het verzoek Nauta geen aanleiding gaf haar standpunt te herzien.
De procedure bij de rechtbank
[appellant] heeft de procedure bij de rechtbank ingeleid door indiening van een verzoekschrift op grond van art. 35 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAvg). Kort weergegeven, heeft hij de rechtbank verzocht Nauta te bevelen hem een kopie te verschaffen van alle door Nauta verwerkte hem betreffende persoonsgegevens en alle verwerkingen daarvan, en hem ook andere informatie te verstrekken als bedoeld in artt. 13, 14 en 15 Avg. Verder heeft [appellant] de rechtbank verzocht de Autoriteit persoonsgegevens en hemzelf kennisgeving te doen van inbreuken in verband met door Nauta verwerkte hem betreffende persoonsgegevens, een en ander op straffe van het aan hem verbeuren van een dwangsom.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen, kort samengevat, dat het inzagerecht uit hoofde van de Avg en de UAvg niet ongelimiteerd is en dat de geheimhoudingsplicht van (de advocaten van) Nauta een beperking inhoudt van het inzagerecht in de zin van art. 23 Avg, zodat Nauta niet gehouden is meer informatie aan [appellant] te verstrekken dan zij heeft gedaan. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat niet valt vast te stellen dat inbreuken hebben plaatsgevonden. De proceskosten heeft de rechtbank gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.