Gerechtshof Den Haag, 26-10-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2897, 200.053.340/01
Gerechtshof Den Haag, 26-10-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2897, 200.053.340/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2021
- Datum publicatie
- 24 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2897
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:635, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.053.340/01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
afdeling civiel recht
Zaaknummer : 200.053.340
Zaak-/rolnummer rechtbank : 253687 / HA ZA 06.0170
Arrest van 26 oktober 2021 in de zaak van:
1. [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant 2] †,
voorheen wonende te [woonplaats] ,
3. [appellante 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. J.M.K.P. Cornegoor (Amsterdam),
tegen
Mr. R.J.R.M. DE BOK q.q.,
kantoorhoudende te Rotterdam, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van:
1. [D] HOLDING INTERNATIONAL B.V.,
2. [D] HOLDING BENELUX N.V.,
3. [D] HOLDING NEDERLAND B.V.,
4. [D] ONDERDELEN B.V.,
5. [D] VERKOOP B.V.,
6. [D] TRADING INTERNATIONAL VERHUUR B.V.,
7. DELTA RENTAL SERVICES B.V.,
8. [D] ' SERVICE BEDRIJVEN B.V.,
9. [A] & [B] MATERIEEL C.V. en haar beherend vennoot:
10. [A] & [B] GENERAL PARTNER B.V.
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.G.M. Roijers (Rotterdam).
Appellanten worden hierna gezamenlijk [appellant 1 c.s.] genoemd; afzonderlijk: [appellant 1] , [appellant 2] en [appellante 3] . Geïntimeerde wordt aangeduid als de curator.
Het verdere verloop van het geding
Bij arrest van 9 december 2014 is een deskundige benoemd. Gedurende zijn onderzoek heeft de deskundige tweemaal om een aanvullend voorschot gevraagd; voor het eerst in 2016. Bij beschikking van 27 december 2016 is dat eerste aanvullende voorschot vastgesteld, onder vermelding dat [appellant 1 c.s.] het moest betalen. Het tweede aanvullende voorschot is in 2019 gevraagd. Omdat [appellant 1 c.s.] betaling daarvan weigerde, althans niet meer reageerde, heeft de curator dit tweede aanvullende voorschot betaald. Vervolgens heeft de deskundige op 21 april 2020 zijn rapport uitgebracht, waarna op 9 juni 2020 een salarisbeschikking is gegeven. Daarna zijn achtereenvolgens de volgende processtukken ingediend: door [appellant 1 c.s.] een memorie na deskundigenbericht en door de curator een antwoordmemorie na deskundigenbericht. Tot slot is wederom arrest gevraagd.
[appellant 1 c.s.] maken in hun memorie na deskundigenbericht melding van het overlijden van [appellant 2] . Nu dit overlijden (door/namens de nabestaanden) niet als grond voor schorsing is ingeroepen (op de wijze als bedoeld in artikel 225 lid 2 Rv) en de advocaat van [appellant 2] zich bovendien niet heeft onttrokken zal het geding op naam van wijlen [appellant 2] worden voortgezet.