Home

Gerechtshof Den Haag, 02-03-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:354, 200.253.760/01

Gerechtshof Den Haag, 02-03-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:354, 200.253.760/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
2 maart 2021
Datum publicatie
12 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:354
Zaaknummer
200.253.760/01

Inhoudsindicatie

Levering van onroerend goed in het zicht van faillissement. Pauliana. Benadeling van schuldeisers? Pachtovereenkomst. Nieuwe grief en eisvermeerdering. Strijd met twee-conclusieregel.

Uitspraak

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.253.760/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/512852 / HA ZA 16-715

1. Holstar Top-Cow B.V.,

gevestigd te Gouderak, gemeente Krimpenerwaard,

hierna te noemen: Holstar,

2. Coöperatie Ponsstar U.A.,

gevestigd te Gouderak, gemeente Krimpenerwaard,

hierna te noemen: de Coöperatie,

appellanten in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

hierna gezamenlijk te noemen: Holstar c.s.,

advocaten: mr. H.J. Bakker en mr. ing. R.Th.G. van der Veldt te Leiden,

tegen:

mr. Johannes Adrianus Dullaart, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ponsstar Holding B.V.,

kantoor houdende te Naaldwijk,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: de curator,

advocaat: mr. O. Heuverling te Naaldwijk.

Het verloop van de procedure in hoger beroep

1. Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en in het incident blijkt uit de volgende stukken. Het hof heeft hiervan kennisgenomen (ook van de producties 45 t/m 65 van Holstar c.s. en de wijziging van eis van Holstar c.s., zoals later in dit arrest zal worden toegelicht):

-

het procesdossier van de eerste aanleg, waaronder het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2018 (hierna: het bestreden vonnis);

-

de dagvaarding in hoger beroep van 3 oktober 2018;

-

de anticipatie dagvaarding van 24 januari 2019;

-

de memorie van grieven, met daarin opgenomen vijf grieven (met producties 1 t/m 20);

-

de akte overlegging producties van de zijde van Holstar c.s. van 25 juni 2019 (met producties 21 t/m 34);

-

de memorie van antwoord (met producties 67 t/m 84);

-

de akte overlegging producties van de zijde van Holstar c.s. van 3 september 2019 (met producties 35 t/m 44);

-

de antwoordakte van de zijde van de curator van 1 oktober 2019 (met productie 85);

-

de producties 45 t/m 65 van de zijde van Holstar c.s., door het hof ontvangen op 22 december 2020;

-

productie 66 van Holstar c.s., door het hof ontvangen op 12 januari 2021;

-

de incidentele conclusie tot schorsing van de tenuitvoerlegging, tevens akte wijziging van eis in de hoofdzaak van de zijde van Holstar c.s. van 12 januari 2021, op voorhand toegestuurd en door het hof ontvangen op 30 december 2020;

-

de memorie van antwoord in het incident van de zijde van de curator van 12 januari 2021 (met producties 85 en 86), op voorhand toegestuurd en door het hof ontvangen op 5 januari 2021.

Op 12 januari 2021 is de zaak mondeling voor het hof behandeld ter zitting. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Aan het slot van de zitting is arrest bepaald.

Feiten in de hoofdzaak en in het incident

2. De rechtbank is in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.43 van een aantal feiten uitgegaan. Grief I is gericht tegen de feitenvaststelling onder 2.32, 2.37, 2.40 en 2.41 van het bestreden vonnis. Het hof zal in het onderstaande rekening houden met hetgeen met betrekking tot bedoelde feiten naar voren is gebracht voor zover een en ander door de curator niet voldoende gemotiveerd is bestreden. Voor het overige zijn de feiten niet in geschil en zal ook het hof deze tot uitgangspunt nemen (voor zover relevant aangevuld met feiten die evenmin ter discussie staan).

Het gaat in deze zaak – voor zover in hoger beroep (nog) van belang – om het volgende:

2.1

Bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2016 is Ponsstar Holding B.V. (hierna: Ponsstar Holding) failliet verklaard met aanstelling van de curator als zodanig. Stichting Administratiekantoor Ponsstar (hierna: de STAK) is enig aandeelhouder en bestuurder van Ponsstar Holding. [X] (hierna: [X] ) is bestuurder van de STAK.

2.2

Tot 15 februari 2016 behoorde aan Ponsstar Holding in eigendom toe een boerderij met ondergrond en toebehoren, gelegen aan het adres [adres] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadasternummer] (hierna: de boerderij), alsook een zestal daarnaast gelegen percelen weiland, kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadasternummers] (hierna: de weilanden). De boerderij en de weilanden zullen tezamen worden aangeduid als het onroerend goed.

2.3

Op 4 maart 2014 is de Coöperatie opgericht. De Coöperatie richt zich op het fokken en houden van melkvee. Haar bestuurders zijn [X] (sinds 4 maart 2014) en [Y] (sinds 29 september 2015, hierna: [Y] ).

2.4

Blijkens een (inmiddels) door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst (getiteld “Huurovereenkomst”, maar te kwalificeren als pachtovereenkomst) heeft Ponsstar Holding met ingang van 1 mei 2014 de boerderij met weilanden aan de Coöperatie verpacht.

2.5

Holstar is op 4 november 2015 opgericht. Holstar is een vennootschap die zich richt op het beheer van onroerend goed en het fokken en houden van runderen (geen melkvee). Enig aandeelhouder en bestuurder van Holstar is de STAK.

2.6

Uit een akte, gedateerd 4 november 2015, volgt dat de Coöperatie haar vordering op Ponsstar Holding uit hoofde van een leenovereenkomst van 17 maart 2013, ter hoogte van € 900.000,- cedeert aan Holstar. Daarbij is bepaald dat de Coöperatie daardoor “recht heeft op betaling”, en dat de Coöperatie en Holstar ter zekerheid van die betaling een recht van hypotheek zullen vestigen op het aangekochte onroerend goed.

2.7

Uit een akte, gedateerd 4 november 2015, volgt dat de Coöperatie haar vordering op Ponsstar Holding uit hoofde van een leenovereenkomst van 1 juni 2014 cedeert aan Holstar. Daarbij is opnieuw bepaald dat de Coöperatie daardoor “recht heeft op betaling”.

2.8

Uit een akte, gedateerd 5 november 2015, volgt dat tussen Ponsstar Holding en Holstar een koopovereenkomst is gesloten, waarbij Ponsstar Holding de boerderij aan Holstar heeft verkocht (hierna: de koopovereenkomst). De akte is (tweemaal) ondertekend door [X] , die beide vennootschappen vertegenwoordigde. In de koopovereenkomst is – voor zover relevant – het volgende bepaald:

“a. De Koopsom is 750.000 euro. Koper en verkoper zijn akkoord dat de koopsom wordt verrekend met de openstaande vordering die koper heeft op verkoper, in totaal 900.000 euro Na deze verrekening staat er 150.000 euro open ten gunste van koper.

(...)

k. De Onroerende zaak is vrij van huur.”

2.9

Uit een akte, gedateerd 14 december 2015, volgt dat tussen Ponsstar Holding en Holstar een koopovereenkomst is gesloten, waarbij Ponsstar Holding de weilanden aan Holstar heeft verkocht. De akte is (tweemaal) ondertekend door [X] , die beide vennootschappen vertegenwoordigde. In die koopovereenkomst is – voor zover relevant – het volgende bepaald:

“a. De Koopsom is 25.000 euro. Koper en verkoper zijn akkoord dat de koopsom wordt verrekend met de openstaande vordering die koper heeft op verkoper, in totaal 150.000 euro Na deze verrekening staat er 100.000 euro open ten gunste van koper.”

2.10

Op 22 januari 2016 hebben derden het faillissement van Ponsstar Holding aangevraagd.

2.11

Bij leveringsakte van 15 februari 2016 heeft levering plaatsgevonden van de boerderij en de weilanden van Ponsstar Holding aan Holstar, waarbij [X] optrad als vertegenwoordiger van beide comparanten. In de leveringsakte is – voor zover relevant – het volgende bepaald:

Artikel 3. 1. De koopprijs van het verkochte sub 1. [de boerderij] bedraagt vier honderd zestig duizend euro (€ 460.000,00), en voor het verkochte sub 2. tot en met sub 7 [de weilanden] vijf en twintig duizend euro (25.000,00), derhalve in totaal vier honderd vijf en tachtig duizend euro (€ 485.000,00).

2. Koper heeft een vordering op verkoper groot één miljoen vijftig duizend euro (€ 1.050.000,00).

3. Verkoper en koper zijn overeengekomen dat koper de koopprijs betaalt door verrekening met een gedeelte ad vier honderd vijf en tachtig duizend euro (€ 485.000,00) van de in het vorige lid gemelde vordering. Ter uitvoering waarvan een en ander verrekend wordt zodat van de in het vorige lid gemelde vordering resteert vijf honderd vijf en zestig duizend euro (€ 565.000,00)”.

2.12

Eveneens op 15 februari 2016 is een hypotheekakte verleden, waarbij door Holstar ten behoeve van de Coöperatie een recht van hypotheek werd gevestigd op de boerderij en de weilanden en een recht van pand op – kort gezegd – roerende zaken die bestemd zijn het onroerend goed duurzaam te dienen, de te vorderen huur- en pachtpenningen en gebruiksvergoedingen indien het onroerend goed aan een ander in gebruik zou worden gegeven en op alle overige vorderingen jegens derden met betrekking tot het onroerend goed.

2.13

Op 16 februari 2016 heeft de eerste behandeling van de faillissementsaanvraag van Ponsstar Holding plaatsgevonden. [X] heeft toen – kennelijk namens Ponsstar Holding – het verweer gevoerd dat Ponsstar Holding per 15 februari 2016 door een turboliquidatie in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW is opgehouden te bestaan.

2.14

Ter gelegenheid van de tweede behandeling van de faillissementsaanvraag hebben de aanvragers betoogd dat Ponsstar Holding nog over baten beschikte, omdat Ponsstar Holding paulianeus zou hebben gehandeld bij de verkoop van het onroerend goed, Ponsstar Holding eerder zou hebben verklaard dat zij nog over € 90.000 aan activa beschikte en (de boedel van) Ponsstar Holding nog een vordering zou kunnen hebben op haar bestuurder op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Op grond van die argumenten heeft de rechtbank geoordeeld dat er nog baten waren, waarna zij het faillissement van Ponsstar Holding heeft uitgesproken met aanstelling van de curator als zodanig.

2.15

Bij brief van 4 maart 2016 aan Holstar heeft de curator de koopovereenkomst tussen Ponsstar Holding en Holstar, de daarop volgende levering en de verrekening van de koopsom buitengerechtelijk vernietigd op grond van de pauliana (artikelen 42 en 47 Fw).

2.16

Bij brieven van 8 maart 2016 aan Holstar en de Coöperatie heeft de curator ook de vestiging van het hypotheekrecht op het onroerend goed buitengerechtelijk vernietigd.

3. Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de levering van het onroerend goed aan Holstar rechtsgeldig door de curator is vernietigd. Holstar is daarbij veroordeeld tot teruglevering van het onroerend goed aan Ponsstar Holding. Daarnaast is aan de Coöperatie het gebod opgelegd het op het onroerend goed gevestigde hypotheekrecht binnen drie dagen na betekening van het vonnis te (doen) doorhalen, zodat het onroerend goed vrij van hypotheek en pandrechten kan worden teruggeleverd aan Ponsstar Holding. Holstar c.s. is daarnaast veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4. De rechtbank heeft deze beslissing, voor zover thans van belang, als volgt gemotiveerd:

( a) De levering van het onroerend goed heeft plaatsgevonden nadat het faillissement was aangevraagd, waarvan Holstar, in de persoon van [X] – wiens kennis vanzelfsprekend toegerekend kan worden aan die vennootschap – op de hoogte was, zodat de eerste in artikel 47 Fw genoemde situatie zich voordoet en de curator reeds op die grond de levering kan vernietigen;

( b) Ook is – zo oordeelt de rechtbank ten overvloede – sprake van samenspanning als bedoeld in artikel 47 Fw: zowel bij Ponsstar Holding als bij Holstar (oftewel: bij [X] ) bestond het oogmerk door het sluiten van koopovereenkomsten, waarbij de koopsom werd verrekend met een schijnvordering, het onroerend goed te leveren aan Holstar en dus Holstar te begunstigen boven andere schuldeisers;

( c) De andere schuldeisers werden door de overdracht van het onroerend goed aan Holstar benadeeld, omdat het enige actief aan de boedel is onttrokken zonder dat daarvoor – gelet op de overeengekomen verrekening (met een schijnvordering) – geld in de boedel van Ponsstar Holding zou vloeien;

( d) Door de vernietiging van de levering is Holstar geen rechthebbende op het onroerend goed geworden en kan de curator het onroerend goed opvorderen met een goederenrechtelijke vordering (artikel 5:2 BW);

( e) De Coöperatie heeft geen geldende rechten verkregen, omdat Holstar niet beschikkingsbevoegd was toen zij op 15 februari 2016 een hypotheekrecht en pandrechten verleende. Nu [X] ook bij de Coöperatie de touwtjes in handen heeft, komt de Coöperatie - als niet te goeder trouw - geen derdenbescherming toe.

De grieven en de vordering in hoger beroep

5. Holstar c.s. kan zich met deze beslissingen van de rechtbank niet verenigen en vordert in hoger beroep het bestreden vonnis te vernietigen en het geschil aan te houden totdat in rechte onherroepelijk komt vast te staan of 1) sprake is van een pachtovereenkomst; zo ja, welke 2) ingeschreven is in de Grondkamer en waarbij 3) onherroepelijk vast is gesteld dat de pachters hun bestaande vorderingen welke voortvloeien uit deze pachtovereenkomst kunnen verrekenen, en afhankelijk van de uitkomst onder 1), 2) en 3) de curator alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, althans hem diens vorderingen (al dan niet gedeeltelijk) te ontzeggen, althans het vonnis (gedeeltelijk) te bekrachtigen, met veroordeling van de curator in de kosten van beide instanties, voor zover wettelijk mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

6. Holstar c.s. heeft vijf grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis. Grief I is gericht tegen de feitenvaststelling (zie rov. 2). Met grief II klaagt Holstar c.s. dat de rechtbank ten onrechte buiten beschouwing laat dat het bestaan van huur/

pachtovereenkomst(en) van groot belang is voor de waarde van het onroerend goed en daarmee van belang is bij de beoordeling van de vraag in hoeverre sprake is van benadeling. Grief III bevat als klacht dat de rechtbank ten onrechte de verklaringen van [Y] behandelt als ware deze onder ede in een getuigenverhoor afgelegd en ten onrechte concludeert dat sprake zou zijn van een schijnvordering. Grief IV komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van samenspanning in de zin van artikel 47 Fw. Grief V ten slotte is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van benadeling in de zin van artikel 47 Fw.

7. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling voor het hof op 12 januari 2021 heeft Holstar c.s., bij incidentele conclusie tot schorsing van de tenuitvoerlegging tevens akte wijziging van eis in de hoofzaak, haar eis gewijzigd in de zin dat zij thans vordert:

Primair: het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van de curator alsnog af te wijzen;

Subsidiair: voor zover de vorderingen van de curator (gedeeltelijk) worden toegewezen, het in deze te wijzen arrest niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, totdat in deze procedure een onherroepelijke uitspraak is gewezen welke in kracht van gewijsde is gegaan; met veroordeling van de curator in de kosten van beide instanties.

Tevens heeft Holstar c.s. daarbij in het incident gevorderd de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis te schorsen totdat het hof eindarrest heeft gewezen. Het hof zal hierop in het hiernavolgende nader ingaan.

Beoordeling in de hoofdzaak en het incident

Beslissing