Gerechtshof Den Haag, 02-03-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:553, 200.268.805/01
Gerechtshof Den Haag, 02-03-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:553, 200.268.805/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 19 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2021:553
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:1339, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.268.805/01
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Beding in huwelijkse voorwaarden; uitkering aan echtgenote uit hoofde van nakoming van een natuurlijke verbintenis. Uitkering bij overlijden of bij echtscheiding. Quasi-legaat in de zin van art. 4:126 lid 2 onder c BW?
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel, team familie
Zaaknummer : 200.268.805/01
Zaaknummer / rolnummer rechtbank: C/09/555353 / HA ZA 18-712
arrest d.d. 2 maart 2021
inzake
1. [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
beiden pro se en in hun hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van
[erflater] ,
appellanten in principaal appel,
geïntimeerden in incidenteel appel,
advocaat: mr. I.W. van Osch te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum te Den Haag.
Partijen zullen hierna [appellant 1] , [appellant 2] en [geïntimeerde] worden genoemd. Appellanten in principaal appel worden gezamenlijk aangeduid als [appellant 1] c.s.
Het geding
Bij dagvaarding van 22 oktober 2019 is [appellant 1] c.s. in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 24 juli 2019 en 11 september 2019, tussen [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en [appellant 1] c.s. als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gewezen. Het vonnis van 11 september 2019 houdt een aanvulling in op het vonnis van 24 juli 2019. De beide vonnissen zullen gezamenlijk worden aangeduid als het bestreden vonnis.
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen daarover in het bestreden vonnis is vermeld.
[appellant 1] c.s. heeft in de memorie van grieven vijf grieven geformuleerd.
Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven weersproken. Zij heeft tevens incidenteel appel ingesteld, onder formulering van twee grieven, en haar eis vermeerderd.
[appellant 1] c.s. heeft een memorie van antwoord in incidenteel appel genomen. Vervolgens heeft zij nog een akte genomen. [geïntimeerde] heeft afgezien van het nemen van een antwoordakte.
Tot slot hebben partijen hun procesdossier gefourneerd en arrest gevraagd.