Home

Gerechtshof Den Haag, 08-02-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:138, 200.294.034/01

Gerechtshof Den Haag, 08-02-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:138, 200.294.034/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
8 februari 2022
Datum publicatie
28 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:138
Formele relaties
Zaaknummer
200.294.034/01

Inhoudsindicatie

Vordering tot verstrekking van gegevens met betrekking tot advertenties en accounts waarmee derden inbreuk maken en onrechtmatig handelen; internationale bevoegdheid

Uitspraak

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.294.034/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/604813 / KG ZA 20-1249

arrest van 8 februari 2022

inzake

1 Facebook Inc.,

gevestigd te Menlo Park, Californië, Verenigde Staten,

2. Facebook Ireland Limited,

gevestigd te Dublin, Ierland,

appellanten in principaal beroep,

verweersters in incidenteel beroep,

hierna afzonderlijk te noemen: Facebook Inc. en Facebook Ireland en gezamenlijk aan te duiden als: Facebook,

advocaat: mr. R.D. Chavannes te Amsterdam,

tegen

1 PVH Europe B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. Tommy Hilfiger Licensing B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. Tommy Hilfiger Europe B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. Tommy Hilfiger Licensing LLC,

gevestigd te New Castle County, Verenigde Staten,

5. Tommy Hilfiger U.S.A. Inc,

gevestigd te New Castle County, Verenigde Staten,

geïntimeerden in principaal beroep,

appellanten in incidenteel beroep,

hierna afzonderlijk te noemen: PVH BV, TH Licensing BV, TH Europe, TH Licensing LLC en TH USA, en gezamenlijk aan te duiden als: PVH c.s.,

advocaat: mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam.

1 De zaak in het kort

1.1.

PVH c.s. heeft geconstateerd dat er op online platformen van Facebook veel advertenties circuleren die volgens PVH c.s. onrechtmatig zijn ten opzichte van haar, onder meer omdat daarmee inbreuk wordt gemaakt op haar auteursrechten en merkrechten. PVH c.s. eist in dit kort geding dat Facebook gegevens verstrekt over advertenties die zijn verschenen na een eerdere bodemzaak tussen partijen.

1.2.

In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter de vorderingen grotendeels toegewezen. Het hof wijst de vorderingen af, deels omdat de Nederlandse rechter onbevoegd is en deels omdat PVH c.s. de onrechtmatigheid van de advertenties onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.

2 Het procesverloop

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het hoger beroep

6 De beslissing