Gerechtshof Den Haag, 09-08-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1499, 200.300.661-01
Gerechtshof Den Haag, 09-08-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1499, 200.300.661-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2022
- Datum publicatie
- 23 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1499
- Zaaknummer
- 200.300.661-01
Inhoudsindicatie
kort geding; verbod om persoonsgegevens zonder toestemming te publiceren; eerbieding van de privacy en goede naam, vrijheid van meningsuiting; art.8 EVRM, art.10 EVRM
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.300.661/01Zaaknummer rechtbank : C/09/610250 / KG ZA 21-342
Arrest in kort geding van 9 augustus 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [woonplaats] ( [...] ),
appellant,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
tegen
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën, Belastingdienst),
zetelend in Den Haag,
verweerder,
advocaat: mr. J.S. Bierens te Den Haag.
Het hof zal partijen hierna ‘ [appellant] ’ en ‘de Staat’ noemen.
1 De zaak in het kort
[appellant] heeft ongevraagd persoonsgegevens van twee medewerkers van de Belastingdienst op een website gepubliceerd en via twitterberichten bekend gemaakt. De Staat heeft hem verzocht deze gegevens te verwijderen en niet verder bekend te maken. Omdat [appellant] dat niet deed is de Staat dit kort geding begonnen. De voorzieningenrechter heeft [appellant] bevolen om (verwijzingen naar) deze persoonsgegevens te verwijderen en geen publicaties met persoonsgegevens meer openbaar te (laten) maken, op straffe van een dwangsom.
In hoger beroep vindt [appellant] dat hij niet aansprakelijk is en ook dat het verbod om in de toekomst geen persoonsgegevens openbaar te (laten) maken, te ruim is. Het hof houdt [appellant] wel aansprakelijk, maar (her)formuleert het verbod beperkter dan de voorzieningenrechter heeft gedaan.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding van 5 juli 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 9 juni 2021;
- -
-
de memorie van grieven van [appellant] ;
- -
-
de memorie van antwoord van de Staat, met bijlagen t/m productie 12;
- -
-
de akte van de Staat met productie 13;
- -
-
de akte van [appellant] met productie 14;
- -
-
de antwoordakte van de Staat met een tweede productie 13.
Op 16 juni 2022 vond een mondelinge behandeling plaats. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is buiten aanwezigheid van partijen een proces-verbaal opgemaakt.
3 Feitelijke achtergrond
[appellant] en zijn vader verschillen met een gemeente en (andere) overheidsinstanties van inzicht over de rechtmatigheid van de gedwongen ontruiming en sluiting van de camping [de camping] en andere zaken. Sinds januari 2017 publiceert [appellant] hierover op de website “ [website] ” (hierna: de website).
Rondom de ontruiming en sluiting van [de camping] vonden procedures plaats. In het kader daarvan zijn twee ambtenaren werkzaam bij de Belastingdienst opgeroepen om te getuigen in oktober 2020. Vanwege hun geheimhoudingsplicht konden zij op bepaalde vragen geen antwoord geven.
Op 27 oktober 2020 verscheen een artikel op de website met de titel “Update [de camping] ” (hierna: het artikel). In het artikel zijn de twee ambtenaren zonder hun toestemming met voor- en achternaam genoemd en zijn – elders van het internet gekopieerde – portretfoto’s van hen gepubliceerd. In het artikel wordt gesuggereerd dat de ambtenaren zich met “geheime malafide praktijken” bezig houden. Op 27 november 2020 heeft de Staat schriftelijk aan [appellant] verzocht om de persoonsgegevens te verwijderen.
Daarna is het artikel aangepast. Op 25 mei 2021 waren de portretfoto’s verwijderd en vermeldde het artikel niet meer de volledige namen van de ambtenaren, maar hun voornamen en de initialen van hun achternamen. Er waren toen links toegevoegd naar de LinkedIn-pagina’s van de ambtenaren. De suggestie dat de ambtenaren “geheime malafide praktijken” verrichten is blijven staan.
Op 13 december 2020 verscheen een tweet op het twitteraccount van [de camping] ( [twitteraccount] ) waarin de tweeter, onder vermelding van (opnieuw) de volledige namen en een link naar het artikel, schrijft dat nu hij de ambtenaren noemt “komen aan alle kanten de bedreigingen van de landsadvocaat mr. Jordi Bierens binnen. Schijnbaar werkt naming and shaming!”
In februari 2021 gaf [appellant] een interview aan Uitgeverij De Blauwe Tijger over het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (een samenwerkingsverband van verschillende overheden dat ernaar streeft ondermijnende criminaliteit te bestrijden; hierna: RIEC). In dit interview haalde [appellant] een aantal zaken aan die ook speelden bij de zaak van [de camping] . Een verslag daarvan publiceerde De Blauwe Tijger op haar website met daarbij de naam en de portretfoto van een van de twee ambtenaren.
Op 4 maart 2021 is het LinkedIn-profiel van laatstgenoemde ambtenaar vanaf het twitteraccount van [de camping] doorgestuurd naar een andere organisatie.
Nadat op 9 juni 2021 in de onderhavige procedure vonnis was gewezen, zijn de Twitterberichten verwijderd en is het artikel op de website aangepast, zodat de verwijzingen naar de LinkedIn-profielen daar niet meer op staan. Tegelijkertijd is het vonnis met de namen van de twee ambtenaren op de website van [de camping] gepubliceerd. Het vonnis is niet door de rechtbank gepubliceerd, laat staan ongeanonimiseerd.