Gerechtshof Den Haag, 19-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:634, 200.290.526/01
Gerechtshof Den Haag, 19-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:634, 200.290.526/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 3 juni 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:634
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2021:3126, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.290.526/01
Inhoudsindicatie
Vernietiging particuliere borgtocht wegens dwaling
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.290.526/01
Zaaknummer rechtbank : 10/597259 HA ZA 20-520
Publicatie vonnis : ECLI:NL:RBROT:2021:3126
Arrest van 19 april 2022
in de zaak van:
Atlantis Financiers N.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
appellante,
hierna te noemen: Atlantis,
advocaat: mr. S.K. Tuithof te Haarlem,
tegen
[geïntimeerde],
wonend in [woonplaats],
verweerster,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. R. Slotboom te Rotterdam.
1 De zaak in het kort
[geïntimeerde] heeft zich op verzoek van haar moeder borg gesteld voor de nakoming van een kredietovereenkomst tussen Atlantis (als kredietverstrekker) en het bedrijf van de moeder van [geïntimeerde]. Dat bedrijf komt de kredietovereenkomst niet na en Atlantis spreekt [geïntimeerde] daarom aan als borg. [geïntimeerde] voert verweer en stelt dat zij heeft gedwaald toen zij zich borg stelde.
Het hof oordeelt, net zoals de rechtbank, dat Atlantis [geïntimeerde] onvoldoende heeft voorgelicht over de risico’s van de borgstelling en dat sprake is van dwaling. De borgtocht is vernietigd. [geïntimeerde] hoeft Atlantis niet te betalen.
2 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- het dossier van de procedure bij de rechtbank Rotterdam;
- het vonnis van 20 januari 2021 (hierna: het vonnis);
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep van 3 februari 2021;
- -
-
de memorie van grieven met producties;
- -
-
de memorie van antwoord met producties.
Op 21 maart 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak tijdens de zitting toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
3 Feitelijke achtergrond
Tussen partijen staat onder meer het volgende vast.
[moeder] is de moeder van [geïntimeerde] (zij wordt hierna genoemd: [moeder] of: de moeder van [geïntimeerde]).
[moeder] was enig aandeelhouder en enig bestuurder van de volgende twee vennootschappen:
- The People Company Zuid-Holland B.V. (hierna: TPCZ) en
- De Workaholics B.V. (ontbonden op 1 januari 2019).
Beide vennootschappen (hierna ook gezamenlijk aan te duiden als TPCZ) hielden zich bezig met uitzendwerk, re-integratie en onderwijs. In dat kader werd ook een lunchroom als horecaleerbedrijf geëxploiteerd.
[geïntimeerde] was sinds 1 november 2017 werkzaam voor TPCZ, eerst als horecamanager in het horecaleerbedrijf tegen een bruto uurloon van € 7,33 en later als junior intercedente.
Atlantis is een kredietverstrekker. Zij heeft op 4 december 2018 een kredietovereenkomst gesloten met TPCZ (hierna: de kredietovereenkomst). Daarbij is een krediet in rekening-courant aan TPCZ verstrekt van maximaal € 50.000,-. TPCZ werd bij het aangaan van de kredietovereenkomst vertegenwoordigd door [moeder]. TPCZ heeft toen haar debiteurenportefeuille verpand/gecedeerd aan Atlantis.
Medio maart 2019 heeft [geïntimeerde] met haar toenmalige partner een woning gekocht voor € 225.000,-.
Bij e-mail van 29 mei 2019 heeft [moeder] haar contactpersoon bij Atlantis, de heer [medewerker Atlantis] (hierna: [medewerker Atlantis]), als volgt om extra krediet ten behoeve van TPCZ gevraagd:
“(...) Onderwerp: Brutale vraag
Goedemorgen [medewerker Atlantis],
Nu er eindelijk weer uitzicht is op goede inkomsten, durf ik dit wel te vragen.
Zoals je zult begrijpen hebben wij het de afgelopen maanden heel zwaar gehad qua financiën. Eerder heb ik niet durven zoeken naar een mogelijke investeerder, omdat er nauwelijks inkomsten en/of toekomstperspectief was.
Nu durf ik dat wel te doen, door het uitzicht op weer reguliere inkomsten vanuit het UWV en
hoop dat jij/jullie wellicht iemand kennen of weten?
Graag zou ik bijvoorbeeld 49% van mijn aandelen verkopen om zo de komende maanden
financieel te kunnen overbruggen.
Indien jij/jullie nog andere opties weten/hebben dan hoor ik dat ook graag natuurlijk.
Weet dat ik veel vraag, vandaar ook als onderwerp brutale vraag, maar weet gewoon zeker
dat we de komende tijden alles dubbel en dwars kunnen gaan terug verdienen.
Echter heb ik nu naast jullie, natuurlijk een aantal zaken welke dringend betaalbaar gesteld
dienen te worden op korte termijn.
Het zou erg jammer zijn als we nu alsnog gaan omvallen, waar denk ik niemand bij gebaat is, dus ik vraag dit echt niet alleen voor ons zelf, maar juist ook voor alle zaken welke ik graag netjes wil afbetalen/afronden.
Natuurlijk begrijp ik dat ik een vergroot risico met mij meebreng door jullie ervaringen de
afgelopen tijd, maar ik hoop ook dat je/jullie toch gemerkt/gezien hebben dat ik er keihard
voor vecht en er echt alles aan doe om zaken goed af te handelen. (...)”
In een gesprek op 8 juli 2019 tussen [medewerker Atlantis] en [moeder] is besproken dat [geïntimeerde] een woning had gekocht. Atlantis heeft vervolgens aangegeven bereid te zijn extra financiering aan TPCZ te verstrekken op (onder meer) de voorwaarde dat [geïntimeerde] zich borg zou stellen en zich als bestuurder van TPCZ zou inschrijven. [geïntimeerde] heeft in dat verband op 12 juli 2019 telefonisch contact opgenomen met [medewerker Atlantis].
Op 15 juli 2019 werd de door [geïntimeerde] en haar toenmalige partner gekochte woning geleverd. Diezelfde dag liet de moeder van [geïntimeerde] aan Atlantis weten dat [geïntimeerde] borg wilde staan en dat zij op 22 juli 2019 naar de Kamer van Koophandel zouden gaan (ten behoeve van de inschrijving van [geïntimeerde] als bestuurder).
[medewerker Atlantis] heeft [moeder] en [geïntimeerde] de dag erna als volgt bericht (per e-mail van 16 juli 2019, met c.c. aan [geïntimeerde], verzonden om 15:08 uur):
“Hoi [moeder] en [geïntimeerde],
Middels deze weg bevestig ik dat wij heden de kredietfaciliteit tijdelijk zullen verhogen (overstand) tot maximaal 120.000 EUR. De contractuele uitwerking hiervan volgt nog zodra [geïntimeerde] ingeschreven staat in de Kamer van Koophandel.
Wij verbinden de volgende (opschortende) voorwaarden aan deze verhoging, namelijk:
1) Er zal een (aanvullende) borgtocht door [moeder] (met toestemming van diens partner) worden verstrekt, een en ander tot maximaal 120.000 EUR;
2) Er zal een borgtocht worden verstrekt door [geïntimeerde], een en ander tot maximaal 120.000 EUR;
3) Per 22 juli zal [geïntimeerde] zich inschrijven als bestuurder van The People Company Zuid-Holland B.V. en zal daarvoor een aanvullende akte bij ons tekenen ter bevestiging daarvan. Zij gaat daarmee eveneens onderdeel uitmaken van de bestaande verplichtingen tussen The People Company Zuid-Holland B.V. c.s. en ondergetekende.
(...)
Ik wens jou, [geïntimeerde], nog uitdrukkelijk te wijzen op de verplichtingen die jij door ondertekening van deze borgtocht aan ons hebt. Dat wil - kort - zeggen dat wanneer een van de contractanten in onze (krediet)overeenkomst verzuimt afspraken na te komen, wij het recht hebben onze vordering op jou persoonlijk te verhalen. Dit kan dus ook betekenen dat wij op dat moment beslagen leggen op je banktegoeden, roerende en/of onroerende zaken en eventuele overige vermogensbestanddelen.
Aangehecht tref je de besproken borgtochten. In geval van [geïntimeerde] komen wij rond 4 uur ter plaatse om deze te ondertekenen. (...)”
Diezelfde dag heeft [geïntimeerde] zich borg gesteld voor het bedrag van € 120.000,-. In de overeenkomst van borgtocht (hierna ook: de borgtocht) staat onder meer het volgende:
“Partijen:
1) Mevrouw [geïntimeerde] , geboren op [geboortedatum] (...), hierna te noemen de “Borg”
2) Atlantis (...); (...)
In aanmerking nemende dat:
A. dat ATLANTIS aan (...) [hof: TPCZ ] (...), hierna te noemen de “Schuldenaar” (...) een krediet in rekening-courant heeft verstrekt of zal verstrekken tot maximaal een bedrag groot EUR 50.000 (...) te vermeerderen met wettelijke rente en kosten;
B. dat ATLANTIS aan de Borg om een borgstelling heeft verzocht voor de betaling van de bedragen die Schuldenaar aan ATLANTIS is verschuldigd uit hoofde van de overeenkomst in het geval dat de schuldenaar niet tot betaling van die bedragen aan ATLANTIS overgaat, (...);
C. dat de Borg bereid is ter zake van de uit hoofde van de Overeenkomst verschuldigde bedragen van schuldenaar aan ATLANTIS borg te staan en bereid is ATLANTIS te voorzien van een borgstelling, mede vanwege het feit dat deze borgstelling ook in het belang van de Borg is, aangezien de Borg (indirect) hoofdaandeelhouder en/of bestuurder is van de schuldenaar en uit dien hoofde gebaat is bij de kredietverschaffing aan de Schuldenaar.
Partijen komen overeen dat:
1. Mevrouw [geïntimeerde], borg, zich middels deze overeenkomst van borgtocht verbindt jegens ATLANTIS als borg (...) zulks tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen ATLANTIS van Schuldenaar te vorderen heeft of in de toekomst te vorderen zal krijgen (...), één en ander tot een maximum bedrag van EUR 120.000 (...) te vermeerderen met rente en kosten.
(...)
Mevrouw [geïntimeerde], borg, goed als borg voor EUR 120.000, voluit handgeschreven
[hof: het hierna volgende is handgeschreven:]
goed als borg voor eur. 120.000
(...) ”
De volgende dag (17 juli 2019) heeft [medewerker Atlantis] namens Atlantis per e-mail aan [moeder] en [geïntimeerde] bericht (onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven e-mail van 16 juli 2019):
“Dag [moeder] en [geïntimeerde],
Bijgaand (*) de getekende varianten van de gisteren getekende borgtocht bij jullie op kantoor in Dordrecht. Dit ter kennisname.
Wil jij [geïntimeerde], mij voorts nog bevestigen dat alles duidelijk is en je de e-mail hieronder hebt ontvangen en daarmee akkoord bent?(...)”
[geïntimeerde] heeft diezelfde dag per e-mail geantwoord dat zij de e-mails in goede orde heeft ontvangen, gelezen en begrepen en dat zij akkoord is. Zij heeft zich vervolgens, op 22 juli 2019, bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurder van TPCZ met terugwerkende kracht tot 15 juli 2019.
Bij e-mail van 1 november 2019 heeft [geïntimeerde] aan [medewerker Atlantis] bericht:
“(...) Bij deze stuur ik je het excel bestand met de omzet per week van de horeca. (...)
Bij de overzichten van de bank kan ik niet. Als je deze informatie wil hebben horen we dat graag zodat [moeder] dit kan regelen voor je. (...)”
Op 14 april 2020 heeft Atlantis de kredietovereenkomst met TPCZ opgezegd wegens een overstand van € 160.471,83. Diezelfde dag heeft Atlantis [geïntimeerde] als borg gesommeerd tot betaling van € 120.000,-. De dag erna (15 april 2020) heeft [geïntimeerde] zich bij de Kamer van Koophandel laten uitschrijven als bestuurder van TPCZ.
Op 30 april 2020 heeft Atlantis conservatoir beslag gelegd op de onverdeelde helft van de woning van [geïntimeerde] en op de bankrekening van [geïntimeerde] (hierna: het beslag).
[moeder] en TPCZ zijn op verzoek van Atlantis in staat van faillissement verklaard.