Gerechtshof Den Haag, 07-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2178, 200.297.808/01
Gerechtshof Den Haag, 07-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2178, 200.297.808/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 15 november 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2178
- Zaaknummer
- 200.297.808/01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Omvang administratieplicht. Is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatige selectieve betalingen.
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.297.808/01Zaaknummer rechtbank : C/10/591920 / HA ZA 20-209
Arrest van 7 november 2023
in de zaak van
mr. [curator] q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Tower Services Europe B.V.,
kantoorhoudende te [plaats],
appellant in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. F. el Houzi te Rotterdam,
tegen
1 [geïntimeerde 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [vestigingsplaats],
3. [geïntimeerde 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [geïntimeerde 4],
wonende te [woonplaats],
5. [geïntimeerde 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
6. [geïntimeerde 6],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. S.A.H.J. Warringa te Rotterdam.
Het hof zal appellant hierna de curator noemen.
Geïntimeerden worden hierna afzonderlijk genoemd: [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4], [geïntimeerde 5] respectievelijk [geïntimeerde 6] en gezamenlijk: [geïntimeerden]
1 De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. De curator heeft de (indirecte) bestuurders van de failliete vennootschap Tower Services Europe B.V. aangesproken wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en op grond van onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers wegens selectieve betalingen aan een gelieerde vennootschap. De curator stelt zich op het standpunt dat de (indirecte) bestuurders de boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW hebben geschonden en dat zij zodanige fouten hebben gemaakt bij het aannemen en uitvoeren van een project voor de Zweedse vennootschap Preem AB dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank heeft de vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur afgewezen. De vordering op grond van artikel 6:162 BW wegens onrechtmatige selectieve betalingen is toegewezen en voor de bepaling van de schadevergoeding is de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure. Het hiertegen ingestelde incidenteel hoger beroep slaagt. Het hoger beroep van de curator wordt verworpen en het hof zal de vorderingen van de curator jegens de (indirecte) bestuurders alsnog in het geheel afwijzen.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding van 16 april 2021, waarmee de curator in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2021 (hierna: het vonnis);
- -
-
de memorie van grieven van de curator, met producties;
- -
-
de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel van [geïntimeerden], met producties;
- -
-
de memorie van antwoord in incidenteel appel van de curator;
- -
-
de akte houdende overlegging aanvullende producties van [geïntimeerden], met producties C59 tot en met C65.
Op 16 juni 2023 is de zaak mondeling voor het hof behandeld ter zitting. Partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Naar aanleiding hiervan heeft de curator opmerkingen gemaakt, waarop [geïntimeerden] hebben gereageerd. Vervolgens is arrest gevraagd.