Gerechtshof Den Haag, 28-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2255, 200.305.473/01
Gerechtshof Den Haag, 28-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2255, 200.305.473/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 november 2023
- Datum publicatie
- 6 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2255
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2021:11069, Bekrachtiging/bevestiging
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2020:7915, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.305.473/01
Inhoudsindicatie
Betalingen en leningen aan de enig statutair bestuurder van een stichting. Onverschuldigd betaald? Leningen terugbetaald? Finale kwijting? Verjaring?
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.305.473/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/577393 / HA ZA 19-621
arrest van 28 november 2023
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats],
appellant in principaal beroep,
verweerder in voorwaardelijk incidenteel beroep,
advocaat: mr. G.J.M. Volders te Den Bosch,
tegen
Stichting het Peuterhuis,
gevestigd te Dordrecht,
geïntimeerde in principaal beroep,
appellant in voorwaardelijk incidenteel beroep,
advocaat: mr. J.A.J.M. Jonk te Alblasserdam.
Partijen worden hierna [appellant] en de Stichting genoemd.
1 Waar de zaak over gaat
[appellant] is gedurende lange tijd de enig statutair bestuurder van de Stichting geweest. In de periode van zijn bestuurslidmaatschap (a) heeft hij in verband met voor de Stichting verrichte werkzaamheden een vergoeding ontvangen; en (b) is twee keer vanaf een bankrekening van de Stichting een geldbedrag overgeboekt op een aan hem toebehorende bankrekening. De Stichting vordert, kort gezegd, dat [appellant] deze bedragen aan haar (terug)betaald. [appellant] betoogt dat dit ten onrechte is, onder meer omdat aan hem decharge en finale kwijting is verleend.
De rechtbank heeft [appellant] veroordeeld tot (terug)betaling van voormelde bedragen. Het hof is het daarmee eens.
2 De processtappen
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2020 en 17 november 2021 (tezamen de vonnissen en afzonderlijk het tussenvonnis respectievelijk het eindvonnis) en de daarin genoemde stukken;
- het exploot van 24 november 2021 waarmee [appellant] in beroep is gekomen van de vonnissen, met één productie;
- het arrest van 15 februari 2022 waarbij een mondelinge behandeling na aanbrengen is bevolen;- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 20 april 2022;
- de memorie van grieven met producties 2 HB tot en met 4 HB;
- de memorie van antwoord in principaal beroep tevens houdende memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel beroep met producties 29 tot en met 34;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel beroep met productie 5 HB.
Op 22 november 2022 hebben partijen verzocht arrest te wijzen.
3 De feiten
De rechtbank heeft in het tussenvonnis onder het kopje ‘de feiten’ onder 2.1 tot en met 2.12 een aantal feiten weergeven. Deze feiten zijn tussen partijen niet in geschil en ook het hof zal daarvan uitgaan. [appellant] heeft zich in grief I onder meer op het standpunt gesteld dat de rechtbank een aantal ‘belangrijke feiten’ buiten beschouwing heeft gelaten. Het staat de rechter evenwel vrij de feiten te selecteren die hij voor zijn uitspraak relevant acht mits hij de door partijen aangevoerde feiten maar wel in zijn beoordeling meeneemt. Voor dat laatste verwijst het hof naar zijn beoordeling. Ook het hof zal in het navolgende de feiten selecteren die het voor de beoordeling van belang acht.
Met inachtneming van wat in hoger beroep is komen vast te staan gaat het in deze zaak om het volgende.
De Stichting, opgericht in 1990, exploiteert een kinderopvang en een kleuterspeelzaal. In haar statuten is onder meer het volgende bepaald.
“BESTUUR
Artikel 4.
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie leden. Het aantal leden wordt – met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. Bestuursleden kunnen alleen zij zijn die niet in dienstbetrekking werkzaam bij de stichting zijn. 2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De funkties van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
3. Bij het ontstaan van een (of meer) vakature(s) in het bestuur zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vakature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolgers(s).
4. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 8.
5. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun bestuurswerkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun funktie gemaakte kosten. (...)
DIRECTIE
Artikel 5.
1. Degenen die voor een vijfde deel of meer van de normale arbeidstijd werkzaam zijn voor de stichting anders dan tijdelijke krachten, vormen de directie.
2. De directie is belast met de algemene leiding van de peuteropvang.
3. De directie treedt eveneens op als adviesorgaan van het bestuur en kan in die hoedanigheid alle bestuursvergaderingen bijwonen en ten aanzien van de te nemen bestuursbesluiten gevraagd en ongevraagd haar advies verstrekken.
(...)
BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN
Artikel 6.
(...)
4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 bepaalde - door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, (...) door middel van aangetekende oproepingsbrieven.
(...)
6. Zolang in een bestuursvergadering alle in funktie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen (...)
8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht.
(...)
11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. Ingeval van een tegenstrijdig belang tussen de stichting en een van haar bestuurders is deze laatste onbevoegd tot het uitbrengen van een stem.
(...)
BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING
(...)
Artikel 8.
De stichting wordt in en buiten rechte uitsluitend vertegenwoordigd door de voorzitter tezamen met de secretaris, dan wel de voorzitter tezamen met de penningmeester.
(...)
EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP Artikel 9.
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
(...) bij schriftelijke ontslagneming (bedanken) (...)”
[appellant] was van 1 december 2005 tot en met 31 december 2018 bestuurder van de Stichting. Van 1 januari 2006 tot 13 september 2011 had het bestuur naast [appellant] nog drie andere leden ([naam 1], [naam 2] en [naam 3]). De afgetreden bestuursleden zijn niet vervangen.
Mevr. [directeur 1] ([directeur 1]) was in de periode van 1 januari 2006 tot en met 13 september 2011 directeur van de Stichting (vgl. art. 5 statuten). Per 1 augustus 2017 is haar dochter [directeur 2] ([directeur 2]) als directeur aangetreden.
Na ondertekening door [appellant] van een voor Kamer van Koophandel bestemd inschrijvingsformulier en aanbieding daarvan aan de Kamer van Koophandel door [appellant] is [directeur 2] per 1 augustus 2017 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurder van de Stichting. Nadien is zij per 25 maart 2019 weer uitgeschreven als bestuurder van de Stichting.
[appellant] is met ingang van 1 januari 2019 afgetreden als bestuurder.
Het huidige op 15 januari 2019 aangetreden bestuur van de Stichting bestaat uit drie personen.
[appellant] is/was tevens bestuurder van M&P Industries B.V., een vennootschap met meerdere werkmaatschappijen. Een van die werkmaatschappijen is M&P Advisory + Administration Services B.V. [appellant] heeft daarnaast een eenmanszaak onder de naam E.M.S.S., European Management and Sales Services (hierna: EMSS). In deze eenmanszaak houdt [appellant] zich bezig met het geven van bedrijfskundig en commercieel organisatorisch advies.
Tijdens het bestuurslidmaatschap van [appellant] zijn de administratieve werkzaamheden van de Stichting uitbesteed aan M&P Advisory + Administration Services B.V. Bestuurder van deze vennootschap is [naam 4] (hierna: [naam 4]).
EMSS heeft de Stichting gefactureerd voor door [appellant] ten behoeve van de Stichting verrichte werkzaamheden. De facturen werden gestuurd ‘per adres naar [naam 4]’ (van M&P Advisory + Administration Services B.V.). Over de periode van 2 juli 2012 tot en met 28 juli 2018 heeft de Stichting op basis van dergelijke aan haar toegezonden facturen in totaal € 33.546,20 aan EMSS voldaan.
Op 7 november 2006 heeft [appellant] € 10.000,- van de Stichting geleend. Bij de overboeking is (uitsluitend) een rentepercentage ("intrest") van 3,5% vermeld.
Op 7 oktober 2009 is van de rekening van de Stichting € 10.000,- overgeboekt naar de rekening van EMSS met de omschrijving: ‘tijdelijke aanvulling saldo’.
Vanaf 13 september 2018 heeft [directeur 2] met [appellant] gediscussieerd over de betalingen die hij via EMSS van de Stichting ontving en over haar inschrijving als bestuurder van de Stichting (rov. 3.2.4). In deze discussie heeft [appellant] zich laten bijstaan door een advocaat. Bij brief van 28 september 2018 heeft [directeur 2] onder meer aan [appellant] geschreven:
“Recent is mij duidelijk geworden dat jij periodiek/maandelijks een bepaald bedrag declareert bij de stichting onder vermelding van advieskosten. Reeds meerdere malen heb ik om inzicht gevraagd in de financiële stukken van de stichting. Met uitzondering van een door [X] opgesteld overzicht over de periode 2016 tot heden heb ik geen informatie en/inzicht gekregen. (...)
In ons gesprek van 6 september jl. hebben wij gesproken over jouw decharge als bestuursvoorzitter. Graag wil ik in een constructief gesprek de voorwaarden van jouw decharge bespreken. Gezien de vertrouwensbreuk als gevolg van de gemaakte advieskosten, zonder dat daar sinds 2011 afspraken of overleg over heeft plaatsgevonden, is een decharge de enige oplossing om tot een nieuw bestuur te komen.”
In een document met de titel ‘Notulen bij de bestuursvergadering per datum: 20 november 2018’ is onder meer het volgende vermeld:
“Notulen van de vergadering van het bestuur van Stichting Het Peuterhuis (...).
De vergadering wordt om 09.00 uur geopend door de voorzitter van de Stichting, zijnde de heer [appellant].
Hij stelt voorts vast, dat deze vergadering op 20 november 2018, derhalve met inachtneming van een termijn van zeven (7) dagen, is bijeengeroepen door (...) Met instemming van de vergadering wordt de heer [appellant] aangewezen om van het verhandelde in deze vergadering van bestuurders notitie te houden.
Agendapunt I (...)
Agendapunt II
Voorts stelt de voorzitter aan de orde een voorstel, tot een bestuurswisseling van Stichting Het Peuterhuis per 1 januari 2019. Hierbij zal het huidige bestuur (te weten: de alleen/zelfstandig bevoegde bestuurder, de heer [appellant]) aftreden en zal mevrouw [directeur 2] aantreden als bestuurder van de Stichting Het Peuterhuis (...)
De voorzitter stelt de uitslag van de stemming vast en constateert dat het voorstel unaniem is aanvaard en dat daarmee het besluit, omtrent de bestuurswisseling per 1 januari 2019, is goedgekeurd met inachtneming van de wettelijke en statutaire vereisten.
Agendapunt III
Allerlaatst stelt de voorzitter aan de orde een voorstel, dat ziet op de finale kwijting van het huidige bestuur van de Stichting. De heer [appellant] bekleedt thans de functie van alleen/zelfstandig bestuurder van de Stichting. Dit voorstel strekt ertoe om het bestuur finale kwijting te verlenen voor de periode van 1 december 2005 tot 1 januari 2019. Hierbij zal (het bestuur van) de Stichting Het Peuterhuis afstand doen van elk recht op aansprakelijkheid c.q. schadevergoeding vanwege mogelijke of gebleken onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur in de periode van 1 december 2005 tot 1 januari 2019.
En zal hierbij afstand worden gedaan van ieder vorderingsrecht, dat (het bestuur van) Stichting Het Peuterhuis heeft op dit bestuur ex art. 6:160 BW. De voorzitter licht hierbij toe, dat hieromtrent geen statutenwijziging noodzakelijk is.
De voorzitter stelt de uitslag van de stemming vast en constateert, dat het voorstel unaniem is aanvaard en dat daarmee het besluit, omtrent de finale kwijting van het huidige bestuur in de periode van 1 december 2005 tot 1 januari 2019, is goedgekeurd met inachtneming van de wettelijke en statutaire vereisten.
(...)”
Het onder Agendapunt III aangeduide besluit zal hierna worden aangeduid als: het novemberbesluit.
Op 28 december 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [appellant] en [directeur 2] waarbij (een deel van) de administratie van de Stichting aan [directeur 2] is overgedragen. Bij deze bespreking waren aanwezig de advocaten van [appellant] en [directeur 2] alsmede [naam 4] en [naam 5], de beoogd nieuwe administrateur van de Stichting (hierna: [naam 5]).
Op 13 oktober 2020 heeft de Stichting, na daartoe verkregen verlof, conservatoir beslag doen leggen op een aan [appellant] toebehorend registergoed.