Home

Gerechtshof Den Haag, 17-10-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2331, 200.321.680/01

Gerechtshof Den Haag, 17-10-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2331, 200.321.680/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
7 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2331
Zaaknummer
200.321.680/01

Inhoudsindicatie

Geen aantasting van een inmiddels gegunde opdracht na afwijzing van een kort geding in eerste aanleg.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.321.680/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/636958 / KG ZA 22-933

Arrest in kort geding van 17 oktober 2023

in de zaak van

het Academisch Ziekenhuis Groningen,

gevestigd in Groningen,

appellant,

advocaat: mr. P.P.R. Hoekstra, kantoorhoudend in Groningen,

tegen

1 de Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland,

gevestigd in Utrecht,advocaat: mr. G. Verberne, kantoorhoudend in Amsterdam,2. Symbiant B.V.,gevestigd in Alkmaar,

advocaat: mr. S.C. Brackmann, kantoorhoudend in Rotterdam,

3. de Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis,

gevestigd in Den Bosch,advocaat: mr. N.A.D. Groot, kantoorhoudend in Rotterdam,4. Eurofins Nederlands Moleculair Diagnostisch Laboratorium B.V.,

gevestigd in Rijswijk,advocaat: mr. T.J. Binder, kantoorhoudend in Rotterdam,verweersters.

Het hof noemt partijen hierna het UMCG, BVO, Symbiant, JBZ en Eurofins, deze laatste drie samen de winnende laboratoria.

1 De zaak in het kort

1.1

Het UMCG en de winnende laboratoria hebben ingeschreven op een aanbesteding van BVO voor drie percelen aan laboratoriumdiensten volgens de procedure voor sociale en andere specifieke diensten van § 2.2.1.8. van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw). BVO heeft een gunningsbeslissing met opschortingstermijn genomen ten gunste van de winnende laboratoria en heeft die beslissing daarna op verzoek van het UMCG nader gemotiveerd, waarna het UMCG binnen die termijn vorderingen in kort geding heeft ingesteld die zij vervolgens heeft verminderd tot een gebod tot het ontvangen van een meer uitgebreide motivering. De voorzieningenrechter heeft die vordering afgewezen, waarna BVO met de winnende laboratoria overeenkomsten heeft gesloten. Het UMCG vordert in hoger beroep naast dat eerdere motiveringsgebod ook dat BVO voorlopig geen uitvoering geeft aan die overeenkomsten en aan alle inschrijvers meldt dat zij de gunningsbeslissing voorlopig als niet geschreven moeten beschouwen, hangende het verkrijgen van een nadere motivering, een nieuwe opschortingstermijn en een eventueel tweede kort geding.

1.2

In dit arrest oordeelt het hof dat: (i) deze nieuwe vorderingen niet kunnen worden toegewezen omdat BVO daarvoor de eerste opschortingstermijn had kunnen benutten; en (ii) het bestaande motiveringsgebod moet worden afgewezen omdat BVO haar gunningsbeslissing, zoals aangevuld, al voldoende heeft gemotiveerd.

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 16 januari 2023 waarmee het UMCG in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 december 20221 en waarin het UMCG zijn grieven heeft opgenomen;

-

de brief van het UMCG van 20 januari 2023 met verzoek om behandeling als turbospoedappel;

-

de reacties van BVO, JBZ en Eurofins op dat verzoek;

-

de beslissing van het hof om de zaak niet als turbospoedappel te behandelen;

-

de vier afzonderlijke memories van antwoord van verweersters, waarvan die van Symbians, JBZ en Eurofins met bijlagen;

-

de akte van het UMCG, met één bijlage;

-

de vier afzonderlijke antwoordaktes van verweersters.

3 Feitelijke achtergrond

4 De procedure voor de voorzieningenrechter

5 Vorderingen in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing