Home

Gerechtshof Den Haag, 20-12-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2567, 200.310.624/01 en 200.310.624/02 en 200.310.625/01

Gerechtshof Den Haag, 20-12-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2567, 200.310.624/01 en 200.310.624/02 en 200.310.625/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
20 december 2023
Datum publicatie
27 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2567
Zaaknummer
200.310.624/01 en 200.310.624/02 en 200.310.625/01

Inhoudsindicatie

Onderbewindstelling en mentorschap niet noodzakelijk, gelet op het levenstestament van de betrokkene. Met de volmacht heeft de betrokkene voorzien in ondersteuning door dochter op financieel en niet financieel gebied. Onvoldoende gesteld om tot misbruik van de volmacht te concluderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummers : 200.310.624/01 en 200.624/02 en 200.310.625/01

zaaknummers rechtbank : 9649737 / GZ VERZ 22-868 en 9649738 GZ VERZ 22-869

beschikking van de meervoudige kamer van 20 december 2023

inzake

- [de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,hierna ook te noemen: de betrokkene/de moeder,

- [dochter] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: [dochter] ,

- [naam 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna ook te noemen: [naam 1]

verzoekers in het principaal hoger beroep,

verweerders in het incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers;

advocaat: mr. P.M. Boiten te Hendrik-Ido-Ambacht,

tegen

- [zoon 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. G.R. Sanders te Den Haag,

- [zoon 2] ,

wonende te [woonplaats] (België),

advocaat mr. V.K.S. Budhu Lall te Den Haag,

verweerders in het principaal hoger beroep,

verzoekers in het incidenteel hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de verweerders.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers (hierna ook te noemen: de bestreden beschikkingen), verbeterd bij beschikkingen van 31 maart 2022.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De verzoekers zijn op 4 mei 2022 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikkingen.

2.2

[zoon 1] heeft op 22 juli 2022 een verweerschrift ingediend tevens incidenteel hoger beroep en tevens verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.

2.3

[zoon 2] heeft op 5 augustus 2022 een verweerschrift ingediend tevens incidenteel hoger beroep en tevens verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.

2.4

De verzoekers hebben op 7 september 2022 een verweerschrift tegen het incidenteel hoger beroep en verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingediend.

2.5

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van de verzoekers van 3 november 2022 met bijlagen, ingekomen op 4 november 2022;

- een journaalbericht van de zijde van [zoon 2] van 20 oktober 2023 met bijlagen, ingekomen op diezelfde dag;

- een journaalbericht van de zijde van [zoon 1] van 21 oktober 2023 met bijlagen, ingekomen op diezelfde dag.

Het hof laat de stukken ingediend door mr. P.M. Boiten namens de verzoekers op 27 oktober 2023 buiten beschouwing, nu deze stukken tardief zijn overgelegd, daartegen bezwaar is gemaakt en deze niet eenvoudig zijn te doorgronden.

2.6

De mondelinge behandeling heeft op 1 november 2023 plaatsgevonden, gelijktijdig met de zaak bekend onder zaaknummer 200.314.794/01.

Verschenen zijn:

- de verzoekers, bijgestaan door mr. P.M. Boiten (allen via een video-verbinding);

- [zoon 1] , bijgestaan door mr. G.R. Sanders;

- [zoon 2] , bijgestaan door mr. V.K.S. Budhu Lall.

De advocaat van de verzoekers en de advocaat van [zoon 2] hebben pleitnotities overgelegd.

3 De feiten

3.1

De betrokkene [de moeder] is geboren te [plaats 1] , Suriname op [geboortedatum] 1937. De betrokkene is de moeder van [dochter] en [naam 1] en van de verweerders.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing