Home

Gerechtshof Den Haag, 02-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:848, 200.308.362/01

Gerechtshof Den Haag, 02-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:848, 200.308.362/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
2 mei 2023
Datum publicatie
10 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:848
Formele relaties
Zaaknummer
200.308.362/01

Inhoudsindicatie

Erflaatster heeft tijdens haar leven een stichting opgericht. De opgerichte stichting had een culturele doelstelling. In de stichting wordt door erflaatster ingebracht onroerende zaken voor vele honderd duizenden euro`s. Uit de correspondentie tussen erflaatster en haar zoon - die zij tot enig erfgenaam had benoemd- volgde dat zij door de oprichting van de stichting en de inbreng van het onroerend goed trachtte te voorkomen dat de onroerende zaken meegenomen moesten worden bij de berekening van de legitieme rechten van de legitimarissen. Een van de legitimarissen beroept zich erop dat er sprake van een schijnconstructie. Hof kijkt door de stichting heen en gaat er bij de berekening van de legitieme rechten vanuit dat het onroerend goed tot de nalatenschap behoort van erflaatster. De fiscale kamer van het hof heeft bij de berekening van het inkomen van erflaatster eveneens door de stichting heen gekeken en wel op basis van art 2.14 a wet Inkomstenbelasting.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.308.362/01

Zaak- rolnummer rechtbank : C/09/597524/ HA ZA 20-792

Arrest van 2 mei 2023

Inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats 1]

appellant,

advocaat: mr. A.H.M. van Steenhoven,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. P van Wegen te Den Haag.

Het verloop van het geding

Appellant is op 19 januari 2022 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 oktober 2021, tussen partijen gewezen.

Bij memorie van grieven heeft appellant twee grieven geformuleerd.

Bij memorie van antwoord heeft geïntimeerde de grieven weersproken.

Partijen hebben hun procesdossier gefourneerd en arrest gevraagd.

De beoordeling van het hoger beroep

Enige feiten

Het vonnis van 20 oktober 2021

De vordering van appellant

De grieven

De omvang van de legitimaire massa

Proceskosten

Beslissing