Gerechtshof Den Haag, 03-01-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:957, 200.299.437/01
Gerechtshof Den Haag, 03-01-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:957, 200.299.437/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 januari 2023
- Datum publicatie
- 19 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:957
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2021:4494, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:165
- Zaaknummer
- 200.299.437/01
Inhoudsindicatie
Collegegeld master bedrijfskunde EUR hoger dan wettelijk toegestaan. Vordering studenten tot terugbetaling / schadevergoeding. Taakverdeliing bestuursrechter - civiele rechter. Dwaling, toerekenbare tekortkoming, vernietiging rechtshandeling?
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.299.437/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/582424 / HA ZA 19-861
C/10/591629/ HA ZA 20-175
Arrest van 3 januari 2023
in de zaak van
[1-138] . [oud-studenten]
appellanten,
advocaat: mr. W.A.M. Rupert kantoorhoudende in Rotterdam,
tegen
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM h.o.d.n. Rotterdam School of Management,
gevestigd in Rotterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. W.I. Koelewijn kantoorhoudend in Utrecht.
Het hof zal partijen hierna noemen [de oud-studenten] en de EUR.
1 De zaak in het kort
[de oud-studenten] hebben een deeltijd master bedrijfskunde aan de EUR gevolgd bestemd voor werkenden (“mid-career professionals”). Het collegegeld bedroeg voor deze deeltijd master in totaal rond de € 34.000,-. [de oud-studenten] voeren – naar aanleiding van een onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs – aan dat het de EUR niet vrijstond om meer dan het wettelijk collegegeld van rond de € 2.000,- per jaar in rekening te brengen en willen terugbetaling van het meerdere. In deze zaak is in de eerste plaats aan de orde of [de oud-studenten] ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Volgens EUR heeft voor hen een met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang opengestaan. Het hof komt tot het oordeel dat dit niet het geval was, zodat [de oud-studenten] kunnen worden ontvangen in hun vorderingen. Vervolgens moet beoordeeld worden of [de oud-studenten] het betaalde boven het wettelijk (instellings)collegegeld kunnen terugvorderen op de door hen naar voren gebrachte grondslagen. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding van 25 augustus 2021, waarmee [de oud-studenten] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2021;
- -
-
de memorie van grieven van [de oud-studenten] , met bijlagen;
- -
-
de memorie van antwoord van de EUR.
Op 26 september 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.