Home

Gerechtshof Den Haag, 25-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:990, 200.326.311/01

Gerechtshof Den Haag, 25-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:990, 200.326.311/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25 mei 2023
Datum publicatie
31 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:990
Formele relaties
Zaaknummer
200.326.311/01

Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering; Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980. Belgisch gezagsrecht (art. 3 HKOV). Weigeringsgronden (art. 13 HKOV); gevolgen van Europees arrestatiebevel.

Safe return voorwaarden verenigbaar met HKOV?

Uitspraak

Team Familie

zaaknummer : 200.326.311/01

rekestnummer rechtbank : FA RK 23-1306

zaaknummer rechtbank : C/09/643204

beschikking van de meervoudige kamer van 25 mei 2023

inzake

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] , België,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[bijzondere curator] ,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige 1] ,

hierna te noemen: de bijzondere curator.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming, regio Haaglanden,

hierna te noemen: de raad.

1 De zaak en de beschikking in het kort

1.1

Deze zaak gaat over de teruggeleiding van de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanuit Nederland naar België. Op verzoek van de vader heeft de rechtbank Den Haag bij beschikking van 18 april 2023 (hierna: de bestreden beschikking) de terugkeer gelast van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar België. De rechtbank heeft voorwaarden verbonden aan de terugkeer van de kinderen.

1.2

De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking. Zij wil dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar in Nederland blijven. De vader is het eens met de bestreden beschikking, behalve met de voorwaarden die aan de terugkeer zijn verbonden.

1.3

In deze beschikking wijst het hof het hoger beroep van de moeder af. Daarmee bekrachtigt het hof de bestreden beschikking, met uitzondering van de voorwaarden die aan de terugkeer zijn verbonden. Dit betekent dat het hof de teruggeleiding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal gelasten naar België, zonder daar voorwaarden aan te verbinden.

1.4

Het hof geeft hierna eerst een beschrijving van het verloop van de procedure tot nu toe en het geschil in hoger beroep. Daarna geeft het hof de standpunten van partijen weer en motiveert het hof zijn beslissing.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De moeder is op 28 april 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vader heeft op 9 mei 2023 een verweerschrift ingediend.

2.3

Het hof heeft op 9 mei 2023 het verslag van de bijzondere curator ontvangen.

2.4

Verder heeft het hof de volgende stukken ontvangen:

van de moeder:

-

een journaalbericht van 9 mei 2023 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;

-

een journaalbericht van 10 mei 2023 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;

van de vader:

- een journaalbericht van 11 mei 2023 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 11 mei 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

-

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

-

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

-

de bijzondere curator;

-

de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad] .

2.6

De bijzondere curator heeft de mondelinge behandeling bijgewoond door middel van een videoverbinding.

2.7

De advocaat van de moeder heeft ter zitting pleitnotities overgelegd en voorgedragen.

2.8

Zoals ter zitting afgesproken heeft het hof na de zitting alsnog de pleitnotitie van de advocaat van de vader bij de rechtbank ontvangen.

3 De feiten

3.1

Het hof gaat uit van de feiten zoals de rechtbank die in de bestreden beschikking heeft vastgesteld. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van:

-

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ;

-

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , België;

hierna samen ook: de kinderen.

3.3

Partijen oefenen samen het gezag uit over [minderjarige 1] .

3.4

De vader heeft de Belgische nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit.

3.5

De moeder is in mei 2022 met de kinderen vanuit België naar Nederland vertrokken.

3.6

Tussen de ouders loopt een familierechtelijke procedure bij de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen, afdeling Turnhout. Deze rechtbank heeft op 5 oktober 2022 een vonnis gewezen waarbij onder meer de volgende voorlopige regeling is bepaald:

-

[minderjarige 1] wordt ingeschreven op het adres van de vader als hebbende aldaar het hoofdverblijf en verblijft secundair bij de moeder in de onpare weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;

-

aan de vader wordt een persoonlijk contact met [minderjarige 2] toegekend zowel in de pare als in de onpare weken van maandag tot en met zondag, behoudens in de weekenden van de onpare weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur, wanneer [minderjarige 2] bij de moeder zal verblijven.

3.7

De vader heeft zich gewend tot de Belgische Centrale Autoriteit (hierna: CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [IKO-nummer] .

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing