Gerechtshof Den Haag, 16-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1163, 200.331.613/01
Gerechtshof Den Haag, 16-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1163, 200.331.613/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 26 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1163
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2023:10771, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.331.613/01
Inhoudsindicatie
Kort geding; vordering tot schorsing van besluiten van een prioriteitsaandeelhouder en van het bestuur van een besloten vennootschap. Spoedeisend belang. Vernietigbaarheid van een besluit van een orgaan van een vennootschap wegens handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW). Vernietigbaarheid van bestuursbesluiten wegens tegenstrijdige belangen van een bestuurder (artikel 2:239 lid 6 BW). Ontvankelijkheid; vordering moet worden ingesteld tegen de rechtspersoon op vordering van iemand met een redelijk belang of door de rechtspersoon zelf (art. 2:15 leden 1 en 3 BW).
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.331.613/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/647363 / KG ZA 23-380
Arrest in kort geding van 16 april 2024
in de zaak van
[appellante] ,
wonend in [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. R. Beele, kantoorhoudend in Alphen aan den Rijn,
tegen
1 [geïntimeerde],
wonend in [woonplaats],
advocaat: mr. J.P.H.G.W., Sars kantoorhoudend in Doetinchem,geïntimeerde,
en
2 [Stamrecht B.V.],
gevestigd in [vestigingsplaats],advocaat: mr. D.J.M. Lange, kantoorhoudend in Haarlem,
geïntimeerde.
Het hof zal partijen hierna [appellante], de [geïntimeerde] en Stamrecht B.V. noemen.
1 De zaak in het kort
De zaak gaat over de vernietigbaarheid van een besluit van een orgaan van een vennootschap wegens handelen in strijd met de gedragsnorm van artikel 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid) en van bestuursbesluiten wegens tegenstrijdige belangen (artikel 2:239 lid 6 BW).
In dit kort geding vordert een bestuurder, tevens aandeelhouder van een besloten vennootschap, schorsing van een besluit van de (enige) prioriteitsaandeelhouder en van enkele bestuursbesluiten, totdat in een bodemprocedure op een vordering tot vernietiging van deze besluiten is beslist. Het besluit van de prioriteit(saandeelhouder) ziet op de intrekking van de zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid van deze bestuurder. De bestuursbesluiten hebben betrekking op de tenuitvoerlegging van en het instellen van hoger beroep tegen een op vordering van de vennootschap gewezen vonnis tegen een schuldenaar van de vennootschap, die tevens bestuurder en prioriteitsaandeelhouder is. De vordering is ingesteld zowel tegen de prioriteitsaandeelhouder, tevens bestuurder, als tegen de vennootschap.
Appellante is niet-ontvankelijk voor zover haar vordering is ingesteld tegen de prioriteitsaandeelhouder, tevens (mede)bestuurder. Het hof wijst de in hoger beroep gewijzigde vordering tot schorsing van de besluiten van de prioriteit en het bestuur toe omdat naar zijn voorlopig oordeel deze vernietigbaar zijn.