Gerechtshof Den Haag, 25-06-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1164, 200.338.279/01
Gerechtshof Den Haag, 25-06-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1164, 200.338.279/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Datum publicatie
- 16 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1164
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2023:17581, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.338.279/01
Inhoudsindicatie
overheidsaansprakelijkheid; uitlevering naar de VS; geen voltooide schending artikel 3 EVRM (foltering) en evenmin een dreigende schending van art. 3 EVRM (levenslang, detentieomstandigheden)
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.338.279/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/651885 / KG ZA 23-676
Arrest in kort geding van 25 juni 2024
in de zaak van
[appellant] ,
in Nederland ingeschreven als [naam 1],
verblijvende in Justitieel Complex [plaats],
appellant,
advocaat: mr. E.C.M. ten Vergert, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
De Staat der Nederlanden, meer speciaal het Ministerie van Justitie en Veiiligheid,
zetelend in Den Haag,
verweerder,
advocaat: mr. A.Th.M. ten Broeke, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en de Staat.
1 De zaak in het kort
De Verenigde Staten (VS) hebben de Nederlandse Staat verzocht om de uitlevering van [appellant]. Zij verdenken hem van moord op zijn vrouw in de tijd dat hij daar woonde. [appellant] stelt dat hij na zijn verblijf in de VS, en voordat hij naar Nederland kwam, in Afghanistan in een gevangenis heeft gezeten en dat hij daar mede door toedoen van de VS is gemarteld. Ook stelt hij dat hem in de VS een levenslange gevangenisstraf wacht als hij zou worden veroordeeld, zonder perspectief op invrijheidsstelling. Tot slot voert hij aan dat de detentieomstandigheden in de gevangenissen waar hij zal verblijven heel slecht zijn. Dit alles maakt dat uitlevering volgens hem onrechtmatig zou zijn vanwege een voltooide dan wel dreigende schending van artikel 3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hij vordert daarom dat zijn uitlevering wordt verboden.
De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen. Het hof is het hiermee eens.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
De spoedappeldagvaarding van 21 februari 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het eindvonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 25 januari 2024, en het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 4 oktober 2023, in welk dagvaarding de grieven van [appellant] zijn opgenomen, met bijlagen;
- -
-
de memorie van antwoord van de Staat, met bijlagen;
- -
-
de bijlagen 39 en 40 die [appellant] bij gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
Op 28 mei 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
3 Feitelijke achtergrond
[appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit.
Op 13 december 2022 hebben de VS bij diplomatieke nota de uitlevering van [appellant] verzocht met het oog op strafvervolging wegens verdenking van moord op zijn vrouw (hierna: het uitleveringsverzoek). Bijlage bij dit uitleveringsverzoek is een ‘Affidavit in support of request for extradition’ van 18 november 2022 van het superior court of Spokane county of the State of Washington (hierna: het Affadavit). Volgens dit Affadavit luidt de tenlastelegging: “Count 1: RCW 9A.32.030(1)(A) and RCW 10.99.020 – Murder in the First Degree – Domestic Violence”. De afkorting ‘RCW’ staat voor ‘Revised Code of Washington’. In het Affidavit staat verder onder meer vermeld dat in juni 2019 de auto van [appellant] is doorzocht, dat in de auto een handgeschreven bericht is gevonden, met daarin een verwijzing naar video’s waarin [appellant] de moord bleek te hebben bekend, en dat vlak daarna is vastgesteld dat [appellant] al in mei 2019 naar Afghanistan was gevlucht, waar hij in januari 2021 een nieuw paspoort onder een nieuwe naam zou hebben gekregen. Ook staat in het Affadavit dat op 7 juni 2019 een arrestatiebevel is uitgevaardigd.
Uit een bijlage bij het Affavadit (‘Exhibit B’) blijkt onder meer dat in artikel 9A.32.040 RCW staat dat “any person convicted of the crime of murder in the first degree shall be sentenced to life imprisonment”.
[appellant] is op 29 oktober 2022 op verzoek van de VS in Nederland aangehouden.
Op 23 februari 2023 heeft de internationale uitleveringskamer van de rechtbank Amsterdam de uitlevering van [appellant] aan de VS toelaatbaar geacht. In die uitspraak is onder meer overwogen dat niet concreet is gemaakt (i) dat [appellant] in Afghanistan is gefolterd, (ii) dat dit heeft plaatsgevonden in verband met de zaak waarvoor zijn uitlevering wordt verzocht en (iii) dat dit is gebeurd (mede) door toedoen van functionarissen van de VS. De uitspraak is in mei 2023 onherroepelijk geworden.
Bij beschikking van 17 juli 2023 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister), na kennisneming van een zienswijze van [appellant], besloten de uitlevering toe te staan.
In het dossier bevindt zich een schriftelijke verklaring van [appellant]. Daarin staat onder meer, zakelijk weergegeven, dat hij in Afghanistan als tolk voor de Amerikaanse strijdkrachten heeft gewerkt; dat hij vanwege dreigementen van de kant van de Taliban met zijn vrouw en kind naar de VS is verhuisd; dat het (gearrangeerde) huwelijk niet gelukkig was en dat zijn vrouw veel vreemd ging; dat hij hierover een meningsverschil kreeg met haar familie en dat haar familie hem bedreigde; dat hij daarom in mei 2019 alleen terug is verhuisd naar Afghanistan maar dat hij werd opgewacht door zijn schoonfamilie die hem naar de Pul-e-Charkhi gevangenis bracht waar hij bijna twee jaar gevangen zat en mishandeld werd; dat hij een paar keer personen op de gang over hem hoorde praten in het Engels met een Amerikaans accent; dat alle politieke gevangenen na de val van het regime en de komst van de Taliban werden vrijgelaten en hij dus ook; dat hij te weten kwam dat hij werd gezocht voor moord en dat hij vergeefs heeft geprobeerd instructies te krijgen van de FBI en dat hij, omdat hij niets meer hoorde van de FBI, in Afghanistan een nieuw paspoort met een andere achternaam heeft aangevraagd en daarmee naar Nederland is gereisd, waar hij na een paar maanden is gearresteerd. Volgens [appellant] heeft zijn familie hem tijdens zijn verblijf in de gevangenis als vermist opgegeven en hebben zij meermalen vergeefs navraag gedaan bij de Amerikaanse ambassade in Kaboel en het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Afghanistan.
De zus van [appellant] bevestigt dit laatste in een schriftelijke verklaring. Volgens haar wilde niemand helpen of uitleg geven. De zus verklaart ook dat kort nadat de Taliban alle gevangenen had vrijgelaten, [appellant] thuis kwam in een “very tortured and beaten condition” en met een gebroken tand. [appellant] zou haar hebben verteld te zijn gemarteld in de hierboven genoemde gevangenis in Afghanistan.
Uit informatie van de tandarts van [appellant] blijkt dat kroon 21 (naar het hof begrijpt een kroon over element 21) een fractuurlijn vertoont.
Communicatie Staat-VS en door [appellant] overgelegde stukken ten aanzien van de op te leggen straf bij veroordeling
Op vragen van de Staat aan de Amerikaanse autoriteiten is per e-mail van 10 augustus 2023 namens de openbaar aanklager onder meer geantwoord dat [appellant] alleen wordt vervolgd voor ‘Murder in the First Degree’ en niet voor ‘Aggravated First-Degree Murder’, zodat “as a result he is not facing a sentence of life without the possibility of parole. Under no circumstances under the statute he is charged with (RCW 9A.32.030) could a court impose life without the possibility of parole.”
Bij diplomatieke nota van 15 september 2023 is herhaald dat aan [appellant] géén “life imprisonment without the possibility of parole can be requested or imposed in this case.”
Op verzoek van de Staat is bij brief van 27 maart 2024 door de Amerikaanse autoriteiten een nadere toelichting gegeven. In deze brief staat onder meer het volgende. In het uitleveringsverzoek is abusievelijk artikel RCW 9A.32.040 (zie hierboven onder 3.3.) als de toepasselijke ‘sentencing statute’ aangehaald. Dat artikel “no longer applies in the State of Washington” sinds de implementatie van de Sentencing Reform Act (SRA) in 1984, hoewel het nog wel is opgenomen in de RCW. De SRA is van toepassing op “to all crimes committed after July 1, 1984 and it clearly supersedes and replaces RCW 9A32.040”. Op grond van de SRA is het misdrijf waarvan [appellant] wordt verdacht (‘Murder in the First Degree – Domestic Violence’) een ‘level XV-offense’ zodat de ‘sentencing range’ van RCW 9.94A.510 en 9.94A.515 van toepassing is. In geen geval kan aan [appellant] de straf “life in prison without the possibility of parole” worden opgelegd. Dat zou in strijd zijn met de SRA en het zou tot een “automatic reversal” leiden. Bij veroordeling kan [appellant] een ‘standard range sentencing of 240 to 320 months confinement” verwachten, “followed by a period of community custody (probation/parole) of 36 months”. [appellant] “is automatically entitled to 36 months of community custody and does not have to request that.”
Communicatie Staat-VS en door [appellant] overgelegde stukken ten aanzien van de detentieomstandigheden in de VS
Naar aanleiding van de door [appellant] geuite vrees voor ‘overpopulation’, ‘solitary confinement’, geweld en slechte medische en psychische zorg heeft de Staat meermalen nadere informatie opgevraagd bij de Amerikaanse autoriteiten. Dit is ook twee keer gebeurd in opdracht/verzoek van de voorzieningenrechter (tussenvonnis 4 oktober 2023 respectievelijk e-mail 29 december 2023). De verzoeken om nadere informatie zagen onder meer op de detentieomstandigheden en meer in het bijzonder op het aantal vierkante meters persoonlijke leefruimte in de cellen waarin [appellant] zal worden geplaatst, zijn bewegingsvrijheid, de hoeveelheid tijd die hij in en buiten zijn cel zal doorbrengen en de activiteiten waaraan hij zal mogen deelnemen, zowel ‘pretrial’ als na veroordeling. Deze verzoeken om nadere informatie hebben geleid tot verschillende brieven en e-mails in de periode van september 2023 tot en met maart 2024, vaak afkomstig van [naam 2], de Senior Deputy Prosecuting Attorney for Spokane County, Washington (hierna: [Senior Deputy Prosecuting Attorney]).
In deze brieven en e-mails is onder meer medegedeeld dat [appellant] tijdens zijn voorarrest (hierna ook: ‘pretrial’) zal verblijven in Spokane County Jail (SCJ). Die periode zal ongeveer 6 tot 12 maanden duren en hij zal steeds toegang hebben tot zijn advocaat. Na een eventuele veroordeling (‘post conviction’) zal [appellant] worden ondergebracht in één van de drie volgende gevangenissen: Washington State Penitentiary (WSP) in Walla, Clallam Bay Corrections Center (CBCC) of Airway Heights Corrections Center (AHCC). Zowel in de fase van pretrial als in de fase na veroordeling zal [appellant], net als alle andere gedetineerden, een selectieproces ondergaan, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de aard van de verdenking/de aard van het misdrijf waarvan/waarvoor de gedetineerde wordt verdacht/is veroordeeld. Zo’n proces strekt er onder meer toe om de behoeften aan medische en psychische zorg in kaart te brengen en om potentieel gewelddadige gedetineerden en potentieel kwetsbare gedetineerden te identificeren en van elkaar gescheiden te houden.
Ten aanzien van de pretrial-fase hebben de Amerikaanse autoriteiten verder medegedeeld dat [appellant] gelet op de aard van de verdenking in de SCJ waarschijnlijk 2 uur per dag buiten zijn cel zal doorbrengen. Hij zal de beschikking hebben over boeken, papier en tablets (om muziek te luisteren, films te kijken en telefoongesprekken te kunnen voeren). Buiten zijn cel zal zijn bewegingsvrijheid “only be limited to the floor or wing in which he is housed” en zal hij kunnen “congregate with other inmates, exercise, play basketball, make phone calls, and watch television” (brief [Senior Deputy Prosecuting Attorney] 20 oktober 2023. Ten aanzien van de grootte van de cel en de persoonlijke leefruimte van [appellant] is achtereenvolgens het volgende medegedeeld:
( i) Brief van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] van 20 oktober 2023: elke cel in SJC is “roughly 6 square meters” groot.
( ii) E-mail van het Amerikaanse Openbaar Ministerie van 31 oktober 2023: elke cel in SCJ kan 2 gedetineerden huisvesten. Dit hangt af van “classification requirements and population needs”.
( iii) Brief van het US Department of Justice te Washington van 8 januari 2024, met verwijzing naar de als bijlage meegestuurde brief van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] van 5 januari 2024: de eerdere vermelde grootte van 6 vierkante meter is inclusief een wc.
( iv) E-mail van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] van 9 januari 2024: “Given the nature of the charge Mr. [appellant] is facing, he would be placed in a single-man cell upon classification and entry into the Spokane County Jail”.
( v) Brief van 27 maart 2024 van het US Department of Justice te Washington. Op verzoek van de Staat is in deze brief een ‘consolidated response’ gegeven van eerder gegeven informatie ten aanzien van de detentieomstandigheden. De brief verwijst naar de bijgevoegde brief van de Chief Criminal Prosecuting Attorney van Spokane County van dezelfde datum, waarin de eerder gegeven informatie grotendeels wordt herhaald en verder het volgende wordt medegedeeld: gegeven de aard van de verdenking geldt dat “per information conveyed by SCJ officials, Mr. [appellant] would be placed in a single-man cell upon classification and entry into the SCJ”. Herhaald wordt dat de cellen in SCJ 2 bij 3 meter, dus 6 vierkante meter groot zijn.
Ten aanzien van de fase na veroordeling hebben de Amerikaanse autoriteiten medegedeeld dat [appellant] meer bewegingsvrijheid zal hebben dan tijdens zijn voorarrest. Er bestaat een ruime mogelijkheid om buiten te zijn; elke inrichting heeft een buitenruimte. Gedetineerden hebben de beschikking over boeken, sportapparaten/materiaal en tablets. Ten aanzien van de grootte van de cel waarin [appellant] zal worden geplaatst is achtereenvolgens de volgende informatie gegeven:
( i) Brief van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] van 20 oktober 2023: De cellen in de drie genoemde inrichtingen zijn redelijk vergelijkbaar. De kleinste cel is “roughly 5-6 square meters”.
( ii) E-mail van het Amerikaanse Openbaar Ministerie van 31 oktober 2023: op de vraag of de vermelding van “roughly 5-6 square meters” (ook) ziet op eenpersoons cellen, is het antwoord dat [appellant] “would likely not have a solo cell”, maar dat dit net als in de SCJ afhangt van zijn classificatie en van de “needs of the prison based on the inmate population”.
( iii) Brief van het US Department of Justice te Washington van 8 januari 2024, met verwijzing naar de als bijlage meegestuurde brief van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] van 5 januari 2024: de kleinste cel waarin [appellant] ná veroordeling terecht zou kunnen komen is “4ft. by 10 ft” groot, hetgeen neerkomt op “roughly 3.72 square meters of living space”. In de begeleidende brief van 8 januari 2024 wordt de garantie gegeven dat [appellant] na veroordeling “will be placed in a cell with a minimum of three (3) square meters personal living space, potentially impacted only by brief, exceptional circumstances (such as relating to medical or security needs). In de brief van [Senior Deputy Prosecuting Attorney] wordt hieraan toegevoegd: “If Mr. [appellant] (...) is moved to a smaller, non-conforming housing area, the duration would only be for as long as it takes that current situation to stabilize”. De persoonlijke leefruimte omvat een bed, een afzonderlijke zitplek, een bureau of kleine tafel en een opbergruimte voor persoonlijke spullen. “Again, this would be greater than three square meters in space”.
( iv) Nadat de Staat per e-mail van 9 januari 2024 had gevraagd om een toelichting op enkele discrepanties in de eerdere berichten, heeft [Senior Deputy Prosecuting Attorney] in een e-mail van dezelfde datum geantwoord: naarmate meer specifieke informatie werd gevraagd, is ook meer precieze informatie verstrekt.
( v) Brief van 27 maart 2024 van het US Department of Justice te Washington, met een ‘consolidated response’ en met verwijzing naar de bijgevoegde brief van de Chief Criminal Prosecuting Attorney van Spokane County van dezelfde datum. Hierin wordt onder meer herhaald dat de kleinste cel waarin [appellant] terecht kan komen “4 ft. by 10 ft.” is, oftewel 3,72 vierkante meter leefruimte. En verder: als [appellant] in een tweepersoons cel zou worden geplaatst, zou hij minstens“78 square feet” oftewel 7,25 vierkante meter persoonlijke leefruimte hebben, of meer. De onder (3.16 sub iii) vermelde garantie wordt ook herhaald.
[appellant] heeft zelf een aantal stukken (vooral nieuwsartikelen) in het geding gebracht waarin melding wordt gemaakt van slechte detentieomstandigheden in de gevangenissen van Washington, onder meer hitte, eenzame opsluiting, slechte medische zorg, geweld, hoge sterftecijfers en structurele overbevolking.