Home

Gerechtshof Den Haag, 10-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1362, 200.331.318/01

Gerechtshof Den Haag, 10-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1362, 200.331.318/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2024
Datum publicatie
6 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:1362
Formele relaties
Zaaknummer
200.331.318/01

Inhoudsindicatie

Partneralimentatie

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummer : 200.331.318/01

zaaknummer rechtbank : C/09/635341 FA RK 22-6161

beschikking van de meervoudige kamer van 10 april 2024

inzake

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in het principaal hoger beroep,

verweerder in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. A.R. van Wieren te 's-Hertogenbosch,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in het principaal hoger beroep,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M.N.G.N.H. Brech te 's-Gravenhage.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 26 mei 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna aangeduid als: ‘de bestreden beschikking’.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De man is op 22 augustus 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vrouw heeft op 30 november 2023 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.

2.3

De man heeft op 16 januari 2023 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.

2.4

Voorts zijn bij het hof ingekomen:

van de zijde van de man:

- een journaalbericht van 12 januari 2024, met bijlagen, ingekomen op 15 januari 2024;

- een e-mail van 24 januari 2024, met bijlagen;

van de zijde van de vrouw:

- een journaalbericht van 15 januari 2024, met bijlagen, ingekomen op 15 januari 2024;

- een e-mail van 24 januari 2024, met bijlagen.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 25 januari 2024 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.

3 De feiten

3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum] 2005 tot [datum 2]

2013.

3.3

Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , en;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,

hierna tezamen: de kinderen.

3.4

De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

3.5

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.

3.6

Bij beschikking van 24 september 2013 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking. In dit convenant is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

Kinderalimentatie

1.5

Met ingang van 1 augustus 2013 en zolang de kinderen bij de vrouw wonen, betaalt de man bij vooruitbetaling een bedrag van € 500,- per kind per maand aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. (...)

Artikel 2 - Partneralimentatie

Behoefte vrouw

2.1

De vrouw heeft ten tijde van het ondertekenen van het convenant een behoefte van circa € 3.685,- netto per maand. Rekening houdend met haar inkomsten uit arbeid, alsmede met de fiscale heffingskortingen waarvoor zij in aanmerking komt en de kinderbijslag die zij ontvangt, kan zij met een bedrag van circa € 2.040, - netto per maand in de kosten van haar levensonderhoud voorzien. Aldus resteert een aanvullende behoefte van € 1.615,- netto per maand. Dit komt overeen met een bedrag van € 3.200,- bruto per maand.

Partneralimentatie

2.2

Met ingang van 1 augustus 2013 zal de man met een bedrag van € 3.200,- bruto per maand bijdragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw. De man zal de voornoemde bijdrage uiterlijk de eerste van de maand aan de vrouw voldoen.

Draagkracht man

2.3

Bij de vaststelling van de partneralimentatie is berekend dat de man voldoende draagkracht heeft om een bijdrage van € 3.200,- bruto per maand aan de vrouw te voldoen. Partijen zijn hierbij uitgegaan van een inkomen van € 182.000,- bruto per jaar en zijn vaste lasten, waaronder:

- de huur van zijn woning te Voorburg van € 1.1.00,- per maand;

- een aftrekbare hypotheekrente van € 1.037,- bruto per maand;

- een niet-aftrekbare hypotheekrente van € 35,- bruto per maand;

- een premielevensverzekering van € 159,-per maand;

- overige eigenaarslasten van € 200,- per maand;

- een premie ziektekostenverzekering van € 107,- per maand;

- een premie arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 556,- per maand.

Indexering

2.4

De verschuldigde partneralimentatie zal jaarlijks per 1 januari, voor het eerst per 1 januari 2014, worden geïndexeerd met het wettelijk vastgestelde indexeringspercentage.

Duur alimentatie

2.5

Partijen zijn ervan op de hoogte dat de alimentatieverplichting van de man volgens de huidige wettelijke bepalingen in beginsel (maximaal) 12 jaar duurt, te rekenen vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk. De vrouw heeft volgens de wet de mogelijkheid tot uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de (alimentatie)termijn een verzoekschrift tot verlenging bij de rechtbank in te dienen.

Indien na het verstrijken van de (alimentatie)termijn de alimentatiebetaling voortduurt, gaat genoemde vervaltermijn van drie maanden pas in op de datum waarop de laatste alimentatiebetaling heeft plaatsgevonden. Verlenging is alleen mogelijk als de beëindiging van de alimentatie voor de vrouw dermate ingrijpende gevolgen heeft dat de beëindiging in strijd moet worden geacht met de redelijkheid en billijkheid.

Beperkt niet-wijzigingsbeding

2.6

De in artikel 2.2 overeengekomen partneralimentatie kan op basis van de wet worden aangepast indien er sprake is van een wijziging van omstandigheden.

Partijen beperken deze mogelijkheid in die zin dat de partneralimentatie ongewijzigd in stand blijft indien:

a. a) de inkomsten van de vrouw toenemen;

b) de inkomsten van de man dalen met een bedrag van minder dan € 18.200,- bruto

per jaar.

Dit niet wijzigingsbeding heeft een duur van vijf jaar. Na verloop van deze termijn herleeft de wettelijke regeling, tenzij partijen anders overeenkomen.”

3.7

De man is op [datum 3] 2017 gehuwd met mevrouw [naam] . Zij

hebben samen twee minderjarige kinderen:

-

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2015, en;

-

[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2018.

3.8

De partneralimentatie beloopt per 2024 € 4.117,02 en de kinderalimentatie € 643,29 per kind per maand.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing