Gerechtshof Den Haag, 12-02-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:226, 2200147823
Gerechtshof Den Haag, 12-02-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:226, 2200147823
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 februari 2024
- Datum publicatie
- 14 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:226
- Zaaknummer
- 2200147823
Inhoudsindicatie
Wetboek van Strafrecht, artt. 139g en 420quater
Strafrechtelijke bescherming van digitale gegevens.
Niet-openbare gegevens als bedoeld in art. 139g Sr.
Schuldheling en schuldwitwassen van digitale cadeaukaarten.
Uitspraak
Rolnummer: 22-001478-23
Parketnummer: 10-332477-22
Datum uitspraak: 12 februari 2024
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [maand en dag] 1995,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 21 maart 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen niet-openbare gegevens, te weten een of meerdere (digitale) cadeaukaarten van de Bijenkorf heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
2.hij op of omstreeks 21 maart 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meerdere (digitale) cadeaukaarten van de Bijenkorf, zijnde vermogensrechten, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op of omstreeks 21 maart 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen niet-openbare gegevens, te weten een of meerdere (digitale) cadeaukaarten van de Bijenkorf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
2.hij op of omstreeks 21 maart 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meerdere (digitale) cadeaukaarten van de Bijenkorf, zijnde vermogensrechten, althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
De raadsvrouw van de verdachte heeft zich – overeenkomstig haar pleitnota – op het standpunt gesteld dat de digitale cadeaukaarten niet kunnen worden aangemerkt als openbare gegevens in de zin van artikel 139g van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de cadeaukaarten van enig misdrijf afkomstig waren.
Het hof verwerpt de verweren en overweegt daartoe als volgt.
Digitale cadeaukaarten bevatten nietopenbare gegevens
Met het met de Wet computercriminaliteit III ingevoerde artikel 139g Sr is strafbaar gesteld het voorhanden hebben en/of bekendmaken van niet-openbare gegevens die door misdrijf zijn verkregen. Hiermee is beoogd te voorzien in een betere strafrechtelijke bescherming van digitale gegevens. Het beschermde belang van deze strafbaarstelling is in de eerste plaats gelegen in de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van degene wiens digitale gegevens worden weggenomen en geopenbaard. De strafbaarstelling van het voorhanden hebben van door misdrijf verkregen gegevens is blijkens de wetsgeschiedenis echter ook van belang voor gevallen waarin een verdachte waardevolle gegevens voorhanden heeft, zoals bankrekeningnummers of wachtwoorden, die eerder door een misdrijf zijn verkregen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan phishing, een vorm van oplichting strafbaar gesteld in artikel 326 Sr.1
De strafbaarstelling van het voorhanden hebben of bekendmaken van door misdrijf verkregen gegevens heeft voorts uitsluitend betrekking op niet-openbare gegevens. Hiermee worden gegevens bedoeld die niet voor het publiek beschikbaar zijn.
In de onderhavige zaak heeft de verdachte digitale cadeaukaarten van de Bijenkorf voorhanden gehad die uit misdrijf afkomstig waren, nu deze zijn verkregen door middel van diefstal met behulp van een valse sleutel. De cadeaukaarten zijn immers betaald met het saldo op een bankrekening waarvan de gegevens middels phishing waren buitgemaakt. Deze cadeaukaarten bevatten niet-openbare gegevens, omdat zij een unieke code hebben, die vertrouwelijk is en enkel bij de bezitter bekend is. De onderhavige cadeaukaarten vallen daarmee naar het oordeel van het hof onder de strafbaarstelling van artikel 139g Sr.
Niet voldaan aan de op de verdachte rustende onderzoeksplicht
De verdachte werd aangehouden nadat hij in totaal voor € 700,- aan digitale cadeaukaarten had verzilverd bij de Bijenkorf in Rotterdam. Zoals hierboven reeds is aangegeven, waren deze cadeaukaarten uit misdrijf afkomstig. De verdachte heeft over de herkomst van deze cadeaukaarten verklaard dat hij die had gewonnen bij een weddenschap met ene ‘Jimmy’ in een shishalounge in Amsterdam. De verdachte zou bij deze weddenschap € 300,- hebben ingezet, terwijl de inzet van Jimmy, van wie hij geen nadere (contact)gegevens heeft, € 700,- - in de vorm van de digitale cadeaukaarten - zou hebben bedragen. De verdachte heeft niet gevraagd hoe Jimmy aan dit ruime bedrag aan digitale cadeaukaarten is gekomen.
De door de verdachte geschetste omstandigheden waaronder hij de cadeaukaarten heeft verkregen, maken dat op hem de verplichting rustte tot nader onderzoek naar de herkomst daarvan. Door geen enkel onderzoek naar de herkomst van de cadeaukaarten te verrichten, is de verdachte in de op hem rustende onderzoeksplicht ernstig tekortgeschoten. Dit geldt te meer nu de cadeaukaarten een aanzienlijke geldswaarde vertegenwoordigden. Dit brengt mee dat de verdachte heeft gehandeld met de voor een bewezenverklaring van schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling van niet-openbare gegevens.
Door deze digitale cadeaukaarten vervolgens te gebruiken bij het doen van aankopen in de Bijenkorf heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
niet-openbare gegevens verwerven of voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: