Home

Gerechtshof Den Haag, 18-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2472, 200.335.062/01 en 200.335.062/02

Gerechtshof Den Haag, 18-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2472, 200.335.062/01 en 200.335.062/02

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18 december 2024
Datum publicatie
27 juni 2025
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2472
Formele relaties
Zaaknummer
200.335.062/01 en 200.335.062/02

Inhoudsindicatie

Erkenning; gezamenlijk gezag; kinderalimentatie; behoefte ten onrechte te hoog vastgesteld; terugbetalingsverplichting

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummers : 200.335.062/01 en 200.335.062/02

zaak- en rekestnummer rechtbank : C/09/643068 / FA RK 23-1241

beschikking van de meervoudige kamer van 18 december 2024

inzake

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in het principaal hoger beroep,

verweerder in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.M. Wigman te Den Haag,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in het principaal hoger beroep,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. A. Neermawatie Nandoe te Voorburg.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[de bijzondere curator] ,

in zijn hoedanigheid als bijzondere curator van de hierna te noemen minderjarige [minderjarige] .

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de bijzondere curator.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming, regio Haaglanden,

locatie: Den Haag,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De man is op 24 november 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij heeft daarbij tevens verzocht tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking.

2.2

De vrouw heeft op 25 januari 2024 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.

2.3

De man heeft op 13 maart 2024 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.

2.4

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

-

een journaalbericht van de zijde van de man van 22 december 2023 met bijlage, ingekomen op 27 december 2023;

-

een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 4 november 2024 met bijlagen;

-

een journaalbericht van de zijde van de man van 5 november 2024 met bijlagen;

-

een journaalbericht van de zijde van de man van 6 november 2024 met bijlage;

-

een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 8 november 2024 met bijlage.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 15 november 2024 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

-

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

-

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

-

de bijzondere curator.

De raad is, zoals aangekondigd in zijn brief van 31 oktober 2024, niet ter zitting verschenen.

2.6

Mr. Wigman, mr. Neermawatie Nandoe en de bijzondere curator hebben ter zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Mr. Wigman heeft aan zijn spreekaantekeningen een draagkrachtberekening gehecht. Mr. Neermawatie Nandoe maakt bezwaar tegen de overlegging van die berekening en vraagt het hof om haar een termijn te geven om een eigen berekening te maken en te overleggen. Het hof overweegt dat de berekening van mr. Wigman geen nieuwe gegevens bevat, nu alle weergegeven posten voor aanvang van de zitting reeds waren genoemd in de processtukken die deel uitmaken van het procesdossier. Het hof staat de overlegging van de aangehechte draagkrachtberekening door mr. Wigman daarom toe. Voor zover mr. Neermawatie Nandoe het hof vraagt haar een termijn te geven na de zitting waarbinnen zij een eigen berekening kan maken en overleggen, overweegt het hof dat zij daarvoor voorafgaand aan de zitting voldoende de gelegenheid heeft gehad. Het hof wijst haar verzoek om een termijn te krijgen derhalve af.

3 De feiten

3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

3.3

Uit de vrouw is geboren: [minderjarige] , op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige).

3.4

De minderjarige is niet erkend.

3.5

De vrouw geeft de man geen toestemming om de minderjarige te erkennen.

3.6

De vrouw heeft het eenhoofdig gezag over de minderjarige.

3.7

De man, de vrouw en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.8

Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 maart 2023 is [de bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

3.9

In de bestreden beschikking is als voorlopige omgangsregeling bepaald dat de minderjarige tweemaal per week, (na een opbouw) op donderdag van 12.00 tot 16.00 uur en op zondag van 8.00 tot 12.00 uur, bij de man zal zijn. Bij vonnis van 3 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam de wijze van overdracht daarvan gedetailleerd bepaald en bepaald dat de vrouw een dwangsom aan de man moet betalen voor iedere keer dat zij zich daaraan niet houdt.

3.10

In het eindverslag van Jeugdformaat van 3 juli 2024 is vermeld dat het traject Ouderschap Blijft voortijdig is beëindigd vanwege weinig / geen samenwerkingsbereidheid van de vrouw.

3.11

In een brief van 14 augustus 2024 heeft de raad vermeld dat zij een onderzoek gezag en omgang zal gaan doen. “Ouders hebben tijdens de oudergesprekken aangegeven dat de overdracht momenten bij de bushalte veelal met stress en spanning verlopen. De RvdK wil daarom in een raadsonderzoek met ouders hierover in gesprek gaan.”, aldus de raad.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing