Home

Gerechtshof Den Haag, 09-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:489, 200.304.437/01

Gerechtshof Den Haag, 09-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:489, 200.304.437/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
9 april 2024
Datum publicatie
9 april 2024
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:489
Formele relaties
Zaaknummer
200.304.437/01

Inhoudsindicatie

De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De pensioenrechtelijke aanspraken die de Optas-verzekerden hadden, zijn door de fusie niet aangetast en zijn ook na de fusie blijven bestaan. Deze aanspraken kunnen ongewijzigd geldend gemaakt worden bij Aegon Levensverzekering.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.304.437/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/581193 / HA ZA 19/1055

Arrest van 9 april 2024

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. F.C.M. Schoonderwoerd, kantoorhoudend in Berkel en Rodenrijs,

tegen

Aegon Levensverzekering N.V.,

gevestigd in Den Haag,

geïntimeerde,

advocaat: mr. H.J. van der Baan, kantoorhoudend in Amsterdam.

Het hof zal partijen hierna [appellant] en Aegon noemen.

1 De zaak in het kort

1.1

[appellant] heeft pensioen opgebouwd bij Optas Pensioenen. Optas Pensioenen is in 2019 met Aegon gefuseerd. Daarbij is Optas Pensioenen opgegaan in Aegon. [appellant] wil dat deze fusie ongedaan wordt gemaakt. Volgens [appellant] behoorde het vermogen van Optas Pensioenen ten tijde van de fusie aan hem en al de andere Optas-verzekerden toe. Door deze fusie is er minder geld beschikbaar voor pensioen. Het vermogen van Optas Pensioenen mocht volgens [appellant] niet aan het vermogen van Aegon worden toegevoegd. Daarnaast zijn diverse voorschriften bij de fusie niet nageleefd. De fusie moet ongedaan worden gemaakt. Als dat niet gebeurt, wil [appellant] dat er voorzieningen worden getroffen zodat hij in precies dezelfde situatie komt te verkeren als dat er geen fusie zou zijn geweest.

1.2

Het hof oordeelt dat de fusie niet ongeldig is en [appellant] geen rechtstreeks recht heeft op het vermogen van Optas Pensioenen en/of Aegon. De pensioenrechten en de pensioenaanspraken van [appellant] zijn intact gebleven en die aanspraken kan [appellant] geldend maken bij Aegon.

2 Procesverloop in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 17 december 2021, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 september 2021;

-

de memorie van grieven, tevens akte wijziging eis en verzoek artikel 22 Rv van [appellant] , met bijlagen;

-

de memorie van antwoord en verzoek tot voeging tevens houdende verzet tegen wijziging van eis van Aegon;

-

de bijlagen 7 tot en met 22 die [appellant] en de productie 1 en 2 die Aegon ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd;

-

de brief van 22 februari 2024 (met instemming van de wederpartij als bedoeld in artikel 5.5 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven) aan de zijde van [appellant] .

2.2

Op 19 mei 2023 heeft, gelijktijdig met de zaak met zaaknummer 200.304.447, een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.

2.3

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen meegedeeld dat de rolvoeging en de gelijktijdige behandeling van deze zaak en de zaak met zaaknummer 200.304.447 voldoende tegemoetkomen aan het belang dat de zaken gezamenlijk behandeld worden en gelijktijdig worden afgedaan, zodat het formele verzoek tot voeging van de zaken op grond van artikel 222 Rv (zoals verzocht door Aegon) is komen te vervallen.

3 Feitelijke achtergrond

3.1

In 1948 is de Stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (Stichting PVH) opgericht. Het doel van Stichting PVH was het treffen van voorzieningen ter zake ouderdom, arbeidsongeschiktheid en overlijden van (voormalig) werknemers (en hun nagelaten betrekkingen) in de vervoer- en havenbedrijven in Rotterdam, Amsterdam en Zeeland. Stichting PVH kende een verplichte deelname voor het operationeel havenpersoneel. Het kantoorpersoneel in de haven werd op vrijwillige basis meeverzekerd.

3.2

In december 1990 is Optas Pensioenen N.V. door Stichting PVH opgericht. Alle pensioenverplichtingen voor het kantoorpersoneel dat niet onder de verplichtstelling viel, zijn door Stichting PVH per 1 januari 1991 aan Optas Pensioenen N.V. overgedragen. De verplichtingen voor het operationeel havenpersoneel bleven binnen de Stichting PVH.

3.3

Op 31 december 1997 is de Stichting PVH omgezet in een naamloze vennootschap: Optas Pensioenen II N.V. Enig aandeelhouder was Optas N.V. In verband met de omzetting van een stichting naar een naamloze vennootschap is een beklemd vermogen in de zin van artikel 2:18 lid 6 BW ontstaan.

3.4

Aldus waren de pensioenverplichtingen voor het operationeel havenpersoneel ondergebracht in Optas Pensioenen II N.V. en dat voor het kantoorpersoneel in Optas Pensioenen N.V.

3.5

In 29 juni 1998 zijn Optas Pensioenen N.V. en Optas Pensioenen II N.V. gefuseerd. Optas Pensioenen N.V. was de verkrijgende vennootschap en Optas Pensioenen II N.V. is opgehouden te bestaan. Enig aandeelhouder van Optas Pensioenen N.V. was Optas N.V. De Stichting Optas was enig aandeelhouder van Optas N.V. en is dat tot 2007 gebleven.

3.6

Stichting Optas heeft in 2007 haar aandelen in Optas N.V. verkocht en op 28 juni 2007 geleverd aan Aegon Nederland N.V. voor een koopsom van € 1,5 miljard. De enige activiteit van de Stichting Optas was vanaf dat moment het beheer van deze koopsom.

3.7

Op 30 september 2010 heeft Optas N.V. de aandelen in Optas Pensioenen N.V. (hierna: Optas Pensioenen) overgedragen aan Aegon Nederland N.V.

3.8

De statuten van Optas Pensioenen vermelden in artikel 3 dat het doel van de vennootschap is het door middel van pensioenregelingen treffen van pensioenvoorzieningen ten behoeve van werknemers. Blijkens artikel 23 is de algemene vergadering bevoegd tot bestemming van de winst en moet de winst en de reserves (behoudens een dividenduitkering van ten hoogste 5% van het geplaatste kapitaal) aangewend worden in overeenstemming met het doel van de vennootschap. Op grond van artikel 33 lid 4 wordt bij ontbinding van de vennootschap wat overblijft na voldoening van de schulden, de uitkering van de aandeelhouders van de dividendreserve en terugbetaling aan de aandeelhouders van het nominale op de aandelen gestorte bedrag, aangewend in overeenstemming met het doel van de vennootschap.

3.9

[appellant] is van 1 januari 1994 tot 1 juli 2011 in loondienst geweest van Verbrugge Zeeland Terminals B.V. en heeft in die periode pensioenrechten opgebouwd bij Optas Pensioenen en haar rechtsvoorganger PVH. Op 1 juli 2011 is [appellant] met pensioen gegaan. Hij ontvangt vanaf die datum pensioen van Optas Pensioenen. Over de periode van 1994 tot en met 1997 is het pensioenreglement PVH 1994 van toepassing. Vanaf 1998 gold het Pensioenreglement C en vanaf 1999 het Pensioenreglement C van Verbrugge Zeeland Terminals B.V.

3.10

In december 2010 hebben de Stichting Belangenbehartiging Pensioengerechtigden Vervoer- en Havenbedrijven (BPVH) en Stichting Optas naar aanleiding van een geschil over de bestedingen van de ontvangen koopsom zoals genoemd onder 3.6 een schikking getroffen. In het kader van deze schikking heeft de Stichting Optas € 500 miljoen aan Optas Pensioenen betaald. In 2014 heeft BPHV ook een schikking getroffen met Aegon. In het kader van deze schikking heeft Aegon € 188 miljoen aan Optas Pensioenen betaald. Het beklemd vermogen van Optas Pensioenen is vervolgens op verzoek van BPHV en Aegon door de rechter ontklemd per 13 januari 2015.

3.11

De hierboven onder 3.10 genoemde schikkingssommen vallen onder verantwoordelijkheid en beheer van de met dat doel opgerichte Stichting Vermogensbeheer en vloeien geleidelijk terug naar de pensioenrechten van (oud)medewerkers van de havenbedrijven.

3.12

Op 4 september 2018 heeft Aegon aan De Nederlandse Bank (hierna: DNB) verzocht in te stemmen met een juridische fusie met Optas Pensioenen.

3.13

Op 3 november 2018 is door Optas Pensioenen en Aegon in het NRC Handelsblad een advertentie geplaatst waarin het voornemen tot fusie tussen beide is aangekondigd.

3.14

Op 13 november 2018 hebben Optas Pensioenen en Aegon een voorstel tot fusie neergelegd bij het handelsregister. In het voorstel tot fusie is Optas Pensioenen gedefinieerd als ‘de Verdwijnende Vennootschap’ en Aegon als de ‘Verkrijgende Vennootschap’. In het voorstel tot fusie staat onder meer het volgende:

1 Hoofdpunten van de voorgestelde fusie

1.1.

Voorgesteld wordt om tussen de Fuserende Vennootschappen een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW tot stand te brengen (de Fusie) als gevolg waarvan:

a. De Verdwijnende Vennootschap ophoudt te bestaan; en

b. Het vermogen van de Verdwijnende Vennootschap onder algemene titel wordt verkregen door de Verkrijgende Vennootschap.

1.2.

De Verkrijgende Vennootschap is de enig aandeelhouder van de Verdwijnende Vennootschap. Op de Fusie is artikel 2:333 lid 1 BW van toepassing.

1.3.

De Fusie zal plaatsvinden zonder toekenning van nieuwe aandelen in het kapitaal van de Verkrijgende Vennootschap.

2 Verdere informatie over de gevolgen van de Fusie

(...)

2.2.

Statuten Verkrijgende Vennootschap De statuten van de Verkrijgende Vennootschap zullen ter gelegenheid van de Fusie worden gewijzigd.(...)

2.9.

Invloed van de Fusie op de grootte van de goodwill en de uitkeerbare reserves van de Verkrijgende Vennootschap (...) De waarde van het vermogen van de Verdwijnende Vennootschap zal worden verwerkt in de vrij uitkeerbare reserves van de Verkrijgende Vennootschap (behalve dat eventuele wettelijke reserves van de Verdwijnende Vennootschap zo nodig door de Verkrijgende Vennootschap zullen worden overgenomen).

(...)”

3.15

In het fusievoorstel staat verder dat de raden van commissarissen van zowel Optas Pensioenen als Aegon goedkeuring hebben verleend aan het voorstel tot fusie en dat deze goedkeuring blijkt uit de medeondertekening van het voorstel tot fusie door de leden van de genoemde raden van commissarissen. Verder staat in het fusievoorstel dat de fusie de instemming van DNB behoeft. Als bijlagen bij het fusievoorstel zijn onder meer een Statement of Consent van Aegon Nederland N.V. (als de enig aandeelhouder van Aegon) en Aegon (als enig aandeelhouder van Optas Pensioenen) gevoegd. Ook is een tweetal verklaringen als bedoeld in artikel 2:316 lid 4 BW van de Rechtbank Den Haag bij het fusievoorstel gevoegd.

3.16

Bij verzoekschrift van 13 december 2018 heeft [betrokkene] (appellante in de zaak met zaaknummer 200.304.447 en hierna aangeduid als [betrokkene] ) verzet ex artikel 2:316 BW aangetekend tegen de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon bij de rechtbank Den Haag. Dit verzet is op 21 februari 2019 ongegrond verklaard waarbij is overwogen dat er geen reëel risico bestaat dat Aegon na de fusie haar verplichtingen niet zal kunnen nakomen en overtuigend aannemelijk is gemaakt dat de solvabiliteitspositie van Aegon gezond is. [betrokkene] heeft tegen deze beschikking geen hoger beroep ingesteld.

3.17

Bij beschikking van 26 februari 2019 heeft DNB ingestemd met de fusie. Tegen deze instemming is door [betrokkene] op 7 maart 2019 en door [appellant] en anderen op of rond 29 maart 2019 bezwaar gemaakt. Ook FNV Havens en een aantal havenwerknemers en -werkgevers hebben bezwaar gemaakt tegen deze instemming.

3.18

Op 31 maart 2019 zijn Aegon en Optas Pensioenen gefuseerd waarbij Aegon de verkrijgende en Optas Pensioenen de verdwijnende vennootschap was. Uit de voetverklaring bij de akte van fusie blijkt dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die het Burgerlijk Wetboek en de statuten van Aegon en Optas Pensioenen voor het tot stand komen van een fusie vereisen en dat voor het overige de daarvoor in het Burgerlijk Wetboek en de statuten gegeven voorschriften zijn nageleefd. De fusieakte is op 2 april 2019 ingeschreven in het handelsregister en op diezelfde datum is een afschrift van de fusieakte bij het handelsregister neergelegd. Tevens heeft op 2 april 2019 publicatie van de fusie in de Staatscourant plaatsgevonden.

3.19

Uit de op 15 mei 2019 gedeponeerde jaarrekening van Optas Pensioenen over het jaar 2018 volgt dat het eigen vermogen van Optas op 31 december 2018 € 2.454.590.000 bedroeg. Het eigen vermogen van Optas Pensioenen is na de fusie door Aegon als vrij uitkeerbare reserve aangemerkt.

3.20

Bij uitspraak van 13 februari 2023 heeft de rechtbank Rotterdam het besluit waarbij DNB heeft ingestemd met de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon vernietigd en het instemmingsbesluit herroepen. De tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep procedures zijn ingetrokken.

4 Procedure bij de rechtbank

5 Vorderingen in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing