Gerechtshof Den Haag, 09-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:490, 200.304.447/01
Gerechtshof Den Haag, 09-04-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:490, 200.304.447/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 april 2024
- Datum publicatie
- 9 april 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:490
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2021:10377, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.304.447/01
Inhoudsindicatie
De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De pensioenrechtelijke aanspraken die de Optas-verzekerden hadden, zijn door de fusie niet aangetast en zijn ook na de fusie blijven bestaan. Deze aanspraken kunnen ongewijzigd geldend gemaakt worden bij Aegon Levensverzekering.
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.304.447/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/570739 / HA ZA 19/304
Arrest van 9 april 2024
in de zaak van
1 [appellante 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna te noemen: [appellante 1] c.s.,
advocaat: mr. F.C.M. Schoonderwoerd, kantoorhoudend in Berkel en Rodenrijs,
tegen
Aegon Levensverzekering N.V.,
gevestigd in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. H.J. van der Baan, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof zal appellanten hierna gezamenlijk [appellante 1] c.s. en afzonderlijk [appellante 1] en [appellant 2] noemen en geïntimeerde Aegon.
1 De zaak in het kort
[appellante 1] c.s. heeft pensioen opgebouwd bij Optas Pensioenen. Optas Pensioenen is in 2019 met Aegon gefuseerd. Daarbij is Optas Pensioenen opgegaan in Aegon. [appellante 1] c.s. wil dat deze fusie ongedaan wordt gemaakt. Volgens [appellante 1] c.s. behoorde het vermogen van Optas Pensioenen ten tijde van de fusie aan haar en al de andere Optas-verzekerden toe. Door deze fusie is er minder geld beschikbaar voor pensioen. Het vermogen van Optas Pensioenen mocht volgens [appellante 1] c.s. niet aan het vermogen van Aegon worden toegevoegd. Daarnaast zijn diverse voorschriften bij de fusie niet nageleefd. De fusie moet ongedaan worden gemaakt. Als dat niet gebeurt, wil [appellante 1] c.s. dat er voorzieningen worden getroffen zodat zij in precies dezelfde situatie komt te verkeren als dat er geen fusie zou zijn geweest.
Het hof oordeelt dat de fusie niet ongeldig is en [appellante 1] c.s. geen rechtstreeks recht heeft op het vermogen van Optas Pensioenen en/of Aegon. De pensioenrechten en de pensioenaanspraken van [appellante 1] c.s. zijn intact gebleven en die aanspraken kan [appellante 1] c.s. geldend maken bij Aegon.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding van 17 december 2021, waarmee [appellante 1] c.s. in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 september 2021;
- -
-
de memorie van grieven, tevens akte wijziging eis en verzoek artikel 22 Rv van [appellante 1] c.s., met bijlagen;
- -
-
de memorie van antwoord en verzoek tot voeging tevens houdende verzet tegen wijziging van eis van Aegon;
- -
-
de bijlagen 7 tot en met 22 die [appellante 1] c.s. en de productie 1 en 2 die Aegon ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd;
- -
-
de brief van 22 februari 2024 (met instemming van de wederpartij als bedoeld in artikel 5.5 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven) aan de zijde van [appellante 1] c.s.
Op 19 mei 2023 heeft, gelijktijdig met de zaak met zaaknummer 200.304.437, een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen meegedeeld dat de rolvoeging en de gelijktijdige behandeling van deze zaak en de zaak met zaaknummer 200.304.437 voldoende tegemoetkomen aan het belang dat de zaken gezamenlijk behandeld worden en gelijktijdig worden afgedaan, zodat het formele verzoek tot voeging van de zaken op grond van artikel 222 Rv (zoals verzocht door Aegon) is komen te vervallen.