Home

Gerechtshof Den Haag, 29-01-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:331, 200.330.463/01

Gerechtshof Den Haag, 29-01-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:331, 200.330.463/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
8 april 2025
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:331
Formele relaties
Zaaknummer
200.330.463/01

Inhoudsindicatie

Artikel 1:377a BW; ontzegging omgang; informatieregeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummers : 200.330.463/01 en 200.330.465/01

rekestnummer rechtbank : FA RK 22-6616

zaaknummer rechtbank : C/10/644933

beschikking van de meervoudige kamer van 29 januari 2025

In de zaak met zaaknummer 200.330.463/01:

inzake

[de pleegvader] ,

hierna te noemen: de pleegvader,

en

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

beiden wonende te [woonplaats] ,

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders,

advocaat mr. W.A. Koers te Leusden,

tegen

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. S. Ben Ahmed te Rotterdam.

In de zaak met zaaknummer 200.330.465/01:

inzake

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. S. Ben Ahmed te Rotterdam,

tegen

[de pleegvader] ,

hierna te noemen: de pleegvader,

en

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

beiden wonende te [woonplaats] ,

verweerders in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders,

advocaat mr. W.A. Koers te Leusden.

In beide zaken:

Als informant is aangemerkt:

Enver Pleegzorg,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de pleegzorg.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

locatie: Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

In beide zaken:

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna te noemen: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

In de zaak met zaaknummer 200.330.463/01:

2.1

De pleegouders zijn op 4 juli 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De moeder heeft op 22 januari 2024 een verweerschrift ingediend.

In de zaak met zaaknummer 200.330.465/01:

2.3

De moeder is op 5 juli 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.4

De pleegouders hebben op 6 oktober 2023 een verweerschrift ingediend.

In beide zaken:

2.5

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

in de zaak met zaaknummer 200.330.463/01:

- een journaalbericht van de zijde van de pleegouders van 13 september 2023 met bijlagen, ingekomen op 14 september 2023;

- een journaalbericht van de zijde van de pleegouders van 11 december 2023 met bijlage, ingekomen op 12 december 2023;

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 15 juli 2024 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;

- een brief van de zijde van de pleegouders van 10 oktober 2024, ingekomen op diezelfde datum;

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 7 november 2024 met bijlagen, ingekomen op 13 november 2024;

- een journaalbericht van de zijde van de pleegouders van 11 november 2024 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum,

in de zaak met zaaknummer 200.330.465/01:

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 14 december 2023 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 7 november 2024 met bijlagen, ingekomen op 13 november 2024.

- een journaalbericht van de zijde van de pleegouders van 11 november 2024 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.

In beide zaken:

2.6

De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting met de minderjarige [de minderjarige] gesproken.

2.7

De mondelinge behandeling heeft op 27 november 2024 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de pleegouders, bijgestaan door hun advocaat;

- de moeder, bijgestaan door mr. B.H. van der Zwan als waarnemend advocaat voor mr. S. Ben Ahmed;

- de pleegzorg, vertegenwoordigd door [pleegzorgwerker] (hierna te noemen: de pleegzorgwerker).

De raad is, zoals aangekondigd bij brief van 12 november 2024, niet ter zitting verschenen.

3 De feiten

In beide zaken:

3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

De moeder en [de vader] zijn de ouders van de volgende minderjarige:

[de minderjarige] (hierna te noemen: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] .

3.3

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 1 september 2010 is een machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] in een crisispleeggezin voor de duur van vier weken verleend.

3.4

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 augustus 2012 zijn de ouders ontheven van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] en is de stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam benoemd tot voogdes over [de minderjarige] .

3.5

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 20 augustus 2018 is Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ontslagen als voogdes over [de minderjarige] en zijn de pleegouders benoemd tot haar voogden.

3.6

Sinds 2015 geldt een omgangsregeling waarbij de moeder en [de minderjarige] elkaar een uur per 8 weken ontmoeten op locatie bij pleegzorg te [plaats] .

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing