Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-04-2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:1577, HD 103.002.464
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-04-2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:1577, HD 103.002.464
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 10 april 2012
- Datum publicatie
- 18 februari 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2012:1577
- Formele relaties
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7385
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2009:2407
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2010:5019
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2011:1741
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2011:4140
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:3606
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:3794
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:4057
- Zaaknummer
- HD 103.002.464
Inhoudsindicatie
ontheffing benoemde deskundige;
benoemt deskundige
Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer HD 103.002.464/01
arrest van de vierde kamer van 10 april 2012
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. J. van Zinnicq Bergmann,
tegen:
Gemeente Sittard -Geleen ,
zetelende te Sittard ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.W.H. van Kempen,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 16 oktober 2007, 22 september 2009, 9 november 2010, 19 april 2011 en 13 september 2011 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder nummer 93814/HA ZA 04-696 gewezen vonnis van 29 juni 2005.
24 Het tussenarrest van 13 september 2011
Bij genoemd arrest heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast en een deskundige benoemd ter beantwoording van de in r.o. 22.4.4 van dat arrest gestelde vragen.
25 Het verdere verloop van de procedure
Bij faxbericht van 21 september 2011 heeft de advocaat van de gemeente aan het hof en aan de wederpartij bericht dat de benoemde deskundige P. Notten deel uitmaakt van makelaarskantoor [makelaarskantoor] , welk kantoor de huurcontracten voor [appellant] heeft opgemaakt die onderwerp zijn geweest van de onderhavige procedure. De gemeente verzoekt om op grond van art. 31 Rv alsnog een lokale makelaar die vrij staat als deskundige te benoemen.
Bij brief van 18 oktober 2011 heeft de advocaat van [appellant] aan het hof bericht dat Notten naar zijn mening vrij staat om de door het hof gestelde vragen te beantwoorden en dat Notten niet betrokken is geweest bij het opstellen van de huurcontracten voor [appellant] .
Subsidiair verzoekt [appellant] het hof een ander kantoor met MRE/MRICS status te benoemen en hij stelt daarvoor voor het kantoor van [makelaars] Makelaars te [vestigingsplaats] .
26 De verdere beoordeling
Naar het oordeel van het hof is het niet raadzaam dat als deskundige ter beoordeling van de (fictieve) huurprijzen van het uiteindelijk niet gerealiseerde kantoorpand een makelaar optreedt van het kantoor dat destijds voor [appellant] huurcontracten heeft opgesteld. Dit geldt eens te meer nu deze huurcontracten onderwerp van debat zijn geweest in deze procedure en het hof daarover heeft geoordeeld dat deze niet als reëel te beschouwen waren.
Het hof zal dus overgaan tot de benoeming van een andere deskundige en zal daarvoor, ter voorkoming van nieuwe problemen, niet de suggestie van [appellant] tot benoeming van het door hem genoemde makelaarskantoor volgen.
Het hof zal de heer P. Notten, die nog niet met zijn onderzoek was aangevangen, van zijn benoeming ontslaan.
In zijn plaats zal het hof tot deskundige ter beantwoording van de in r.o. 22.4.4 van het tussenarrest van 13 september 2011 gestelde vragen benoemen: Dhr. B. Schreurs van [makelaardij] makelaardij.
Het door de deskundige vastgestelde voorschot van € 4.379,20 (incl. btw) dient te worden voldaan door [appellant] .
Uit praktische overwegingen zal het hof hier de door de deskundige te beantwoorden vragen herhalen:
1. Indien per 1 juni 2004 een kantoorgebouw gerealiseerd zou zijn op het kantorenpark te [plaats] , hoek [straat 1] / [straat 2] , en op dat moment aan een thuiszorginstelling daarin verhuurd zou zijn: 2904 m2 kantoorruimte, 350 m2 algemene ruimte, 50 ondergrondse parkeerplaatsen en 36 bovengrondse parkeerplaatsen (2/3 deel van het totale gebouw), hoeveel zou – uitgaande van het prijspeil per 1 juni 2004 - een redelijke en waarschijnlijke, marktconforme huurprijs daarvoor op dat moment geweest zijn en hoe zou die huurprijs – wederom uitgaande van het prijspeil destijds - zich hebben ontwikkeld? Wat zou in die tijd naar uw kennis en ervaring, gelet op de vraag- en aanbodsituatie op de kantorenmarkt ter plaatse in juni 2004, een gebruikelijke, gemiddelde huurperiode daarvoor zijn geweest?
2. Hoe schat u op grond van uw kennis en ervaring omtrent die vraag- en aanbodsituatie vanaf 1 juni 2004 de verhuurbaarheid van de rest van het gebouw in? Deze rest zou hebben bestaan uit 1452 m2 kantoorruimte, 175 m2 algemene ruimte, 25 ondergrondse en 18 bovengrondse parkeerplaatsen. Kunt u een beredeneerde schatting maken per wanneer die rest (geleidelijk of direct) had kunnen worden verhuurd, en voor welke huurprijzen – uitgaande van het prijspeil destijds - en huurperioden dat zou zijn geweest?
3. Kunt u bepalen wat de executiewaarde van het pand per 1 juni 2004 zou zijn geweest?
4. Hebt u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het nuttig acht dat het hof daarvan kennis neemt?
Voor het overige blijft het tussenarrest van 13 september 2011 volledig in stand.
Het hof houdt iedere verdere uitspraak aan.