Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:6061, HD 200.104.152-01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:6061, HD 200.104.152-01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17 december 2013
Datum publicatie
24 januari 2014
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2013:6061
Formele relaties
Zaaknummer
HD 200.104.152-01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 22

Inhoudsindicatie

vereenkomst van koop en verkoop van aandelen in een productiebedrijf. In de overeenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen, inhoudende dat de overeenkomst zal zijn ontbonden indien uit een op te stellen bodem- en milieurapportagerapportage blijkt van ernstige bodemverontreiniging en de saneringskosten meer dan € 300.000,- bedragen. Uitleg van de overeenkomst. Verschil van mening over onder meer de hoogte van de saneringskosten en de eisen die aan de sanering moeten worden gesteld. Koper stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst is ontbonden, verkoper vordert nakoming van de overeenkomst. Het hof gelast een deskundigenonderzoek ten aanzien van de vraag of de bodemrapportage en het saneringsplan aan de daaraan te stellen eisen voldoen en naar de hoogte van de aan de sanering verbonden kosten

Uitspraak

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.104.152/01

arrest van 17 december 2013

in de zaak van

B.V. Exploitatie Maatschappij Travers Mosa,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. G.C. Vergouwen te Eindhoven,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [vestigingsplaats 2] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. E. Jansberg te Eindhoven,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 maart 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 7 maart 2012 tussen principaal appellante

– Travers Mosa – als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, en principaal geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser in conventie, verweerder in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 103039/HA ZA 10-621)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- het anticipatie-exploot van 16 maart 2012;

- de memorie van grieven met producties;

- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep met producties;

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;

- de akte van Travers Mosa met producties;

- de akte van [geïntimeerde] ;

- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;

- de bij brief van 17 juni 2013 door [geïntimeerde] toegezonden producties (nrs. 44 tot en met 62), die ter pleidooizitting bij akte in het geding zijn gebracht;

- de bij H-formulier van 18 juni 2013 door Travers Mosa toegezonden productie (nr. 63), die bij ter pleidooizitting bij akte in het geding is gebracht;

- de door Travers Mosa ter pleidooizitting overgelegde bijlagen nrs. 1 tot en met 9 behorende bij de overeenkomst van 25 juli 2008 (productie 1 inleidende dagvaarding);

- de ter pleidooizitting overgelegde "akte uitlating voorlopig getuigenverhoor d.d. 29 november 2012 en 3 december 2012" van 26 maart 2013 van [geïntimeerde] .

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de beide memories.

4 De beoordeling

5 De uitspraak