Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-09-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3534, HD 200.111.201_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-09-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3534, HD 200.111.201_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 september 2014
- Datum publicatie
- 12 september 2014
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:3534
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5220
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:201, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- HD 200.111.201_01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025], Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 68
Inhoudsindicatie
Stelplicht curator, is voldoende gesteld voor een zogenaamde Peeters/Gatzen vordering en bevoegdheid van de curator uit dien hoofde tot het instellen van die vordering.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.111.201/01
arrest van 9 september 2014
in de zaak van
mr. Pieter Rudolf Dekker, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X.] en [Y.] B.V.
kantoorhoudende te Rosmalen,
appellant,
advocaat: mr. A.C. van Schaick te Tilburg,
tegen
1 [geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats 1],
2. [geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats 2],
geïntimeerden,
advocaat: mr. F. van der Woude te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 30 juli 2012 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 mei 2012, gewezen tussen appellant - de curator - als eiser en geïntimeerden – tezamen: de notarissen en afzonderlijk respectievelijk [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] te noemen - als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 233550/HA ZA 11-1241)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 19 oktober 2011.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven (met één productie);
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.