Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-01-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:45, HD 200.130.528-01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-01-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:45, HD 200.130.528-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 januari 2014
- Datum publicatie
- 22 juli 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:45
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4984, Overig
- Oorspronkelijk arrest: ECLI:NL:GHSHE:2017:1668
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:702
- Zaaknummer
- HD 200.130.528-01
Inhoudsindicatie
rechtsgevolgen voor de procedure in Nederland van de Belgische
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.130.528/01
arrest van 14 januari 2014
gewezen in het incident ex artikel 843a Rv in de zaak van
[n.v.] N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , België,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna te noemen: [appellante] ,
advocaat: mr. D.J.A. van den Berg te 's-Gravenhage,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] ,
advocaat: mr. B. Vermue te Tilburg,
2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats] ,
hierna ook te noemen: [geïntimeerde 2] ,
in hoger beroep niet verschenen,
3. Stichting Administratiekantoor [concern] Concern, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in hoger beroep niet verschenen,
4. Stichting Administratiekantoor [concern II] Concern II,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in hoger beroep niet verschenen,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] ,
op het bij exploot van dagvaarding van 13 juni 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnis van 20 maart 2013 tussen appellante
als eiseres en geïntimeerden als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/230663/HA ZA 11-238)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 20 juli 2011 (vonnis in incident ex artikel 843a Rv).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen geïntimeerden sub 2, 3 en 4 verleende verstek;
- de memorie in het incident van [appellante] , met producties;
- de antwoordmemorie in het incident van [geïntimeerde 1] , met producties;
Vervolgens is arrest bepaald.