Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-03-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:751, HD 200.116.491_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-03-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:751, HD 200.116.491_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 maart 2014
- Datum publicatie
- 5 oktober 2014
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:751
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:714
- Zaaknummer
- HD 200.116.491_01
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 37
Inhoudsindicatie
faillissement aannemer, artikel 37 Fw, prejudiciële vraag aan de Hoge Raad
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.116.491/01
arrest van 18 maart 2014
in de zaak van
1 [appellant 1],
2. [appellant 2],
3. [appellante 3],
4. [appellant 4],
5. [appellant 5],
6. [appellante 6],
7. [appellant 7],
8. [appellante 8],
9. [appellante 9],
10. [appellant 10],
11. [appellante 11],
12. [appellant 12],
13. [appellant 13],
14. [appellante 14],
15. [appellant 15],
allen wonende te [woonplaats 1],
appellanten,
advocaat: mr. R. van Veen te Rhoon,
tegen
mr Lambertus Boudewijn Archibald van Logtestijn, in zijn hoedanigheid van curator van [Utiliteitsbouw] Utiliteitsbouw BV,
wonende te [woonplaats 2],
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.B.A. Alkema te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 16 oktober 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnis van 1 augustus 2012, zoals hersteld bij vonnis van 22 augustus 2012, tussen appellanten (gezamenlijk aangeduid als [appellanten] en ieder afzonderlijk aangeduid met de eigen achternaam of als appellant) als gedaagden en geïntimeerde (de curator) als eiser in de hieronder in nr. 1 aangeduide, gevoegde zaken.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknrs 236527/11-1049 en 237333/11-1132)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd;
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.