Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-06-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2611, 200 153 164_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-06-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2611, 200 153 164_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 juni 2016
Datum publicatie
28 juni 2016
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2016:2611
Formele relaties
Zaaknummer
200 153 164_01

Inhoudsindicatie

Internetveiling. Veilingvoorwaarden. Algemene voorwaarden. Gebeurtenissen tussen tijdstip van bieding en tijdstip van gunning.

Uitspraak

afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.153.164/01

arrest van 28 juni 2016

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. drs. J.P. de Man te Rosmalen, gemeente ‘s-Hertogenbosch,

tegen

1 RaboHypotheekbank N.V.,

2. Coöperatieve Rabobank De Langstraat u.a.,

gevestigd te respectievelijk [vestigingsplaats 1] en [vestigingsplaats 2] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans te Tilburg,

op het bij exploot van dagvaarding van 1 juli 2014 en het door geïntimeerden uitgebrachte anticipatie exploot van 11 juli 2014 en het door hen uitgebrachte herstelanticipatie exploot van 23 juli 2014 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, handelsrecht, Breda gewezen vonnis van 30 april 2014 tussen appellant - [appellant] - als eiser, en geïntimeerden -de Banken- als gedaagden.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

-

voornoemde dagvaarding in hoger beroep, het anticipatie exploot en het herstelanticipatie exploot;

-

de memorie van grieven tevens houdende voorwaardelijke wijziging van de grondslag van de eis, althans nadere toespitsing van deze grondslag, waarbij producties zijn overgelegd;

-

de memorie van antwoord met producties;

-

de door [appellant] genomen akte;

-

de door de Banken genomen antwoordakte.

Vervolgens is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

2 Het geding in eerste aanleg (zaaknr/rolnr. C/02/272386/HA ZA 13-858)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis van 30 april 2014 en naar het daaraan voorafgegane vonnis van 22 januari 2014, waarbij een verschijning van partijen is bevolen.

3 De gronden van het hoger beroep

4 De beoordeling

5 De uitspraak