Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-08-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3790, 200.159.388_02
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-08-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3790, 200.159.388_02
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 30 augustus 2016
- Datum publicatie
- 7 september 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:3790
- Zaaknummer
- 200.159.388_02
Inhoudsindicatie
Overeenkomst van aanneming (de bouw van een ondergrondse tankinstallatie voor een Shell pompstation). Toepassing van artikel 7:760 lid 2 en lid 3 BW. Beroep op schending van de waarschuwingsplicht van artikel 7:754 BW.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.159.388/02
arrest van 30 augustus 2016
in de zaak van
1 [appellante 1] Onroerend Goed B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
2. [appellante 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
3. [appellante 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden gezamenlijk als [appellante 2] (enkelvoud),
advocaat: mr. P.J.T. Austen te Valkenburg,
tegen
[geïntimeerde] Installatie B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. T.M. Schraven te Tilburg,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van de het eindvonnis van 16 juli 2014 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen van 16 januari 2013 en 12 oktober 2011 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda onderscheidenlijk de rechtbank Breda, gewezen tussen [appellante 2] als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/221958/HA ZA 10-1351)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep;
- -
-
de memorie van grieven, met producties 43 tot en met 51;
- -
-
de memorie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel,
met producties A tot en met G;
- -
-
de memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties 52 en 53;
- -
-
de akte in voorwaardelijk incidenteel appel van [geïntimeerde] ;
- -
-
de antwoordakte van [appellante 2] .
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.