Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-11-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5304, 200 191 979_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-11-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5304, 200 191 979_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 november 2016
- Datum publicatie
- 29 november 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:5304
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:720, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200 191 979_01
- Relevante informatie
- Aanbestedingswet 2012 [Tekst geldig vanaf 02-03-2022] art. 1.7
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsrecht. Was bij een dienstenconcessie in 2015 sprake van een duidelijk grensoverschrijdend belang als bedoeld in artikel 1.7 (oud) Aanbestedingswet 2012 en hadden daarom de aanbestedingsrechtelijke beginselen in acht moeten worden genomen? Volgens het hof is dat niet aannemelijk gemaakt. Uit de omstandigheid dat eisende/appellerende partij een Franse moedervennootschap heeft volgt niet de gevolgtrekking dat sprake is van belangstelling vanuit het buitenland. Geen anticipatie op het drempelbedrag van de per 18 april 2016 in werking getreden Richtlijn 2014/23/EU.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.191.979/01
arrest van 29 november 2016
in de zaak van
[appellante] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als: [appellante] ,
advocaat: mr. J.F. van Nouhuys,
tegen
1 Stichting [vestigingsnaam] Marketing, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [vestigingsnaam+nummer 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaat: mr. J.V. van Ophem,
3. Clear ChanneL [Clear Channel] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaat: mr. E.S. Jaques,
4. Exterion Media (Netherlands) B.V.,
advocaat: mr. J.W. Fanoy
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als respectievelijk SEM, [vestigingsnaam+nummer 1] (beide tezamen als SEM c.s.), CCH en Exterion,
op het bij exploot van dagvaarding van 19 mei 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 22 april 2016, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellante] als eiseres, SEM en [vestigingsnaam+nummer 1] als gedaagden, CCH als gevoegde partij aan de zijde van SEM c.s. en Exterion als tussenkomende partij.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/299607/KG ZA 15-631)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep tevens houdende grieven;
- -
-
de akte overlegging producties van [appellante] ;
- -
-
de memories van antwoord van SEM c.s., van CCH en van Exterion;
- -
-
het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- -
-
de bij H-formulier van 30 september 2016 door Exterion toegezonden producties en de bij H-formulier van 3 oktober 2016 door [appellante] toegezonden producties, die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.