Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-09-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4138, 200.178.708_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26-09-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4138, 200.178.708_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 26 september 2017
- Datum publicatie
- 27 september 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4138
- Formele relaties
- Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2015:499
- Zaaknummer
- 200.178.708_01
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 23
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Geding na verwijzing door de Hoge Raad.
Bestuurder dient in de ochtend bij de rechtbank een verzoek in om de vennootschap 'per omgaand' en 'met de hoogste spoed' failliet te verklaren. Op dezelfde dag geeft de bestuurder namens de vennootschap aan de bank opdracht om betalingen aan derden te verrichten. Rond 14.00 uur die dag spreekt de rechtbank het faillissement uit. Omdat de faillietverklaring ingevolge artikel 23 Fw terugwerkt tot 0.00 uur, was de vennootschap op het moment dat zij de betalingsopdracht gaf daartoe niet meer bevoegd.
In een eerdere procedure (de hoofdzaak) heeft de curator met succes betaling van de bank gevorderd van de bedragen die de bank na de faillietverklaring aan derden heeft voldaan.
In de onderhavige vrijwaringsprocedure vordert de bank die bedragen als schade van de bestuurder. Die vordering is toewijsbaar. In het geding na verwijzing moet ervan worden uitgegaan dat de bestuurder kennis had van het rechtsgevolg van artikel 23 Fw. De bestuurder kan er persoonlijk een ernstig verwijt van worden gemaakt dat geen rekening is gehouden met de reële mogelijkheid dat de rechtbank na indiening van het verzoek nog dezelfde dag het faillissement zou uitspreken en dat het dus niet langer geoorloofd was om de bank betalingen te laten verrichten.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.178.708/01
arrest van 26 september 2017
in de zaak van
1 [appellante 1] , wonende te [woonplaats] ,
2. [Beheer B.V.] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
hierna aan te duiden als: [appellante 1] (appellante 1), [appellante 2] (appellante 2) dan wel [appellanten] (appellanten gezamenlijk),
advocaat: mr. J.H. Mastenbroek te Groningen,
tegen
[Bank N.V.] Bank N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam,
in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 27 februari 2015, rolnummer 14/00219, ECLI:NL:HR:2015:499 (hierna ook: het verwijzingsarrest), gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres tot cassatie en [appellanten] als verweersters in cassatie, op het cassatieberoep tegen de door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, onder zaaknummer 200.101.047/01 gewezen arresten van 26 maart 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013: LJN BZ5614) en 10 september 2013 (ECLI:NL: GHARL:2013:6712).
1 Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad
Voor het verloop van de procedure tot aan de verwijzing door de Hoge Raad naar dit hof verwijst het hof naar het verwijzingsarrest. Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het (eind)arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 10 september 2013 vernietigd en de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar dit hof verwezen.
2 Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het H-formulier waarmee [appellanten] de zaak op de rol van 20 oktober 2015 hebben aangebracht en de vrijwillige verschijning van [geïntimeerde] in het geding op die roldatum;
- -
-
de memorie na verwijzing van [appellanten] ;
- -
-
de antwoordmemorie na verwijzing van [geïntimeerde] :
- -
-
het pleidooi, waarbij partij pleitnota's hebben overgelegd.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.