Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4835, 20-004299-13

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4835, 20-004299-13

Inhoudsindicatie

Onderzoek 'Jaguar I': Hof veroordeelt verdachte wegens verschillende Opiumwetdelicten en deelname aan een criminele organisatie tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

Verdachte heeft zich gedurende ruim zes maanden schuldig gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet. Verdachte was de leider van een organisatie die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Verdachte heeft daar kwetsbare mensen bij betrokken.

Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen. Verdachte heeft daarnaast samen met anderen drugstransporten naar Duitsland gefaciliteerd. Het ging daarbij om een groot aantal kilo's. Ook had verdachte harddrugs voorhanden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004299-13

Uitspraak : 10 november 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 13 december 2013 in de strafzaak met parketnummer

03-702537-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

De officier van justitie heeft dit hoger beroep vóór aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, te weten op 4 december 2015, weer rechtsgeldig ingetrokken.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep van de verdachte

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 7 ten laste gelegde feit. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest, met teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan verdachte.

De verdediging heeft verzocht het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, te bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf. In plaats van de door de advocaat-generaal gevorderde straf heeft de verdediging gevraagd aan verdachte een taakstraf op te leggen van in totaal 1.440 uren (bestaande uit 240 uren per feit).

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

1:hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

2:hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3:hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2011 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 48 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4:

hij, verdachte, op of omstreeks 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, in elk geval van een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen zwavelzuur en/of accuzuur en/of methanol en/of weegschalen en/of gripzakken, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

5:hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, in elk geval van een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen cafeïne (in totaal ongeveer 60 kilogram), voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

6:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

[medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het meermalen, althans eenmaal (telkens) binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, in elk geval het (telkens) bereiden en/of het bewerken en/of het verwerken en/of het verkopen en/of het afleveren en/of het verstrekken en/of het vervoeren van MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemd(e) feit(en), van welke voornoemde organisatie hij, verdachte, leider of bestuurder was.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

hij in de periode van 5 april 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

2:

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft bereid en verwerkt en afgeleverd en vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3:

hij op 15 juni 2011 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 48 gram van een materiaal bevattende amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4:

hij op 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen zwavelzuur en weegschalen en gripzakken voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

5:

hij op 15 juni 2011 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen cafeïne (in totaal ongeveer 60 kilogram) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededader wisten dat dat bestemd was tot het plegen van die feiten;

6:

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen en in de gemeente Kerkrade, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemde feiten, van welke voornoemde organisatie hij, verdachte, leider was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen 1 en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Het hof zal in navolging van de rechtbank eerst de in het dossier opgenomen zaakdossiers bespreken voor zover die relevant zijn in de zaak van [verdachte] . Omdat verschillende feiten en omstandigheden voorkomen in de verschillende zaakdossiers, kan het zijn dat enige dubbele vermeldingen te vinden zijn.

Het hof zal na de bespreking van de zaakdossiers daaraan conclusies verbinden met betrekking tot de aan [verdachte] tenlastegelegde feiten.

Zaakdossier 1

Dit dossier betreft het vermoeden van een productie- en opslaglocatie voor synthetische verdovende middelen op het adres [adres 2] te Kerkrade. Op dit adres stond [medeverdachte 6] ingeschreven.

Op 11 en 12 maart 2011 komen bij de politie twee anonieme meldingen binnen dat op de [adres 2] dan wel [adres 3] te Kerkrade een hennepplantage aanwezig zou zijn. In één van de meldingen wordt [medeverdachte 6] als huurder van het appartement genoemd. Er wordt een netmeting gedaan, maar die levert niets op. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat de woning eigendom is van zijn ex-vrouw en dat hij daar staat ingeschreven.2

Vanaf 25 januari 2011 is er telefonisch contact tussen de telefoons van [medeverdachte 6] en [verdachte] , waarbij ze wel eens afspreken elkaar te ontmoeten.3 Op 1 maart 2011 hebben ze ook telefonisch contact. Opvallend is dat [medeverdachte 6] dan tegen [verdachte] zegt dat hij zo meteen een wasmachine halen 'is' bij hem thuis. 'Is goed', zegt [verdachte] .4

Het hof leidt daaruit af dat [medeverdachte 6] als het ware aan [verdachte] toestemming vraagt om naar zijn eigen woning te gaan.

Op 6 maart 2011 sms't [medeverdachte 6] aan [verdachte] : 'Zeg dat die zachtjes moet doen. De buren horen het en stellen vragen. Ik heb gezegd dat een vriend blijft logeren.'5 Er volgt nog meer sms-verkeer over 'die jongen'.6

Op 19 maart 2011 sms't [medeverdachte 6] aan [verdachte] : 'Hoe laat kan ik jullie 2 vanmiddag even zien? Is dringend.' Waarna [verdachte] antwoordt: 'Is er iets gebeurd ben bij mijn vriendin' en aan [medeverdachte 7] sms't: 'Hij bel me aub'.7

Later die dag belt [medeverdachte 6] naar [verdachte] om te zeggen dat hij over vijf minuten bij hem is.8

Op 15 april 2011 sms't [verdachte] aan [medeverdachte 6] dat [medeverdachte 7] in Bitburg is neergeschoten.9 Volgens de verbalisanten is [medeverdachte 7] in die periode in Duitsland beschoten.

Op 18 april 2011 sms't [medeverdachte 6] aan [verdachte] : 'Vraag die jongen eens naar mijn sleutels als je hem ziet'.10

Op 28 juni 2011 wordt de woning [adres 2] doorzocht. Aangetroffen worden onder meer:

-

woonkamer: zakjes met reststof, wit poeder,

-

keuken: zakje met resten wit poeder,

-

keuken: zakje met witte substantie, 88 gram,

-

keuken: stofzuigerzak,

-

slaapkamer: papiertje met wit poeder.11

Dit alles blijkt na onderzoek respectievelijk cocaïne12, cafeïne vermengd met een zeer geringe hoeveelheid amfetamine13, amfetamine14, amfetamine15 en cocaïne16 te bevatten.

Over de cocaïne en de 88 gram amfetamine heeft [medeverdachte 6] verklaard dat dat voor eigen gebruik was.17

Vanuit de auto van [medeverdachte 6] bij de woning aan de [adres 4] te Kerkrade, zijnde het verblijfsadres van [medeverdachte 6] , wordt onder meer een sealbag met wit poeder in beslag genomen. Dit blijkt 0,16 gram cocaïne te zijn.18 [medeverdachte 6] verklaart dat hij dat voor eigen gebruik had.19

Verder worden de garageboxen waarvan [medeverdachte 6] de sleutels had ( [adres 5] en [adres 6] te Kerkrade) doorzocht.20 Aangetroffen worden onder meer:

-

[adres 5] : jumbozak met grijze vuilniszak met wit poeder. Dit blijkt cafeïne te zijn.

-

[adres 5] : Vacuümapparaat Bestron met poederresten. De MMC-test geeft als resultaat dat het poeder amfetamine bevat,21 maar het is te weinig voor het NFI om te onderzoeken.

-

[adres 5] : doos van vacuümapparaat Rommelsbacher met 2 theezeefjes met witte resten en plastic handschoenen..

-

[adres 6] : blauwe jerrycan met vloeistof. Deze blijkt zwavelzuur te bevatten.

-

[adres 6] : 5-liter jerrycan met opschrift Methanol. De jerrycan blijkt alleen water te bevatten.

-

[adres 6] : plastic zakje met wit poeder. Dit blijkt amfetamine te zijn.22

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat [verdachte] de woning aan de [adres 2] in Kerkrade binnen kon, hij had daarvan een sleutel en die had [verdachte] van hem gekregen.23

Verder heeft [medeverdachte 6] verklaard: 'Begin januari 2011 ontmoette ik [verdachte] in café [café] . Ik ken hem al vanaf mijn jeugd. Hij vertelde dat een vriend van hem vrijkwam en tijdelijk onderdak zocht. Hij wist van mij dat de woning aan de [adres 2] leegstond. Hij vroeg mij of hij, [verdachte] , mijn woning tijdelijk mocht huren voor die vriend. Ik zei tegen hem dat ik dat goed vond mits er geen rare dingen in mijn huis zouden gebeuren. Ik bedoelde geen illegale activiteiten. [verdachte] verzekerde mij dat het puur was dat zijn vriend daar tijdelijk onderdak had.

[verdachte] zou mij elke maand € 400,- betalen. Ik heb dat eenmaal, in februari, van [verdachte] gekregen.

Ergens in januari 2011 heeft [verdachte] de beschikking gekregen over de sleutels van de woning.

In maart 2011, rond carnaval, kreeg ik klachten van de onderbuurvrouw. Er was geluidsoverlast tot diep in de nacht. Meteen de dag erna heb ik contact met [verdachte] gezocht om hem te zeggen dat er klachten waren over de persoon die in mijn woning verbleef. Het sms'je over het geklaag van de buren had daar betrekking op.

Ik ging met enige regelmaat naar de woning om post op te halen van de trap in het trappenhuis. Eind maart of begin april was ik weer eens daar en toen heb ik een kijkje in de woning genomen. In de keuken naast de pedaalemmer stonden twee of drie kartonnen dozen zonder etiket. Daar lagen vermoedelijk gebruikte plastic handschoenen. Ook lagen er witte plastic draagzakken. Naast het keukengedeelte lag op de vloerbedekking een witte waas. Die lag ook op het aanrechtblad en eigenlijk over het hele keukengedeelte. Ik schrok hier zo van dat ik meteen de woning heb verlaten. Ik was ervan overtuigd dat het niet pluis was, dat het illegale activiteiten betrof en dat het met verdovende middelen te maken had. Ik heb contact opgenomen met [verdachte] . Hij reageerde gelaten en hij zou ervoor zorgen dat het opgeruimd werd. Een paar dagen later zag ik dat het wel opgeruimd was, maar niet helemaal schoon. Zoals jullie de woning gisteren aantroffen, zo is zij achtergelaten door [verdachte] .'24

Omdat ik [verdachte] altijd in gezelschap zag van ene [medeverdachte 7] , heb ik [verdachte] een sms gestuurd waarin ik schreef dat ik hen beiden wilde zien. Dat is de sms van 19 maart 2011. 's Middags kwamen [medeverdachte 7] en [verdachte] en toen heb ik [verdachte] gezegd dat ik wilde dat hij die rotzooi uit mijn appartement zou halen en dat er werd schoongemaakt en ik wilde mijn sleutels terug.25

De politie heeft [medeverdachte 6] een foto getoond van [medeverdachte 7] . Daarover heeft hij gezegd: dat is inderdaad de [medeverdachte 7] die ik bedoel. Hij was altijd bij [verdachte] .26

Over de garageboxen heeft [medeverdachte 6] verklaard: op het moment dat [verdachte] vroeg of hij mijn woning kon huren, heeft hij ook gevraagd of hij van mijn garage gebruik mocht maken. Ik heb hem daarvoor de sleutels gegeven en die heb ik ook teruggekregen. Ik ben toen naar de garage gegaan en zag een blauwe jerrycan staan die niet van mij was en een doos met papiertjes en rotzooi.27

De politie heeft aan [medeverdachte 6] een foto getoond van dozen die inbeslaggenomen zijn op het adres [adres 7] te Kerkrade, waar [medeverdachte 3] en [verdachte] woonden. In reactie op die foto heeft [medeverdachte 6] verklaard dat deze soortgelijk zijn als de dozen die in de woning aan de [adres 2] stonden, alleen heeft hij daar geen etiketten op zien zitten.28

Zaakdossier 2

Dit dossier betreft het vermoeden van een productie- en opslaglocatie voor synthetische verdovende middelen op het adres [adres 8] te Heerlen.

In mei 2011 heeft de politie (het onderzoeksteam Jaguar) al enige tijd het vermoeden dat de woning aan de [adres 8] te Heerlen, op welk adres [medeverdachte 8] staat ingeschreven29, wordt gebruikt als productie- en opslaglocatie en dat onder anderen [verdachte] daarbij betrokken is. Men wil daar op korte termijn een doorzoeking doen.

De districtsrecherche krijgt evenwel bericht dat een bewoner van [adres 8] te Heerlen ( [medeverdachte 8] ) een vuurwapen zou hebben.30 Deze informatie is aanleiding voor een onderzoek in de woning van [medeverdachte 8] op grond van de Wet wapens en munitie (WWM), dat plaatsvindt op 8 mei 2011. [medeverdachte 8] geeft toestemming tot binnentreden en verklaart dat hij inderdaad in bezit is van een vuurwapen. Vanwege de veiligheid worden alle deuren geopend en dan ziet men ook chemicaliën en andere attributen. [medeverdachte 8] geeft toestemming tot doorzoeking van de woning aan de [adres 8] te Heerlen.

De informatie van het onderzoeksteam Jaguar uit telefoontaps en observaties en hetgeen bij de doorzoeking is aangetroffen geeft het navolgende te zien.

Op 19 januari 2011 is er het eerste contact tussen de telefoons die bij [verdachte] en bij [medeverdachte 8] en diens vriendin [medeverdachte 9] in gebruik zijn.31

Op 1 februari 2011 wordt [verdachte] telefoon 's avonds gebruikt terwijl de verbinding telkens verloopt via een mast die zich in de nabijheid van de [adres 8] bevindt, te weten op de [adres 9] te Heerlen.32

Op 1 en 31 maart 2011 vind sms-verkeer plaats tussen de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 8] / [medeverdachte 9] waarin het gaat over de eerste van de maand en of [verdachte] de pieken kan geven/brengen.33 De politie concludeert daaruit dat [verdachte] voor de huur betaalt.

Op 16 maart 2011 spreken [medeverdachte 7] en [verdachte] over twee flessen Bacardi voor 'die ander'. [medeverdachte 7] zegt 'Weet je wel. Hij had me gevraagd of ik hem twee liter, twee flessen Bacardi kon geven, weet je wel, waar wij voor bij die eerste vriend waren.'34 De politie neemt aan dat dit over methanol gaat, dat kan worden gebruikt bij het kristalliseren van amfetamineolie.

Op 29 maart 2011 wordt geobserveerd bij de [adres 8] . Gezien wordt dat een man die later herkend wordt als [medeverdachte 1] een witte plastic draagtas uit zijn Opel Corsa pakt en aan [medeverdachte 7] geeft. [verdachte] en [medeverdachte 7] lopen daarna naar de flat aan de [adres 8] waar de nummers [huisnummer] tot en met [huisnummer] zijn gelegen, gaan aan de achterzijde naar binnen en komen even later weer aan de achterzijde naar buiten.

Op 1 april 2011 worden gesprekken afgeluisterd tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 2] naar [verdachte] toekomt. [verdachte] komt naar onderen. De verbinding verloopt bij dit laatste gesprek opnieuw via de mast aan de [adres 9] .35

Op 4 april 2011 belt een vrouw [verdachte] vanaf een nummer dat op naam staat van [medeverdachte 10] . Volgens de politie is [medeverdachte 10] de vriendin van [medeverdachte 11] , die later in het jaar, op 14 juni 2011, in Aken (Duitsland) zal worden aangehouden met bijna twintig kilo amfetamine in zijn kofferbak.36 De vrouw zegt tegen [verdachte] dat 'hij' ligt te slapen, maar ze weet van de afspraak om vijf uur. [verdachte] zegt dat hij dat waarschijnlijk niet gaat halen en dat het sowieso wel morgen zal worden, want de opa moet tot zes werken. De vrouw zal het doorgeven.37

Op 5 april 2011 doet de politie de volgende observaties. De Opel Corsa die op naam van [medeverdachte 1] staat, komt om vijf over twee 's middags aan bij de [adres 8] . De bestuurder wordt van een foto herkend als [medeverdachte 1] . Twee minuten later komt [verdachte] uit de toegangsdeur van de flats [huisnummer] tot en met [huisnummer] . Hij heeft een bigshopper van Albert Heijn bij zich, die niet al te zwaar lijkt. [verdachte] legt de bigshopper in de kofferbak van de Corsa en stapt als bijrijder in, waarna de auto wegrijdt. Een kwartier later ziet de politie [verdachte] uit de auto stappen. De auto met alleen bestuurder [medeverdachte 1] rijdt verder. Om vijf over half drie ziet men dat de Opel Corsa via de [straat 1] in Kerkrade en de [straat 2] in Herzogenrath de grens overgaat naar Duitsland.38

's Avonds op 5 april 2011 sms't [verdachte] aan zijn partner [medeverdachte 3] dat hij aan het verhuizen is met [medeverdachte 8] van [medeverdachte 9] .39 [medeverdachte 3] heeft over dat bericht verklaard dat [verdachte] aan het verhuizen was met de drugs van [medeverdachte 8] .40

Later die avond op 5 april 2011 ontvangt [verdachte] van de telefoon die bij [medeverdachte 2] in gebruik is een sms 'Hoi stuur me per sms de formules en de naam je weet wel waarvoor'. 'Ik zie je morgenvroeg' sms't [verdachte] terug.41 De volgende dag, op 6 april 2011, telefoneren [medeverdachte 2] en [verdachte] met elkaar om af te spreken wanneer [medeverdachte 2] bij [verdachte] langs zal komen die dag. Het wordt in de middag.42 Bij onderzoek blijkt dat op 6 april 2011 rond half vier in de middag op de laptop van [verdachte] is gezocht naar de formule van formamide. De politie relateert dat formamide nodig is bij de productie van amfetamine.43

In de avond van 6 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 8] en vraagt hem of hij tijd heeft. Hij zegt: 'Luister he, als je daar dinges loopt he, loop daar eens naar binnen. Zie je op tafel zo'n plastic ding staan, zo'n kannetje?' [medeverdachte 8] antwoordt: 'Ja, twee stuks staan er, een lege en een groene met een groen etiket. Een lege, zeg maar, en een ander. Een met een grote dop en een kleine dop.' [verdachte] zegt dan: 'Met die grote dop, pak die eens op. Zou je mij een plezier kunnen doen? Zou je mij die kunnen brengen, als het gaat, naar mijn vriendin?' 'Ja, is goed man, is goed man,' zegt [medeverdachte 8] dan.44

[medeverdachte 8] heeft over dit afgeluisterde gesprek het volgende verklaard: 'Ik heb een kannetje, een doorzichtig potje met een kleine hoeveelheid vloeistof, naar [verdachte] in Kerkrade gebracht. Het stond op tafel in die slaapkamer. Ik weet dat het 'rotzooi' was. Alles wat op dat kamertje stond had te maken met 'rotzooi'. Daar bedoel ik drugs mee.'45

Op 11 april 2011 belt [verdachte] in de ochtend met [medeverdachte 1] , hij heeft hem nog nodig. [medeverdachte 1] moet werken van één tot zes.

Om 17.00 uur die dag ziet men dat [verdachte] met ene [betrokkene 1] diens gelijknamige tabakswinkel binnengaat. Om 17. 30 uur gaat [verdachte] naar buiten, hij loopt te bellen en heeft een rood-geel gekleurde plastic zak met het opschrift 'snack' bij zich. Om 17.36 uur legt hij die tas in de kofferbak van een Toyota Aygo ( [kenteken 1] ), waarna hij met die auto wegrijdt.46 Een soortgelijke plastic zak is op 8 mei 2011 aangetroffen op de [adres 8] .47

Om 18.56 uur ontvangt [verdachte] een bericht op zijn telefoon van [medeverdachte 1] dat deze 10 minuten later zal zijn.48 Om 19.07 uur belt een Duitssprekende man – met het telefoonnummer dat aan de ' [bijnaam] ' wordt gekoppeld – naar [verdachte] met de vraag of hij zich in de dag vergist heeft? 'Nee,' zegt [verdachte] , 'vandaag', en hij gaat hem bellen.49Om 19.09 uur volgt nog een gesprek tussen [verdachte] en de Duitssprekende man waarbij [verdachte] zegt dat 'die' tien minuten vertraging had. Om 19.10 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] om te zeggen dat hij er is. [verdachte] zegt: 'Dat weet ik, hij heeft mij gebeld.'50

Op 12 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Hij vraagt of hij [medeverdachte 1] om kwart voor twee kan zien 'bij de [winkel 2] , bij de ek'. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is. Ze zien elkaar daar.51De observanten zien dat [verdachte] en [medeverdachte 3] om 13.40 uur bij de flat aan de [adres 8] naar buiten komen. [verdachte] draagt een witte draagzak. [medeverdachte 1] komt om 13.43 uur met zijn auto ter plaatse en parkeert die vóór de Toyota Aygo. [verdachte] pakt een blauwe bigshopper met witte strepen vanaf de bijrijdersplaats van de Aygo en legt die in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 1] .52

Verbalisanten merken nog op dat een soortgelijk bigshopper op 15 juni 2011 bij [medeverdachte 11] is aangetroffen met amfetamine erin.53

Om 14 .08 uur zien de observanten dat de auto van [medeverdachte 1] de Nederlands-Duitse grens overgaat in Kerkrade. Op de [straat 3] in Aken, het is dan 14 .20 uur, verliezen de observanten de auto uit het oog.54 De verbalisanten verwijzen naar het aantreffen van een Actiontas met verdovende middelen in een garage aan de [straat 3] te Aken op

15 juni 2011, naar aanleiding van de aanhouding van [medeverdachte 11] .55 Later in de middag probeert [verdachte] nog contact te krijgen met [medeverdachte 1] en met de telefoon die op naam staat van de hierboven genoemde [medeverdachte 10] .56

Op 16 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en vraagt of hij kan komen. [medeverdachte 1] komt eraan en weet waar hij moet zijn. Even later belt [verdachte] weer en zegt dat [medeverdachte 1] even naar boven moet komen, dan maakt [verdachte] de deur open.57 Later die dag belt [verdachte] naar [medeverdachte 8] om te vragen of hij iets wil wegbrengen dat op tafel ligt.58 [medeverdachte 8] heeft over dit afgeluisterde gesprek gezegd dat het om een bruine envelop ging, die hij naar [verdachte] heeft toegebracht.59

Op 17 april 2011 heeft [verdachte] 's avonds contact met een Duitssprekende NN-man. Het telefoonnummer is het Spaanse nummer dat aan de ' [bijnaam] ' wordt gekoppeld. [verdachte] is 18 kilometer voor Venlo. Ze spreken af elkaar te zien daar waar ze elkaar de laatste keer ontmoet hebben.60

Op 18 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] om af te spreken dat [medeverdachte 1] morgen iets moet wegbrengen. Om zeven uur moet hij ergens zijn.61

Op 19 april 2011 om 19.10 uur heeft [verdachte] contact met een Duitssprekende man. Deze man zegt dat 'hij' niet aangekomen is. [verdachte] had met 'hem' een afspraak om 8 uur, maar 'hij' heeft niets teruggestuurd. Volgens [verdachte] is er iets gebeurd.62

Om 19.11 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . [verdachte] zegt dat iemand hem de hele dag nog niets heeft teruggestuurd. Hij vindt het een beetje raar. [medeverdachte 1] zegt dat hij daar wel even wacht.63

Om 19.53 uur wordt [verdachte] gebeld door een NN-man, vanaf het Spaanse nummer dat gebruikt wordt door de ' [bijnaam] '. [verdachte] vraagt of hij om 8 uur daar is. 'Jij zei toch

8 uur,' vraagt de NN-man. [verdachte] zegt '7'. De NN-man zegt dat hij dan weer weg is. [verdachte] zegt: 'Nee, hij komt.' De NN-man zal wachten. Hij zegt dat hij volgende week, donderdag of vrijdag, komt.64

Om 19.55 uur sms't [verdachte] naar [medeverdachte 1] 'Hij is daar', waarop [medeverdachte 1] terug sms't: 'OKE'65, gevolgd om 20.13 uur door een sms: 'Ik zie hem niet jongen'.66 [verdachte] belt daarop direct naar de NN-man ( [bijnaam] ) met de vraag waar hij is, want 'hij' ziet hem niet. De NN-man zegt dat hij hem ook niet ziet.67

Om 20.23 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] dat 'alles [naam 4] ' is. De ander zal volgende week vrijdag naar [verdachte] toekomen.68

Op 20 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat hij daarachter is geweest voor die Baco, maar die hebben ze deze week niet geleverd, die krijgen ze pas dinsdag, maar hij heeft hem besteld.69 Volgens de politie wordt met Baco methanol bedoeld.

Op 1 mei 2011 belt [verdachte] 's ochtends tegen 11 uur naar [medeverdachte 1] en vraagt of [medeverdachte 1] naar [verdachte] toe kan komen. [medeverdachte 1] vindt dat geen probleem en komt tegen 12 uur.70

's Middags net na 1 uur belt [betrokkene 2] naar [verdachte] . [verdachte] zegt: 'Kom maar naar de [winkel 2] '. ' [betrokkene 2] is er zo.71

Om goed half 2 belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt hoe laat het wordt. [verdachte] zegt dat hij om 3 uur naar [medeverdachte 2] komt en vervolgt: 'Of jij komt me halen en dan fiksen we dat zo.' [medeverdachte 2] zegt dat hij één meer moet hebben en dat [verdachte] aan dat andere moet denken.72

Tegen half 3 belt [verdachte] opnieuw naar [medeverdachte 2] en vraagt of deze hem kan komen halen bij de [winkel 2] . Hij moet maar een belletje geven als hij er is.73 Om 10 over half 3 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] dat hij er zo is.74

De masten via welke de telefoonverbindingen tot stand komen op de middag van 1 mei 2011 zijn gelegen aan de [adres 9] dan wel de [straat 4] .75

Om 10 voor 3 belt [verdachte] naar [medeverdachte 8] . Hij vraagt of hij een bruine envelop met daarin 8.000 heeft laten liggen in de kamer. [medeverdachte 8] zegt dat hij die bij de vriendin van [verdachte] zal afgeven.76

Uit een kassabon gedateerd 5 mei 2011, die is gevonden bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 8] , blijkt van aankopen bij de [winkel 2] op 5 mei 2011.77 Op opgevraagde camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] deze aankopen heeft gedaan. Het gaat om Actiontassen, verfrollers en bakjes.78 Deze goederen zijn ook (deels) aangetroffen bij de doorzoeking van de [adres 8] .79

De verbalisanten verwijzen in dit verband ook naar het aantreffen van amfetamine bij de eerdergenoemde [medeverdachte 11] op 14 juni 2011 en het onderzoek in Duitsland dat daarna is gevolgd. In dat onderzoek is getuige [getuige 1] gehoord. Zij heeft verklaard dat verfrollers werden gebruikt als camouflagemiddel bij de 10-kg-verf-emmers waarin de amfetamine werd gedaan.80

Op 6 mei 2011 belt [medeverdachte 1] tegen half 10 in de ochtend naar [verdachte] . Ze spreken af dat [medeverdachte 1] zich om 11 uur na zijn werk bij [verdachte] zal melden.81

Een uur later zien verbalisanten dat [verdachte] in een Toyota Aygo ( [kenteken 2] ) naar de bouwmarkt [bouwmarkt] in Kerkrade wordt gereden. Hij gaat daar naar binnen en komt naar buiten met drie of vier in elkaar geschoven, lege witte emmers. Daarna stapt hij weer in de auto.82

Om kwart voor 11 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] . Ze bespreken dat [verdachte] er nu heen gaat en dat [medeverdachte 2] het dan straks kan komen afhalen, dan kan [verdachte] het nu al in één keer doen.83

De verbalisanten zien dat de Toyota Aygo met daarin [verdachte] naar de [straat 5] in Heerlen rijdt. Daar zien de verbalisanten dat [verdachte] uit de auto stapt, de zojuist gekochte emmers uit de auto pakt en naar de achterzijde van het appartementencomplex [adres 8] [huisnummer] - [huisnummer] loopt en daar naar binnengaat. De auto van [medeverdachte 1] (Opel Corsa) staat geparkeerd op de [adres 8] , ter hoogte van het hetzelfde appartementencomplex.84

[verdachte] sms't even later naar een telefoon die op naam staat van ene [betrokkene 3] . Hij laat weten: 'Ik ben in heerleheide ben bezig tot 12 uur.' Verder maken ze een afspraak om te gaan lunchen.85

Iets na 12 uur zien de verbalisanten [medeverdachte 1] uit het appartementencomplex komen. Hij heeft een tas of een koffer bij zich, die hij in de kofferbak van zijn auto legt. Daarna rijdt hij weg.86

Een paar minuten later komt [verdachte] uit het appartementencomplex, terwijl hij loopt te bellen.87 Hij belt op dat moment weer met genoemde [betrokkene 3] . Deze zegt dat hij over 30 seconden bij de [winkel 2] zal zijn. [verdachte] is aan het lopen en [betrokkene 3] kan bij de rotonde stoppen.88

Verbalisanten zien dat [verdachte] op een straathoek blijft staan en daar wordt opgehaald door een man in een auto, genaamd [betrokkene 4] . Ze halen nog een andere man op en gaan daarna met zijn drieën een broodjeszaak in Heerlen binnen.89

Om half 1 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] . [medeverdachte 2] zal even langs komen. [verdachte] vertelt dat hij in een broodjeszaak in Heerlen is en dat hij om half 2 thuis is en op [medeverdachte 2] wacht.90

Om half 2 belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt dat de oom er is.91 Om kwart voor 2 zien de verbalisanten dat [medeverdachte 1] uit de woning aan de [adres 7] te Kerkrade komt. [verdachte] komt ook naar buiten met twee vuilniszakken en hij legt die in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] rijdt daarop weg.92

Even na 2 uur die middag zien verbalisanten een Opel Meriva ( [kenteken 3] ) die geparkeerd wordt op de [adres 7] in Kerkrade. De bestuurder – [medeverdachte 2] – gaat nummer [huisnummer] binnen.93Om kwart over 2 belt [verdachte] naar een man die [bijnaam medeverdachte 12] wordt genoemd. [verdachte] vraagt of [bijnaam medeverdachte 12] bij hem langs kan komen om op internet te kijken, want [bijnaam medeverdachte 12] weet dat precies. [verdachte] zegt dat die man al drie dagen iedere dag bij hem op bezoek is en dat hij niet altijd voor niks kan komen.94

Tegen half 12 die avond belt [bijnaam medeverdachte 12] naar [verdachte] . [verdachte] zegt zo thuis te zijn. 'Tot zo,' zegt [bijnaam medeverdachte 12] .95 Even later sms't [verdachte] naar [medeverdachte 2] : 'Ik heb die f.mule voor jou', waarna deze sms't dat hij morgen komt.96

Op 7 mei 2011 belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] . Ze spreken af elkaar te treffen bij de [winkel 2] .97 Bij de [winkel 2] ziet de verbalisant [verdachte] bij [medeverdachte 1] in de auto stappen. De auto rijdt naar de [straat 6] . Van daaruit loopt [verdachte] naar de achterzijde van de woningen aan de [adres 10] waaronder nummer [huisnummer] . [medeverdachte 1] zet het kofferdeksel van zijn auto open. Even later ziet de verbalisant de auto van [medeverdachte 1] weer bij de [winkel 2] . [verdachte] loopt weer naar de achterzijde van de flat aan de [adres 8] , [medeverdachte 1] parkeert zijn auto aan de voorzijde.98's Avonds belt [verdachte] nog met [medeverdachte 9] , de vriendin van [medeverdachte 8] . Ze spreken af morgenochtend rond 10 uur te bellen.99

In de ochtend van 8 mei 2011 wordt het hiervoor genoemde onderzoek op basis van de Wet wapens en munitie ingesteld op het adres van [medeverdachte 8] . Rond kwart voor 12 die dag belt [verdachte] naar het telefoonnummer van [medeverdachte 8] , maar er is geen contact.100 Daarna belt [verdachte] naar de vader van [medeverdachte 9] om te vragen of zij daar is.101 'Er staat een rare auto bij hun voor de deur', zegt hij in een gesprek met [medeverdachte 3] , hij gaat aanbellen.102 Even later meldt hij haar dat er een handig probleem is.103

Op 10 mei 2011 sms't [verdachte] opnieuw naar [medeverdachte 2] : 'Die jongen heeft niets gezegd en die waren voor iemand anders op mijn oude adres ff afwachten ik denk dat ik geluk heb.'104

Ook op 10 mei 2011 belt [verdachte] met de eerdergenoemde [betrokkene 3] . [verdachte] zegt dat wat hij zei bij die woning, dat was niet van hem gelukkig. En hij zegt dat hij een man hier heeft die iets daarvan wou hebben, of dat gaat. Ze spreken af bij een tankstation, bij een flitspaal.105Die middag sms't [verdachte] ook naar [medeverdachte 2] dat die jongen niks heeft gezegd en dat die voor iemand anders op zijn oude adres waren. Hij denkt dat hij wel geluk heeft.106 Hij vraagt of [medeverdachte 2] dat geld, die 6250 mee kan nemen, dat kan hij nu goed gebruiken.107

Op 12 mei 2011 voert [verdachte] een lang gesprek met [medeverdachte 7] , waarin het gaat over hun onenigheid ( [medeverdachte 7] duidt [verdachte] aan als ene waar hij bijna vier, vijf jaar mee samen heeft gewerkt) en [verdachte] zegt dat iets heftigs is gebeurd. Hij bedoelt de [winkel 2] is weg.108

Op dezelfde dag sms't [verdachte] aan een Belgisch nummer dat een inval is gedaan op het oude adres.109 Even later belt vanaf dat nummer een NN-man die vraagt of het nog gaat lukken omdat hij al drie dagen die mensen op zijn nek heeft.110

Bij het onderzoek in de woning van [medeverdachte 8] aan de [adres 8] te Heerlen worden onder meer de volgende goederen aangetroffen:

 verdovende middelen in verschillende emmers, zakjes en kannen:

o 10,6 kg amfetaminepoeder111

o 4 kg amfetaminepasta112

o 4 liter amfetaminehoudende vloeistof113

o 225 XTC-pillen114

o 106 gr henneptoppen

 chemicaliën/versnijdingsmiddelen en overige goederen

o 5 liter zwavelzuur115

o 25-liter jerrycan met 10 liter zwavelzuur116

o drie weegschalen, gripzakken en vacuümzakken117

o twee sealapparaten.118

[medeverdachte 8] heeft het volgende verklaard: ' [verdachte] is verre familie van mijn vriendin. Hij komt uit Kerkrade en heeft een vriendin die [medeverdachte 3] heet. We zijn een keer samen gaan eten en ik ben een keer met [verdachte] alleen op stap geweest. Toen vroeg hij of ik geld wilde verdienen. Ik moest dan spullen wegzetten: de rotzooi die jullie bij mij hebben gevonden. Eerst wilde ik dat niet, maar later zei ik dat het goed was. Het zou voor heel korte duur zijn, voor twee maanden, dan zou hij een andere plek hebben. Ik zou er iedere maand 500 euro voor krijgen. Hij is naar mij toegekomen, heeft die spullen bij mij neergezet en ik heb hem de sleutels van mijn woning gegeven. Hij zou overdag af en toe langskomen. Hij kwam meestal overdag, want als ik dan 's avonds thuiskwam, was het een rotzooi van al dat spul. Ik denk dat hij ongeveer drie keer in de week bij mij was, maar ik weet het niet precies. Hij maakte gebruik van de eerste slaapkamer in mijn woning. Daar stond al die rotzooi. [verdachte] maakte volgens mij zijn shit in die woning, die drugs. Ik heb daar geen verstand van. Er is weleens iemand met hem meegekomen, ik weet zijn naam niet, maar die is eigenlijk alleen in het begin geweest. Dat was een jongeman van ongeveer 30 jaar, zwarte haren, ongeveer 1.83 m. lang. Een praatjesmaker. [verdachte] heeft volgens mij die spullen in februari voor het eerst gebracht. Ik heb toen hij met die spullen aankwam meteen 500 euro gekregen. Volgens mij heb ik dat 3 keer gekregen. Met de politie-inval had ik nog niet betaald gekregen, maar dat weet ik niet meer zeker.'119

Naar aanleiding van een telefoongesprek met [medeverdachte 7] , dat de verbalisant hem laat horen, verklaart [medeverdachte 8] : 'Dat is die jongen die in het begin bij mij geweest is. Ik weet zijn naam niet. [verdachte] was samen met hem naar mij toegekomen. Hij was eigenlijk degene die de spullen heeft neergezet. Volgens mij was hij de loopjongen van [verdachte] . Hij kwam ook het geld brengen. Hij had ook gezegd dat hij degene was die in mijn woning kwam. Ik heb hem een keer of vijf in mijn woning gezien. De eerste keer was het een auto vol. Daarna zag ik weleens als ik thuiskwam dat er weer spullen bij waren gekomen en een andere keer waren spullen weg. Ik heb nooit meegeholpen bij de productie of het vervoer van drugs.120

Hij heeft me weleens gevraagd hem weg te brengen, soms had hij weleens een plastic tas bij zich.'121

[medeverdachte 7] heeft onder meer verklaard: ' [verdachte] heeft 10.000 euro betaald voor mijn vader. Hij kende mijn vader en vond het sneu dat iedereen mijn vader liet zitten. [verdachte] deed dit van zijn geld.'122 Dan laten verbalisanten [medeverdachte 7] een telefoongesprek horen dat hij op 1 april 2011 voerde met [betrokkene 5] , de moeder van hun dochtertje. Hij zegt daarin onder meer, als het erover gaat wanneer hij [betrokkene 6] , hun dochtertje, kan komen halen: 'Ik kan nu heel vaak, want eh we zijn eh we zijn gesplitst, ik en [verdachte] . Ik heb nou de afdeling met de kleine autootjes en hij met de grote auto's. Er zijn teveel problemen.'123

[medeverdachte 7] verklaart over dat gesprek: 'Ik heb weleens dingen voor hem gedaan, maar ik heb nooit gereden. Ik heb weleens pillen moeten afgeven, tussen de 300 en 600 stuks. Die gaf hij me. Hij had ze van een plaats bij hem, denk ik. Ik heb ze onder andere afgeleverd bij de [winkel 2] bij Heerlerheide. Ik heb dat een paar keer gedaan en kreeg 100 euro voor 1.000 stuks.

Ik ga nog geen vier jaar, volgens mij drie jaar, met [verdachte] om. Ik ben gewoon als loopjongen gebruikt. Mijn rol is eigenlijk dat ik sinds begin vorig jaar met hem ben omgegaan. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat hij het maar moest uitzoeken met zijn strontzooi. Ik heb daarvoor wel met hem dingen klaargemaakt en afgegeven. Klaarmaken heb ik nooit gedaan. Ik hoefde alleen maar in te pakken, vacuümzuigen. Dat was steenvormig en pasta's. Dat was op de stashplaats, in Heerlerheide bij de [winkel 2] . Dat was een appartement in de buurt van de [winkel 2] . Die plaats hebben jullie al gepakt.

De spullen in het appartement waren van [verdachte] . Ik ben daar niet vaak geweest, want dat was in de tijd dat ik veel conflicten met hem had. Ik heb daar speed ingepakt, pillen ingepakt, MDMA ingepakt. Alles wat [verdachte] heeft klaargemaakt, heb ik ingepakt. [verdachte] was meestal daar als ik daar was. Ik kwam binnen met een sleutel, van [verdachte] . Het adres was van een nichtje van [verdachte] of de vriend van dat nichtje. Die jongen kreeg daar 1.000 euro in de maand voor. Dat kreeg hij van [verdachte] of mij.

We hebben die plaats gehad, ik denk vanaf januari dit jaar. Het zou kunnen dat het gaat om de [adres 8] in Heerlen.

[verdachte] had altijd maar vijf liter speedolie, in methanolkannetjes. De spullen, zoals speedolie, pillen en MDMA, kwamen op de [adres 8] doordat [verdachte] ze daar afzette. Ik kwam pas als alles klaar was. Ik heb het alleen maar naar de [winkel 2] weggebracht. Ik kreeg van [verdachte] betaald.

Samenvattend kan ik zeggen dat op de [adres 8] gebeurde: het klaarmaken van speed en vervolgens het afwegen, inpakken en sealen in plastic zakken. Het klaarmaken gebeurde door [verdachte] en het afwegen, in pakken en sealen door mij. Dat was dus in de periode van januari dit jaar, 2011, tot maart, dus zo'n drie maanden.

Ik ben ongeveer tien keer op de [adres 8] geweest en heb 10.000 euro verdiend. Dat is voornamelijk uitgegeven voor het vrijkopen van mijn vader.'124

Verschillende buren van [medeverdachte 8] hebben verklaringen afgelegd over wat zij rond de woning aan de [adres 8] hebben gezien. [getuige 2] , wonend op [adres 8] [huisnummer] , heeft verklaard dat hij veel geluidsoverlast van [medeverdachte 8] heeft gehad. Sinds enkele jaren kreeg [medeverdachte 8] veel bezoek. [medeverdachte 8] werkt overdag in de bouw. Bij zijn thuiskomst stonden de eerste personen in auto's te wachten voor [getuige 2] ' appartement. [getuige 2] heeft de laatste maanden kentekens genoteerd, waaronder het kenteken [kenteken 4] , dat op naam staat van [medeverdachte 1] .125126

Op 3 mei 2011 heeft hij gezien dat er een klein autootje parkeerde met de tekst 'Arbo Rent' erop. Het kenteken was [kenteken 2] . In die auto zaten een man en een vrouw. De man was ongeveer 35 à 40 jaar oud, had stekeltjeshaar met gel. Ze kwamen met grote blauw/witte tassen uit de auto. [getuige 2] dacht dat het tassen van de Action waren. Ze waren vol, want ze stonden bol. [medeverdachte 8] was toen niet thuis. De man en de vrouw zijn een paar uur in de woning van [medeverdachte 8] geweest. Toen ze weggingen, hadden ze niets bij zich.127

Buurvrouw [getuige 3] , wonend op [adres 8] [huisnummer] , heeft op 9 mei 2011 verklaard dat zij al enkele jaren overlast heeft van de bovenbuurman van nummer [huisnummer] , [medeverdachte 8] . Gezien het feit dat zoveel verschillend bezoek kwam voor een korte tijd ging ze ervan uit dat er verdovende middelen vanuit de woning van [medeverdachte 8] werden verhandeld.

Opvallend vond [getuige 3] dat in de week vóór het afleggen van haar verklaring een klein autootje met de tekst 'Rent a Car' langs kwam gereden, ze denkt twee keer. Nadat deze Rent a Car-auto er was, kwam nog een ander klein autootje langsgereden. Uit de Rent a Car-auto stapte een vrouw als bestuurder. Zij was ongeveer [huisnummer] . De mannelijk bijrijder was ook ongeveer [huisnummer] . Uit de zwarte auto stapte een blanke man met donkergekleurd haar. Zij gingen met zijn drieën naar binnen. De mannen hielden allen een plastic tas in hun handen vast. Zowel [medeverdachte 8] als zijn vriendin waren op dat moment niet binnen. [getuige 3] hoorde de personen via het trappenportaal naar boven lopen. Na ongeveer 30 minuten verlieten zij allen weer de woning met ieder een tas. Zij stapten ieder weer in de auto waarmee ze waren gekomen.128

Ook buurvrouw [getuige 4] heeft op 5 mei 2011 rond 10.00 uur gezien dat een vrouw en twee mannen een aantal zakken naar binnen droegen bij perceel [huisnummer] . Het waren zwarte (plastic) zakken. Er werd gebruik gemaakt van een bestelbusje van Bo-rent, [kenteken 2] . Dat busje komt daar vaker, aldus [getuige 4] .129

De auto met het kenteken [kenteken 2] is een huurauto van een bedrijf genaamd Bo-rent. De auto was op 3 mei 2011 verhuurd aan [medeverdachte 3] , de partner van [verdachte] .130

[medeverdachte 3] heeft over de [adres 8] verklaard dat dat een productielocatie was en dat deze locatie in gebruik genomen is nadat het contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] was verbroken. Ze wist dat [verdachte] verkeerde dingen deed, daar heeft ze van geprofiteerd. [verdachte] was bezig met drugs en had altijd geld. [verdachte] hield zich bezig met drugshandel: wiet, harddrugs en speed. [verdachte] maakte de speed in de [adres 11] en daarvoor deed hij dat in de [adres 8] .

Als aan [medeverdachte 3] een observatie van 12 april 2011 wordt voorgehouden, verklaart ze dat de witte draagzak die [verdachte] dan vastheeft, drugs bevatte. Ze zijn toen naar 'het achterom' van die flat gereden, waar de zak werd opgehaald door [medeverdachte 1] , die zij als Ome [medeverdachte 1] aanduidt. Ome [medeverdachte 1] deed dat wel één keer per week. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze [verdachte] ook wel vaker met grote witte emmers uit een kamertje in de [adres 8] heeft zien komen. Hij liep daar dan mee naar beneden en dan werden de emmers opgehaald door [medeverdachte 1] . Ze is misschien ook weleens met [verdachte] lege emmers naar de [adres 8] gaan brengen, die ze gekocht hadden bij [bouwmarkt] .

Als aan [medeverdachte 3] de getuigenverklaringen worden voorgehouden waarin is verklaard over mensen die zwarte plastic zakken naar binnendroegen, verklaart ze dat ze zich kan herinneren dat ze een keer met [verdachte] daar naartoe is gereden en dat ze samen aankwamen met [medeverdachte 1] en dat ze toen samen naar boven zijn gegaan. [verdachte] had een sleutel van de woning.131

Zaakdossier 3

Dit dossier beschrijft het vermoeden van het hebben van een productie-/opslaglocatie van verdovende middelen op het adres [adres 10] te Heerlen, de woning van [medeverdachte 4] en [betrokkene 7] .

Op 8 maart 2011 in de ochtend stuurt [medeverdachte 6] een sms-bericht naar [verdachte] met als inhoud: 'Zeg dat die zachtjes moet doen. De buren horen het en stellen vragen. Ik heb gezegd dat een vriend blijft logeren'.

Op 14 maart 2011 stuurt [medeverdachte 6] een sms-bericht naar [verdachte] , waarin hij aangeeft dat hij een oplossing heeft.132

Op 28 maart 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] en vraagt hem: 'of hij nog iets van die jongen heeft gehoord'.133 [verdachte] zegt dan dat hij [medeverdachte 6] nog wel iets laat weten.134

Op 31 maart 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] . [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 6] : 'je had me toch iets gezegd van die heksen daar dat moet snel'. [medeverdachte 6] zegt dat het geen probleem is en dat hij [verdachte] een sms met het adres zal sturen, waarop [verdachte] zegt dat maar niet te doen. Vervolgens spreken ze af voor de dag erna in de pauze om half een.

Op 3 april 2011 sms't [medeverdachte 6] naar [verdachte] : 'Hij heeft die 2 laten na maken. Morgen vroeg heb ik ze'.135

Op 11 april 2011 om 05.52 uur sms't [verdachte] aan [medeverdachte 6] en vraagt hem aan die jongen te vragen: 'hoe laat ik langs kan komen bij hem',136 waarop [medeverdachte 6] om 08.17 uur naar [verdachte] sms't: 'vanaf half 9 is er niemand meer'.137

Op diezelfde dag om 10.43 uur belt [medeverdachte 6] naar [verdachte] en zegt: ' [huisnummer] '. [verdachte] zegt dan dat hij helemaal verkeerd is en dat hij [huisnummer] loopt te zoeken. [verdachte] zegt dat hij achterom is. [medeverdachte 6] zegt dat het een houten poort is en dat hij de sleutel helemaal diep erin moet steken. [verdachte] vraagt zich af of hij wel goed is. [medeverdachte 6] zegt dan dat de sleutel niet past als hij niet goed is. Als [verdachte] vervolgens zegt dat het anders is als waar hij de laatste keer was en dat het helemaal onderkomen is, zegt [medeverdachte 6] dat hij dan verkeerd is en dat [verdachte] volgens hem een straat verkeerd is. 'Je bent toch al daar geweest deze week' zegt [medeverdachte 6] . 'Ja' zegt [verdachte] 'daarom, ik snap het niet. Volgens mij ben ik te ver'. [medeverdachte 6] vertelt dan aan [verdachte] hoe hij moet lopen en als [verdachte] zegt dat hij de [straat 7] ziet, zegt [medeverdachte 6] dat hij dan niet goed is. Daarop is op de achtergrond te horen dat [verdachte] tegen iemand zegt: 'wacht even [medeverdachte 1] , ik ben helemaal verkeerd'.138

[verdachte] zegt dan dat hij voor de [adres 10] erin moet, hetgeen wordt bevestigd door [medeverdachte 6] .139

Op 11 april 2011 sms't [verdachte] naar [medeverdachte 6] met de mededeling dat [medeverdachte 6] tegen zijn vriend moet zeggen dat hij ( [verdachte] ) het geld morgen op de plank legt.140

Op 14 april 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] en zegt: 'we zijn naar beneden verhuisd'.141

Op 18 april 2011 belt [medeverdachte 2] met [verdachte] en vraagt of [medeverdachte 3] wat tegen [verdachte] heeft gezegd. Als [verdachte] zegt dat hij het niet snapt en dat het beter is als hij maar langs komt, zegt [medeverdachte 2] : 'dat wat je laatst gemaakt heb, snap je, van die stamppot weet je'. 'Oh ja ja' zegt [verdachte] . [medeverdachte 2] vraagt dan wanneer ze kunnen eten, waarop [verdachte] zegt 'morgen al misschien, als het een beetje lukt. Het kan ook donderdag zijn'.142

Op 19 april 2011 sms't [medeverdachte 6] naar [verdachte] : 'je kunt morgen middag en avond niet daar terecht, en donderdagavond niet. Zijn dochter is jarig'.143

Verbalisanten merken op dat bij bevraging van de GBA bleek dat de dochter van de bewoner [adres 10] te Heerlen ( [betrokkene 8] ) op 20 april jarig is.144

Op 20 april 2011 stuurt [verdachte] om 18.38 uur een sms-bericht naar [medeverdachte 6] en vraagt hem aan die vriend van hem te zeggen dat hij om 12 uur straks even langs komt als dat gaat. [medeverdachte 6] stuurt [verdachte] een half uur later een bericht dat het is geregeld en dat het geen probleem is.145

Diezelfde avond sms't [verdachte] om 21.48 uur naar [medeverdachte 6] met de boodschap 'bel die jongen ff en zeg je dat ik voor de voordeur sta'.146

Tien minuten later belt [medeverdachte 6] met [verdachte] en vraagt hem of het gelukt is. [verdachte] zegt 'nee' en dat hij al teruggereden is. Hij zegt dat hij achterom was maar dat hij zag dat hij het druk had. [verdachte] zegt dat hij om half 12 terug gaat. [medeverdachte 6] zegt dat hij hem dat zal zeggen.147

Om 22.13 uur die avond stuurt [medeverdachte 6] een sms-bericht naar [verdachte] inhoudende: 'kijk straks of er nog bezoek is, anders ga je gewoon voordeur binnen en naar beneden. Anders ik morgen'.148

Op 20 april 2011 om 23.06 uur ontvangt [verdachte] een sms-bericht van [medeverdachte 2] inhoudende: 'hoi, moet geen 4 maar 14 hebben degene heeft net gebeld. Kom morgen om 10.00 u bij jou'.149

Op 21 april 2011 om 10.33 uur wordt gezien dat [verdachte] met een kennelijk gevulde AH-tas en een ongeveer vijf liter emmer uit de richting van pand [adres 10] te Heerlen komt. Hij opent de achterklep van [kenteken 3] en legt de zak en emmer in de achterbak. Hij stapt als bijrijder in de auto in en de auto rijdt weg. Even later wordt gezien dat de [kenteken 3] geparkeerd wordt op de [straat 8] in Heerlen en dat [verdachte] uitstapt, waarop de [kenteken 3] wegrijdt.150 Verbalisanten merken op dat genoemd kenteken op naam van [medeverdachte 2] staat.151

Op 21 april 2011 om 12.12 stuurt [medeverdachte 2] een sms-bericht naar [verdachte] : 'Hoi in de emmer zat 5365 de emmer weegt 700 blijft over 4735 ik krijg er 9 uit'. Direct aansluitend sms't [verdachte] naar [medeverdachte 2] : 'idioot'.152

Op 7 mei 2011 om 10.20 uur staat de Opel Corsa van [medeverdachte 1] bij de [winkel 2] op de [straat 9] te Heerlen. [verdachte] arriveert daar met een rode Peugeot. [verdachte] stapt uit en stapt vervolgens in de auto bij [medeverdachte 1] . Deze auto rijdt naar de [straat 6] te Heerlen en stopt daar om 10. 30 uur. Vervolgens loopt [verdachte] naar de achterzijde van de garageboxen aan de [adres 10] . [medeverdachte 1] opent de kofferbak van de auto en neemt weer plaats achter het stuur. Om 10.40 uur arriveert de Opel Corsa weer bij de [winkel 2] . [verdachte] stapt uit en loopt naar zijn Peugeot, opent de auto en buigt zich in het voertuig. Hij sluit de Peugeot af en gaat te voet in de richting van de achterzijde van het flatgebouw aan de [adres 8] waarin zich perceel [huisnummer] bevindt. [medeverdachte 1] rijdt met de Opel Corsa in de richting van de voorzijde van het flatgebouw aan de [adres 8] .153

Op 15 juni 2011 vindt er een doorzoeking plaats in de woning [adres 10] in Heerlen.

Hierbij wordt in de kelder het volgende aangetroffen:

-

latex handschoenen,

-

pot wit poeder, voorn. coffeïne met zeer lage concentratie amfetamine,

-

11 liter methanol,

-

1 liter zwavelzuur,

-

bakkerijzak met 814 gram MDMA en 4 tabletten bevattende MDMA,

-

een emmer met restspul bevattende amfetamine,154

1026 gram GHB.155

Hiervoor onder zaakdossier 1 is vermeld wat [medeverdachte 6] heeft verklaard over zijn woning aan de [adres 2] in Kerkrade. Hij heeft voorts verklaard dat hij, toen hij die witte waas in zijn woning zag, wist dat er iets niet in de haak was.156 Hij heeft dat verhaal verteld aan zijn collega [medeverdachte 4] , die woont op het adres [adres 10] te Heerlen. [medeverdachte 4] kwam een maand later naar hem toe en vroeg hem of hij hem in contact kon brengen met [verdachte] . Hierna heeft [medeverdachte 6] [verdachte] gebeld en heeft hem verteld dat een collega van hem bereid was om spullen voor [verdachte] thuis op te slaan, omdat hij in geldnood zat.157 Op enig moment werd hij door [verdachte] gebeld en [verdachte] zei toen dat het door zou gaan en dat het snel moest gebeuren. Hier ging het gesprek van 31 maart 2011 om 18. 30 uur over.158

[medeverdachte 6] vertelt desgevraagd dat met 'heksen' de [locatie] wordt bedoeld; dat is waar de [adres 10] ligt.159

[medeverdachte 6] vertelt dat hij daags erna met [verdachte] naar het adres van [medeverdachte 4] is gereden en dat ze achterom zijn gereden. [medeverdachte 4] had verteld dat de poort achterom open was. [verdachte] is toen via de poort achterom gegaan.160 Toen hij terug kwam bij de auto vroeg [verdachte] hem aan [medeverdachte 4] te vragen of hij een paar sleutels kon laten bijmaken voor [verdachte] , want hij wilde die locatie gaan gebruiken. [medeverdachte 6] heeft dat de volgende dag aan [medeverdachte 4] gevraagd. De vriendin van [medeverdachte 4] heeft die sleutels 's middags laten bijmaken. [verdachte] heeft ze dezelfde dag nog opgehaald bij haar. De dag daarna zei [medeverdachte 4] dat [verdachte] al geweest was en dat er emmers in zijn garage stonden.

Naar aanleiding van een sms-bericht161 vertelt [medeverdachte 6] dat [verdachte] hem een sms'je had gestuurd waarin hij zei dat hij tegen die [medeverdachte 4] moest zeggen dat het geld op de plank lag.162

[medeverdachte 6] vertelt dat [verdachte] in de woning van [medeverdachte 4] was geweest en dat hij de kelder had gezien. [verdachte] zei dat daar meer mogelijk was, omdat die zo groot was. [medeverdachte 6] heeft dat tegen [medeverdachte 4] gezegd.163 Later vertelde [medeverdachte 4] hem dat ze de spullen van [verdachte] naar de kelder hadden verplaatst en dat heeft [medeverdachte 6] tegen [verdachte] gezegd in het telefoongesprek dat [medeverdachte 6] met [verdachte] op 14 april 2011 om 19.28 uur heeft gevoerd.164

[medeverdachte 4] heeft bij gelegenheid van zijn verhoor verklaard dat er begin april 2011 een onbekende man bij hem kwam.165 [medeverdachte 6] had gezegd dat hij iemand wist die hem € 500 per maand zou geven als hij twee emmers bij hem thuis zou bewaren. Hij begreep meteen dat het om verdovende middelen ging. Eerst is hij niet ingegaan op het aanbod, maar later was de geldnood zodanig dat het niet meer anders kon. [medeverdachte 6] zei toen dat hij met de man langs zou komen om te kijken. Ze zijn begin april geweest. Tien minuten, toen waren ze weer weg.166 Toen de man daarna kwam heeft [medeverdachte 4] de spullen, twee witte emmers en een blauwe sporttas, vanuit de auto van de man overgeladen in zijn eigen auto en die in de garage gezet. In de tas zaten flessen met doorzichtige vloeistof. Toen zijn bezoek weg was, heeft [medeverdachte 4] de spullen in de garage gezet. Enkele weken later hebben hij en [betrokkene 7] de spullen naar de kelder gebracht. [medeverdachte 6] had tegen hem gezegd dat er meer mogelijk was in de kelder. [medeverdachte 4] begreep toen dat zijn kelder geschikt was voor opslag van meer verdovende middelen dan tot dan toe daar gestald waren.

Als hem een foto wordt getoond van [verdachte] (pag. 345) herkent hij die als de persoon die zich voorstelde als ' [naam 1] '. Hij vertelt dat hij één of twee keer € 500 betaald heeft gekregen en ook dat [betrokkene 7] twee setjes sleutels heeft laten namaken.167

[betrokkene 7] heeft verklaard dat een man, die zich voorstelde als ' [naam 1] ' dat spul bij hen thuis heeft gebracht en dat [medeverdachte 4] die spullen in de garage heeft gezet. Later heeft zij met [medeverdachte 4] de spullen in de kast in de kelder gezet. In de tas zaten flessen met vloeistof. Toen de man zich voorstelde als ' [naam 1] ', zei hij dat hij eigenlijk [verdachte] heette. De tweede keer dat ze die man zag kwam hij aan de deur en ze heeft hem toen de sleutel gegeven. Hij is toen ook de kelder ingegaan. Hij heeft haar één keer € 500 gegeven. [medeverdachte 6] , een collega van [medeverdachte 4] , heeft [medeverdachte 4] in contact gebracht met die [verdachte] . [medeverdachte 6] is ook bij hen thuis geweest en zei tegen [medeverdachte 4] dat hij met iemand de zaak kwam bekijken.168

Zaakdossier 4

Zaakdossier 5

Zaakdossier 7

BESLISSING