Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5244, 200.202.974_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5244, 200.202.974_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30 november 2017
Datum publicatie
1 december 2017
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:5244
Zaaknummer
200.202.974_01

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie

Geen draagkracht tijdens de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van de man.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer : 200.202.974/01

zaaknummer rechtbank : C/03/217625 / FA RK 16-583

beschikking van de meervoudige kamer van 30 november 2017

in de zaak in hoger beroep van:

[verzoekster] ,

wonende op een geheim adres,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. H.H.R. Bruggeman te Lisse,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. A. van den Eshoff te Echt.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 29 juni 2016 en 10 augustus 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

De vrouw is op 9 november 2016 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 10 augustus 2016.

2.2.

De man heeft op 13 januari 2017 een verweerschrift ingediend.

2.3.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 23 mei 2016;

- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de vrouw op 11 oktober 2017.

2.4.

De hierna te noemen minderjarige [minderjarige 1] heeft bij brief, ingekomen ter griffie van het hof op 16 oktober 2017, haar mening kenbaar gemaakt met betrekking tot het verzoek.

2.5.

De mondelinge behandeling heeft op 24 oktober 2017 plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

-

namens de vrouw, mr. Bruggeman;

-

de man, bijgestaan door mr. Van den Eshoff.

2.5.1.

De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.5.2.

De advocaat van de vrouw heeft ter zitting pleitnotities overgelegd en voorgedragen.

3 De feiten

3.1.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2.

Het huwelijk van partijen is op 19 juli 2011 ontbonden door echtscheiding.

3.3.

Partijen zijn de ouders van:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 1] ),

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 2] ),

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 3] ),

- [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 4] ) (hierna ook: de kinderen).

3.4.

Bij beschikking van 11 oktober 2011 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, voor zover thans van belang, de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) vastgesteld op een bedrag van:

-

€ 40,- per kind per maand in de periode van 2 maart 2011 tot 1 januari 2012;

-

€ 37,25 per kind per maand voor wat betreft de maand januari 2012;

-

€ 31,25 per kind per maand met ingang van 1 februari 2012.

3.5.

Bij beschikking van 26 juni 2013 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, voornoemde beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 oktober 2011, voor wat betreft de daarbij vastgestelde kinderalimentatie gewijzigd, in die zin, dat de rechtbank de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2013 nader heeft vastgesteld op nihil.

3.6.

Bij vonnis van 2 juni 2016 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, ten aanzien van de man de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.7.

De vrouw heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, verzocht om de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van de man tussentijds te beëindigen.

3.8.

Bij vonnis van 26 april 2017 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, voornoemd verzoek van de vrouw afgewezen.

3.9.

De vrouw is op 3 mei 2017 in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis van 26 april 2017. Het hof heeft ten tijde van de afgifte van deze beschikking nog geen eindarrest gewezen.

4. De omvang van het geschil

4.1.

Bij beschikking van 29 juni 2016 heeft de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, de man gelast, uiterlijk op 13 juli 2016, aan de rechter-commissaris te verzoeken of bij het Vrij Te Laten Bedrag (hierna: VTLB) rekening gehouden kan worden met een door hem te betalen kinderalimentatie, waarbij de man de reactie van de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk na de ontvangst daarvan aan de rechtbank dient te zenden. De rechtbank heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

4.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw tot wijziging van de kinderalimentatie afgewezen.

De rechtbank heeft hierbij overwogen dat de man (nog steeds) geen draagkracht heeft voor de betaling van kinderalimentatie, nu op de man de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard vanaf 2 juni 2016 en de rechter-commissaris geen toestemming heeft verleend om het VTLB van de man met een alimentatieverplichting te verhogen.

4.3.

De grief van de vrouw ziet op de draagkracht van de man.

4.3.1.

De vrouw verzoekt, verkort weergegeven, de bestreden beschikking te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, de man op te dragen de rechter-commissaris nogmaals te verzoeken het VTLB te verhogen met een bedrag aan kinderalimentatie en met ingang van 1 november 2015 de door de man te betalen kinderalimentatie vast te stellen op een bedrag van € 205,50 per kind per maand, dan wel op een zodanig bedrag als het hof juist acht.

4.4.

De man verzoekt de vrouw in haar hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans het hoger beroep van de vrouw af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen.

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing