Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-12-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5859, 200.177.662_01 en 200.177.885_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-12-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5859, 200.177.662_01 en 200.177.885_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 december 2017
- Datum publicatie
- 27 december 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:5859
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:757, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.177.662_01 en 200.177.885_01
- Relevante informatie
- Onteigeningswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] art. 61
Inhoudsindicatie
art 61 Onteigeningswet. Aanvullende schadeloosstelling.
Uitspraak
Afdeling civiel recht
arresten van 19 december 2017
in de zaken van
zaaknummer 200.177.662/01
[appellante 1 in zaaknummer 200.177.662/01] ,
en
[appellant 2 in zaaknummer 200.177.662/01] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
en
[appellante 3 in zaaknummer 200.177.662/01] ,
wonende te [woonplaats]
in hun hoedanigheid van erfgenaam van [betrokkene] , w.v. [betrokkene 2] ,
gewoond hebbende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. C.M.E. Verhaegh te 's-Gravenhage,
tegen
Gemeente Eindhoven,
zetelende te Eindhoven,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.W.M. Hagelaars te Nijmegen,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 juni 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 11 maart 2015, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [betrokkene] als eiseres en de Gemeente Eindhoven (en de Staat) als gedaagde(n).
en
zaaknummer 200.177.885/01
[appellante 1 in zaaknummer 200.177.885/01] ,
weduwe en erfgenaam van [erflater] ,
wonende te [woonplaats] ,
en
[appellant 2 in zaaknummer 200.177.885/01] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
Gemeente Eindhoven,
zetelende te Eindhoven,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.W.M. Hagelaars te Nijmegen,
op het eveneens bij exploot van dagvaarding van 8 juni 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 11 maart 2015, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen als [erflater] en [appellant 2 in zaaknummer 200.177.885/01] (en [derde 2] ) als eisers en de Gemeente Eindhoven (en de Staat) als gedaagde(n).
In zaaknummer 200.177.662/01
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/126102/HA ZA 05-1069)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep;
- -
-
de memorie van grieven met zeven producties;
- -
-
de memorie van antwoord;
- -
-
het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd (de pleitnota van mr. Hagelaars vermeldt abusievelijk dat het pleidooi zou zijn gehouden ten overstaan van de rechtbank);
- -
-
de bij brief van 30 oktober 2017 ter voorbereiding op het pleidooi toegezonden, en bij het pleidooi in het geding gebrachte producties 8 en 9 (deskundigenadvies [deskundige 1] en Vaststellingsbesluit van 10 oktober 2017);
- -
-
de bij H-12 formulier van 3 november 2017 en bij brief van 6 november 2017 toegezonden producties 10 tot en met 16;
- -
-
de bij brief van 6 november 2017 toegezonden producties 17 en 18, waarvan productie 17 een volmacht betreft.
De Gemeente heeft bezwaar gemaakt tegen de producties 10 tot en met 18, gelet op het tijdstip waarop deze zijn toegezonden, mede gelet op de data waarop die stukken zijn opgemaakt (veelal reeds jaren geleden). Het hof heeft medegedeeld daarop te zullen beslissen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
Overeenkomstig een daartoe met alle partijen ter zitting gemaakte afspraak heeft mr. Verhaegh na de zitting aan het hof nog doen toekomen het hierna te noemen, op 30 mei 2007 in de zaak onder nr. 42550/HAZA 99-1718 tussen de Gemeente en [betrokkene] gewezen vonnis, alsmede het deskundigenrapport van 24 november 2005 dat mede daaraan ten grondslag heeft gelegen.
In zaaknummer 200.177.885/01
3 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/125711/HA ZA 05-1009)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.