Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:200, 200.190.483_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:200, 200.190.483_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 19 januari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:200
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:1936, Overig
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:2220
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1950, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.190.483_01
Inhoudsindicatie
faillissement (naam betrokkene)(-vennootschappen); geen pandrecht, want bestaan onderliggende vorderingen niet aangetoond
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.190.483/01
arrest van 16 januari 2018
in de zaak van
-
Mr. [curator 1] , in zijn hoedanigheid van curator van [betrokkene] , wonende te [woonplaats] ,
-
Mr. [curator 2] , in zijn hoedanigheid van curator van [betrokkene] , wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna aan te duiden als de curatoren,
advocaat: mr. M.W. Steenpoorte te 's-Hertogenbosch,
tegen
1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
2. Stichting [stichting] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde sub 1] en de Stichting,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde sub 1] en de Stichting,
advocaat: mr. J. van Weerden te ’s-Gravenhage,
op het bij exploot van dagvaarding van 24 maart 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 9 maart 2016, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen de curatoren als gedaagden en [geïntimeerde sub 1] en de Stichting als eiseressen.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/189187/HAZA 14-146)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep met producties;
- -
-
het tegen [geïntimeerde sub 1] en de Stichting verleende verstek;
- -
-
de memorie van grieven met producties;
- -
-
de memorie van antwoord;
- -
-
het pleidooi, waarbij partijen pleitnota’s hebben overgelegd.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.