Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-08-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3586, 200.208.343_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-08-2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3586, 200.208.343_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2018
- Datum publicatie
- 29 augustus 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3586
- Zaaknummer
- 200.208.343_01
Inhoudsindicatie
bestuurdersaansprakelijkheid, aanvragen van surséance van betaling zonder goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders, onnodig bewerkstelligen van faillissement, afgeleide schade, profiteren van onrechtmatige daad
Uitspraak
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.208.343/01
arrest van 21 augustus 2018
in de zaak van
1 [de vennootschap 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland,
2. [de vennootschap 2],gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland,
3. [de vennootschap 3],gevestigd te [vestigingsplaats] , Zwitserland,
appellanten,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellante 1] c.s. en afzonderlijk als [appellante 1] , [appellante 2] en [appellante 3] ,
advocaat: mr. G.M.P. Roos te 's-Gravenhage,
tegen
1 [de vennootschap 4] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [de vennootschap 5], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [de vennootschap 6], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. [de vennootschap 7],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. [de vennootschap 8],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
6. [geïntimeerde 6],
wonende te [woonplaats] ,
7. [geïntimeerde 7],
wonende te [woonplaats] ,
8. [geïntimeerde 8],
wonende te [woonplaats] ,
9. [geïntimeerde 9],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
geïntimeerden sub 1, 2, 3, 6, 7 en 8 hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerde 1] c.s. en afzonderlijk als: [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 3] , [geïntimeerde 6] , [geïntimeerde 7] en [geïntimeerde 8] ,
geïntimeerden sub 4, 5 en 9 hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerde 5] c.s. en afzonderlijk als [geïntimeerde 4] , [geïntimeerde 5] en [geïntimeerde 9] ,
advocaat: mr. W.M. Welage te 's-Hertogenbosch,
op het bij exploten van dagvaarding van 9 en 15 november 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 augustus 2016, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen appellanten als eiseressen en geïntimeerden als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/301518 / HaZa 15-816)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.