Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-05-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1687, 200.218.743_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-05-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1687, 200.218.743_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 mei 2019
- Datum publicatie
- 8 mei 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1687
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1224
- Zaaknummer
- 200.218.743_01
Inhoudsindicatie
Projectontwikkeling met vertraging. Geschil over afwikkeling en afrekening.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.218.743/01
arrest van 7 mei 2019
in de zaak van
[de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
verder: [appellante] ,
advocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] , pro se en als gezamenlijk gevolmachtigde van [volmachtgever] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde 2], als gezamenlijk gevolmachtigde van [volmachtgever],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in het principaal appel,
appellanten in het incidenteel appel,
verder: [geintimeerden c.s.] ,
advocaat: mr. C.A.M.J. de Wit te Veghel,
op het bij exploot van dagvaarding van 19 juni 2017 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, gewezen vonnis van 22 maart 2017 tussen [appellante] als gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie en [geintimeerden c.s.] als eisers in conventie, verweerders in voorwaardelijke reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/308451 / HA ZA 16-377)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 20 juli 2016.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep van 19 juni 2017;
- -
-
de memorie van grieven van [appellante] van19 september 2017 met producties;
- -
-
de akte rectificatie van [appellante] van 31 oktober 2017;
- -
-
de memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het incidenteel appel van [geintimeerden c.s.] van 28 november 2017 met producties;
- -
-
de memorie van antwoord in het incidenteel appel van [appellante] van 13 februari 2018 met producties;
- -
-
de akte van [geintimeerden c.s.] van 27 maart 2018 met een productie;
- -
-
de antwoordakte van [appellante] van 24 april 2018.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.