Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2949, 200.217.118_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2949, 200.217.118_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 augustus 2019
Datum publicatie
7 augustus 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:2949
Formele relaties
Zaaknummer
200.217.118_01

Inhoudsindicatie

bestuurdersaansprakelijkheid, niet voldaan aan boekhoudplicht en publicatieplicht; onbehoorlijke taakvervulling staat vast; is andere belangrijke oorzaak van faillissement aannemelijk gemaakt? Stelplicht bestuurder.

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer gerechtshof 200.217.118

(zaaknummer rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven C/01/312629)

arrest van 6 augustus 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[appellante] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna ieder afzonderlijk: [appellante] , [appellant] en gezamenlijk [appellant] c.s.,

advocaat: mr. E.A.M. Claassen,

tegen:

mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [de vennootschap 1] ,

woonplaats kiezende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna ook: de curator,

advocaat: mr. M.J.G.A. Filemon.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 18 januari 2017 en 10 mei 2017 die de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven heeft gewezen tussen de curator als eiser en [appellant] c.s. en [de vennootschap 2] (hierna: [de vennootschap 2] ) als gedaagden. [de vennootschap 2] is bij de rechtbank niet verschenen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 22 mei 2017,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met producties),

- een akte van [appellant] c.s. (met producties),

- en een antwoordakte van de curator.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellant] c.s. vorderen in het hoger beroep – samengevat – vernietiging van de bestreden vonnissen, afwijzing van de vorderingen van de curator, met veroordeling van de curator in de proceskosten in beide instanties.

2.4.

Het hof merkt nog op dat de appeldagvaarding mede gericht is tegen [de vennootschap 2] . [de vennootschap 2] is echter blijkens de rolkaart niet meer in deze procedure opgeroepen. Overigens wijst het hof erop dat [appellant] c.s. niet-ontvankelijk zou zijn voor wat betreft de procedure jegens [de vennootschap 2] omdat in het algemeen geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen een processuele medestander in eerste aanleg.

3 De vaststaande feiten

3.1.

Op 3 november 2006 is [de vennootschap 1] (hierna: [de vennootschap 1] ), een groothandel in sportartikelen, opgericht. Bij vonnis van 14 december 2010 is [de vennootschap 1] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. [curator] tot curator als zodanig.

3.2.

Enig aandeelhouder van [de vennootschap 1] ten tijde van het faillissement was [de vennootschap 3] (hierna [de vennootschap 3] ). [appellante] hield ten tijde van het faillissement 60% van de aandelen in [de vennootschap 3] . [appellant] was aandeelhouder/bestuurder van [appellante] . [de vennootschap 2] hield ten tijde van het faillissement 20% van de aandelen in [de vennootschap 3] . [aandeelhouder/bestuurder] (verder: [aandeelhouder/bestuurder] ) was aandeelhouder/bestuurder van [de vennootschap 2] . [aandeelhouder] hield 20% van de aandelen in [de vennootschap 3] .

3.3.

Bestuurder van [de vennootschap 1] per faillissementsdatum was [de vennootschap 2] . Tot 2 december 2010 was [appellante] medebestuurder. [appellante] is per 2 december 2010 als bestuurder uitgeschreven uit het handelsregister.

3.4.

[aandeelhouder/bestuurder] is op [datum] 2016 overleden.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

6 De beslissing