Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3019, 200.225.530_01 en 200.235.126_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-08-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3019, 200.225.530_01 en 200.235.126_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2019
- Datum publicatie
- 14 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3019
- Formele relaties
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:228
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2487
- Zaaknummer
- 200.225.530_01 en 200.235.126_01
Inhoudsindicatie
- betaling op rekening van gefailleerde vennootschap onmiskenbare vergissing {HR 5 september 1997, NJ 1998/437 (Ontvanger/Mr. Hamm q.q.) en HR 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3796 (Mr. Komdeur q.q./ Nationale Nederlanden)
- persoonlijke aansprakelijkheid curator (Maclou-norm)
Uitspraak
Team Handelsrecht
arrest van 13 augustus 2019
in de gevoegde zaken van
zaaknummer 200.225.530/01
[de vennootschap 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als [de vennootschap 1] ,
advocaat: mr. A.L. Stegeman te Heerlen,
tegen
1 [de vennootschap 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [de vennootschap 3] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als [de vennootschap 2] c.s.,
advocaat: mr. E.Ph. Roelofs te Heerlen,
op het bij exploot van dagvaarding van 11 oktober 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 19 juli 2017 in de hoofdzaak, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [de vennootschap 1] als eiseres in de hoofdzaak en [de vennootschap 2] c.s. als gedaagden in de hoofdzaak,
en
zaaknummer 200.235.126/01
1 [de vennootschap 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [de vennootschap 3] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten,
hierna aan te duiden als [de vennootschap 2] c.s.,
advocaat: mr. E.Ph. Roelofs te Heerlen,
tegen
[de curator] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de curator,
advocaat: mr. W.B.M. Vondenhoff te Heerlen,
op het bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis in vrijwaring van 19 juli 2017, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [de vennootschap 2] c.s. als eiseressen in de vrijwaringszaak en de curator als gedaagde in de vrijwaringszaak.
1 De gedingen in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/223172/HA ZA 16-411)
Voor de gedingen in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.